De coronacrisis heeft een hoop op de schop gegooid. Ook het toetsen. “Onze recente ervaringen bieden mogelijkheden voor de toekomst. Bijvoorbeeld op het gebied van programmatisch toetsen”, stellen Wendy Peeters en Sjirk Zijlstra, twee docenten die actief zijn binnen het TLN.
We zijn net in gesprek als bij Wendy Peeters, docent van het Instituut voor Communicatie, de deurbel gaat. Er wordt een doosje bezorgd met daarin: een muffin. Ze blijkt die middag een ‘SKE High Tea’ te hebben, waarin de toetsdeskundigen van de HU gaan praten over hun werk in (corona)crisistijd.

“De SKE’ers – toetsdeskundigen met de Senior Kwalificatie Examinering – van de HU zitten door de hele organisatie verspreid. Maar omdat wij ze hebben opgeleid, weten we precies wie het zijn en konden we ze aan het begin van de coronacrisis snel mobiliseren. Zo hebben we heel snel kunnen schakelen”, vertelt Wendy. De SKE’ers waren hard nodig toen de deuren van de HU dicht gingen. “Je zag toen even een paniekgolf door de opleidingen gaan: wat moeten we nu doen met de toetsen? Toetsing is mijn expertisegebied en ik zag daar veel vragen over binnenkomen bij het TLN. We zijn toen dagelijks in een kerngroep samengekomen om deze vragen op te pakken. Die kerngroep omvatte behalve mensen van TLN ook juridische zaken, DLO, mensen uit de centrale examencommissie. Het was een compleet netwerk met als doel: opleidingen voorbij de eerste problemen helpen. Het optuigen van zo’n kernteam is typisch iets van het TLN: snel waar nodig expertises met elkaar verbinden.”
Van de erfenis af
Inmiddels is het wat rustiger geworden. Alternatieven zijn opgezet, er is ondersteuning opgetuigd, waar nodig is proctoring geregeld. Wendy: “Nu opleidingen weer verder kunnen met toetsing, is het tijd om naar de lange termijn te kijken.” Daarbij is het belangrijk niet naar toetsing als een op zichzelf staand iets te kijken, stelt Sjirk Zijlstra, docent bij Life Sciences & Chemistry. Binnen het TLN is hij expert op onderwijsontwerp en –uitvoering. Volgens Sjirk is die loskoppeling van toetsing een erfenis waar we vanaf moeten.

“Door onrechtmatigheden in de diplomaverstrekking bij Hogeschool Inholland in 2010 kwam de kwaliteit van het hbo-diploma ter discussie te staan. Er is toen in het hele hbo sterk geïnvesteerd in kwaliteitszorg en toetsing. De anderen aspecten van het onderwijs zijn in dat strijdvlak wat weggevallen. Wendy: “Zo is in de HBO-Raad ooit afgesproken dat alle docenten hun BKE – de Basis Kwalificatie Examinering – moeten hebben behaald voor 2022. Zo’n landelijke eis ligt er alleen voor toetsing, niet voor andere onderdelen van het onderwijs. De BKE is eigenlijk onderdeel van de Basiskwalificatie didactische bekwaamheid, maar door het CvB en examencommissies is hij losgekoppeld van die bredere kwalificatie.” Sjirk: “In een voetbalteam heb je verschillende rollen en die heb je allemaal nodig. Als je alleen investeert in de keeper maar niet in het middenveld, kom je er niet. Dat geldt ook voor het onderwijs. Als je alleen een BKE-certificatie eist, versterk je alleen het toetsingsprofiel. Je krijgt dan een disbalans in je onderwijsontwikkeling.”
Programmatisch toetsen
Dat moet anders, stellen de twee. “Onze recente ervaringen met toetsing bieden mogelijkheden voor de toekomst. Bijvoorbeeld op het gebied van programmatisch toetsen. De crisis biedt – naast alle problemen – kansen om hier versneld mee aan de slag te gaan”, stelt Sjirk. Bij programmatisch toetsen bestaat een toetsprogramma niet meer uit losse toetsmomenten, maar uit een samenhangende opzet van beoordelings- en feedbackmomenten die inzicht geven in de doorgaande ontwikkeling van de student. Formatieve toetsen en feedback van opdrachtgevers en medestudenten spelen hierin een belangrijke rol; de nadruk komt veel minder op vaste, summatieve toetsmomenten te liggen. Wendy: “Bij programmatisch toetsen worden ontwerp, uitvoer en toetsen niet meer als losse bestandsdelen benaderd maar als integrale onderdelen van een succesvol leertraject. In het TLN vinden we elkaar al steeds vaker over de grenzen van die ‘onderdelen’ heen. Dat moet ook. Als toetsen zich linksaf ontwikkelt en uitvoering rechtsaf, gaat het mis.”
Ruimte
Krijgen docenten de ruimte voor de ontwikkeling van programmatisch toetsen? Sjirk: “De coronacrisis heeft onderwijs en toetsing op scherp gezet waardoor er nieuwe urgentie is ontstaan. Maar de beweging naar programmatisch toetsen is niet nieuw. De besteding van de kwaliteitsgelden laat zien dat er al breder naar het onderwijs wordt gekeken; naar de digitale omgeving, gemeenschapsvorming. Het TLN biedt ondersteuning voor die integrale ontwikkeling van ons onderwijs.”
Prijsvraag!
Eigenlijk willen Sjirk en Wendy af van de term ‘programmatisch toetsen’, omdat je daarmee toetsen toch weer als iets onafhankelijks benadert. Liever hebben ze een overkoepelende term voor onderwijsontwerp waarin programmatisch toetsen ligt besloten. Suggesties zijn welkom. De winnaar van deze ‘prijsvraag’ kan een bezorger met een muffin aan de deur verwachten, te nuttigen tijdens een goed (online) gesprek met Sjirk en Wendy.
Meer weten? Kijk op de website van het TLN of neem contact op met de collega’s van het TLN. Mocht je een goed alternatief weten voor de term ‘programmatisch toetsen’ en kans willen maken op een muffin en thee-sessie, mail je suggestie dan naar Sjirk of Wendy.
Programmatisch toetsen lijkt denk ik erg op de mix van formatieve en summatieve toetsing die we in ons 1e Comeniusproject hebben toegepast.
Studenten “winnen” door quizzen te halen het recht op een toetsformulier. Dat formulier wordt beoordeeld en student krijgt feedback die helpt bij vervolg (formatief). Tegelijk noteren we een cijfer (summatief). Daarmee speelt de docent de eindbeoordeling vrij. Die hoeft straks niet meer, het werk is immers al beoordeeld; in stapjes.
#gamification #iedereenblij
Wat moet dat onderwijsontwerp nog meer omvatten zodat het goed onderwijs wordt? De mindset van de docenten speelt daar volgens mij een belangrijke rol in. Voor mij gaat het over het vormgeven van magic zones vanuit een systemische benadering van onderwijs waarin leerprocessen en verbondenheid centraal staan. Ik noem dat duurzaam onderwijs.
Een eerste uitwerking daarvan (work in progress) staat op http://www.lindavanderlinden.com.