In opdracht van het College van Bestuur ontwikkelde een projectgroep, met mensen uit de hele organisatie, nieuw toetsbeleid voor de HU. De HSR heeft ermee ingestemd en inmiddels is het voor iedereen beschikbaar. Marike Brijder en Karin Vogelaar van de projectgroep vertellen waarom het hoog tijd was voor nieuw beleid.
Eerst even wat voorgeschiedenis. Het toetsbeleid van de HU stamde uit 2017. Sindsdien is veel gebeurd, zowel in het hoger beroepsonderwijs zelf als in de beroepspraktijk waarvoor wij opleiden. Ook verscheen in 2022 een nieuwe HU-visie op onderwijs en onderzoek, Samen voor de toekomst, met elementen die impact hebben op toetsing. “Bovendien verandert de cultuur rond het toetsen. Vroeger werd het gezien als het afrekenen van de student op wat die kan en weet, inmiddels is het meer deel van het leerproces van de student, met meer feedback: ontwikkelingsgericht toetsen”, vertelt Karin.
Wat moet en mogelijkheden

Karin: “In het nieuwe beleid zijn de afspraken over het toetsen duidelijk gescheiden van de mogelijke invullingen van dat beleid, zoals keuzes voor bepaalde toetsvarianten en wat daarbij komt kijken. In het vorige beleid waren die twee sterk verweven, wat het document moeilijker te interpreteren maakte. Het nieuwe document is duidelijk over wat moet en wat daarnaast de mogelijkheden zijn voor eigen invulling.”
Welke eisen bij welke keuze
Natuurlijk is het toetsbeleid niet opeens compleet anders geworden. Marike en Karin schatten dat grofweg tachtig procent gelijk is gebleven. Wat wél belangrijke veranderingen zijn? Karin: “Het toetsen in grotere eenheden is een van de ontwikkelingen waar we nu expliciet kwaliteitseisen aan verbinden, zoals: Wijs niet 30 EC toe aan slechts één beroepsproduct, zorg dan voor deelproducten of deeltoetsen. Zorg bij dergelijke toetseenheden ook voor meerdere examinatoren. Dat zijn de eisen. Of een opleiding wil toetsen op dergelijk grote onderwijseenheden, blijft een keuze van de opleidingen. Dit document adviseert niet over toetskeuzes, het legt enkel vast welke kwaliteitseisen aan welke keuze zijn verbonden.” Ook nieuw in het beleid is de eis dat in elke examencommissie en toetsexpertgroep minstens één collega zit met een Senior Kwalificatie Examinering (SKE).
Trots op het proces

Dit soort keuzes heeft het projectteam niet op eigen houtje in kaart gebracht. De totstandkoming van dit nieuwe beleid is een hogeschoolbreed, participatief proces geweest. Dat startte met een vragenlijst onder toetsexpertgroepen en examencommissies en met het opvragen van toetsbeleidsstukken bij de instituten. “Zo konden we onderzoeken welke invulling de instituten aan het vorige beleid hadden gegeven en of daar lessen uit te trekken waren voor het nieuwe beleid”, vertelt Marike. “Ook zijn we op allerlei strategische plekken in de organisatie – examencommissies, TLN – gaan vragen: wat willen jullie ons meegeven?” Met hulp van Maaike Lockefeer werden studenten betrokken in een workshop. Hoe kijken zij tegen dit thema aan?
In de projectgroep die met alle input aan de slag ging, zaten enthousiaste mensen met uiteenlopende achtergronden. De groep heeft meerdere sessies georganiseerd, waar zo’n vijfenzeventig collega’s op afkwamen, vertelt Karin. “De mensen waren erg enthousiast. Zij waren binnen hun opleiding ‘van de toetsing’; nu konden ze eens over opleidingen heen met elkaar praten: Oh, doen jullie dat zo?! Dat was zo waardevol, dat we deze sessies zullen blijven organiseren. We zijn erg trots op hoe het proces is verlopen. Dat zoveel mensen meededen, zegt ook iets over de behoefte aan deze update.”
Bijgeschaafd en afgestemd
De uiteindelijke tekst is met veel partijen bijgeschaafd en afgestemd: instituutsdirecteuren, examencommissies, de Raad van Toezicht, de Hogeschoolraad…. Marike: “Het schrijven was het minste werk. De meeste tijd is gaan zitten in het ophalen van informatie en het afstemmingsproces. Maar het is het waard geweest, het heeft geleid tot een duidelijk en breed gedragen toetsbeleid.”