De urgentie om integraal naar het toetsprogramma te kijken, is door de coronacrisis groter geworden, stelt onderzoeker Liesbeth Baartman van het Lectoraat Beroepsonderwijs. “We zijn kritisch gaan kijken naar de plek en rol van grootschalige kennistoetsen. En ideeën over programmatisch toetsen worden nu door veel opleidingen opgepakt. Toetsing inzetten voor het leerproces en toetsing zien als integraal onderdeel van het onderwijs; dat zijn belangrijke stappen.”
“Toen de HU-gebouwen dicht gingen, konden veel toetsen opeens niet doorgaan. Wat betekende dat studenten modules niet konden afronden, studiepunten niet konden worden toegekend – wat uiteindelijk tot studievertraging zou kunnen leiden. Inmiddels is die eerste storm wel voorbij. Uitgangspunt is nu: liever een alternatief dan uitstel en kijken vanuit het gehele toetsprogramma. Bij het TLN hebben we een beslisboom gemaakt die docenten helpt om tot een passend toets-alternatief te komen.”
Grootste uitdaging
De grootse uitdaging vormen de grootschalige kennistoetsen en de praktijktoetsen, stelt Liesbeth. “Kennistoetsen werden altijd op de HU afgenomen, in grote ruimtes, met veel studenten tegelijk. Alternatieven die je daarvoor kan bedenken, bijvoorbeeld een toets met open vragen in plaats van een meerkeuzetoets, zijn over het algemeen heel tijdsintensief voor docenten. En die hebben al zo’n grote werkdruk.” En kennistoetsen met de inzet van proctoring? “Bij grote aantallen studenten is dat ook niet altijd een werkbare oplossing en de software doet nog niet altijd wat we willen. Er is bovendien weerstand tegen onder studenten, hoofdzakelijk vanwege de grote belasting op hun privacy.”
Zweten, weten, vergeten
“Steeds meer opleidingen stellen hun grote kennistoetsen nu ter discussie. Willen we deze überhaupt wel handhaven? Die discussie vind ik een grote winst. We passen die toetsen vooral veel toe in het eerste jaar. Maar bereiken we hiermee wel wat we willen bereiken? Natuurlijk is een stevige kennisbasis voor elk werkveld belangrijk. We moeten kennistoetsen ook niet zomaar schrappen. Maar onderzoek heeft al meerdere malen aangetoond dat grootschalige summatieve kennistoetsen aan het einde van een onderwijsperiode vooral leiden tot korte periodes van kennis stampen: zweten, weten, vergeten. Terwijl opleidingen aangeven: het doel is dat die kennis beklijft en dat de student die kennis kan toepassen in allerlei beroepssituaties. Dan kun je ook denken aan andere manieren van toetsen: regelmatig formatief toetsen – zonder EC’s toe te kennen – zodat kennis wordt herhaald. Je kan er ook voor kiezen om opdrachten op te zetten die aantonen dat studenten de benodigde kennis hebben én weten toe te passen. Dat is uiteindelijk waar het in het hbo om gaat.”
Kijken naar het gehele toetsprogramma
“Bij het TLN proberen we nu te stimuleren om de keuze voor alternatieve toetsvormen te bekijken vanuit het gehele toetsprogramma. We werken ook met principes van programmatisch toetsen. Het onderwijs en de toetsing zijn dan zo ingericht dat studenten gedurende het leerproces brokjes informatie verzamelen over hun kennen en kunnen: via feedback van het beroepenveld en van medestudenten, via opdrachten, formatieve kennistoetsen, presentaties, enzovoort. Zo krijgt de student feedback op zijn of haar sterke en zwakke punten – zonder dat daar consequenties aan zitten in termen van het wel of niet toekennen van EC’s. Die EC’s worden pas later in het jaar toegekend en het gaat dan vaak om meer EC’s in één keer. Zo verminder je het aantal summatieve toetsen – het aantal beslismomenten waarop EC’s worden toegekend. Ook binnen een bestaande cursus kun je zo denken, zoals een docent die aangaf: ‘Ik geef deze drie opdrachten, en daarna weet ik wel of studenten de leeruitkomsten beheersen. Dan heb ik die losse toets eigenlijk niet meer nodig.’”
Altijd integraal
“Aan het begin van de coronacrisis hebben we soms zomaar de ene toets vervangen door de andere. Dat was nodig. Maar voor de toekomst is het niet effectief. Toetsing moet integraal onderdeel uitmaken van het onderwijs, er moet altijd een ontwerpidee achter zitten. Het is dus goed om verder te kijken dan morgen. Maar we moeten niet vergeten dat de coronacrisis veel druk op docenten heeft gezet. Opleidingen hebben de tijd nodig. Verandering vraagt bovendien om flinke gesprekken, en die gaan nu eenmaal beter als we elkaar weer fysiek kunnen ontmoeten. Laten we hopen dat dat snel weer kan.”
Liesbeth Baartman is hoofddocent en onderzoeker bij het Lectoraat Beroepsonderwijs van het Kenniscentrum Leren en Innoveren.
Lees ook:
- Esther van der Stappen: “Je moet de binding met je studenten in stand houden”
- Toetsen en het TLN: “Er is een nieuwe urgentie ontstaan”
Terechte opmerking over de werkdruk van docenten en het feit dat open vragen arbeidsintensiever zijn dan MC. Je kunt echter pas praten over het implementeren van alternatieve toetsvormen als er meer uren beschikbaar komen. Anders is het hetzelfde als aan een timmerman vragen een spijker in te slaan met een waterpomptang. Er kan dus grote winst geboekt worden door dit verhaal te promoten bij de collega’s die de hamers uitdelen, want dan pas kunnen we als docent echt gaan bouwen. Wat zijn de plannen op dat gebied?
Het voordeel van grootschalige MC toetsen in het eerste jaar vind ik dat je op een tijd-efficiënte manier het kaf van het koren kunt scheiden. Doe je dit niet dan moet je in latere jaren tijd investeren in studenten die niet op de opleiding passen. Dat kost veel energie. Meer tijd toekennen voor het ontwikkelen en nakijken van goede toetsen die deze filterfunctie hebben betaalt zich later trouwens uit, doordat je alleen met de juiste studenten verder gaat. Kortom, minder studenten, maar minder uitval. Het alternatief is dat we een organisatie worden waar zo veel mogelijk studenten binnenkomen (want geld) en zoveel mogelijk een diploma krijgen (want geld), ongeacht het niveau van die afgestudeerden? Dat kan een business model zijn, maar niet datgene waar het onderwijs voor hoort te staan in mijn optiek. Dan worden we namelijk een Primark: grote omzetsnelheid, ongeacht de kwaliteit. Wat wil de HU op dit vlak?
Het verhaal over het gebruiken van meer formatieve en minder summatieve toetsen en dan met name de quote van die docent begrijp ik niet helemaal. Want de docent beoordeelt de student dan dus gedurende de lessen, waardoor je eigenlijk van die formatieve toetsen een summatieve toets maakt. Er komen immers EC’s aan die formatieve toetsen te hangen. Zowel de student als de examencommissie willen in dat geval uiteraard weten waar het oordeel van de docent op gebaseerd is. Dan heb je toch juist meer summatieve toetsen en meer werk? En hoe kun je dan bias voorkomen omdat je je eigen docenten beoordeelt?
Daarnaast lijkt ‘minder summatieve toetsen’ een doel op zichzelf te worden. Voor mij is de basis van toetsing om op een efficiënte manier beoordelen of afgestudeerden hun diploma waard zijn. Dat kan dus met een summatieve toets gebeuren. Waarom zouden we die dan per se moeten vervangen door formatieve toetsen? Wat is het voordeel daarvan?
Het privacy argument verbaast mij overigens als ik zie wat studenten allemaal delen op social media. Hoe weten we dat privacy een legitiem argument is of dat het een smoes is om niet gecontroleerd te worden tijdens een toets?
Al met al interessante materie, maar het roept veel vragen op.