Het coronavirus heeft het onderwijs goed op zijn kop gezet. Het dichtgaan van onze locaties is natuurlijk problematisch. Maar het is niet te negeren dat deze crisis ook mogelijkheden en kansen laat zien voor ons onderwijs – en voor de wijze waarop we toetsen, stelt opleidingsmanager Rozemarijn Capiau. “We zien nu dat er meer kan dan we dachten.”
Voordat Rozemarijn naar de HU kwam, werkte zij negen jaar voor de Hogeschool van Amsterdam, onder andere in curriculumontwerp en toetsing. Zo was zij bij de HvA betrokken bij het samenvoegen van diverse opleidingen tot Social Work. Bij de HU kwam die kennis meteen goed van pas: zij begon bij Technische Bedrijfskunde vlak voor de fusieplannen van Gebouwde Omgeving en Engineering & Design vorm kregen. “Ja, dat was meteen een leuke uitdaging”, lacht ze. “Het was running the business en changing the business. En toen kwam daar corona nog bij.”
Anders kijken
“Deze crisis maakt dingen zichtbaar die we normaal niet zo snel zien. Zo dachten we bij Technische Bedrijfskunde aanvankelijk dat toetsing in periode C bij enkele vakken kon doorgaan, op afstand. Dat lieten we de studenten ook weten. Zij bleven keurig hun online lessen volgen. Toen we toch moesten besluiten de toetsen niet door te laten gaan, stopten de studenten onmiddellijk met leren. Ze gaven aan dat wel te doen als een nieuwe toetsdatum bekend was. Maar je wil niet dat studenten vlak voor een toets gaan leren, je wil dat het beklijft, dat de toets laat zien wat studenten over een langere periode hebben geleerd. Dat heeft ons anders naar de toets laten kijken. Die moet meer onderdeel van het onderwijs worden en minder een afrondend vinkje.” Een werkveldopdracht, meer werken met formatieve toetsen, een assessment of portfolio: er is veel mogelijk, stelt Rozemarijn. “Zolang het maar past bij de opleiding en het niveau geborgd blijft.”
Spin in het web
Technische Bedrijfskunde gaat die uitdaging graag aan. Sterker nog: de opleiding wilde toch al meer aandacht besteden aan toetsing. Daarvoor gingen ze een toets-expertgroep oprichten. “Die hebben we nu versneld in het leven geroepen. De expertgroep gaat kennis over toetsen ophalen binnen de HU. Wat past, wat is uitvoerbaar? De bevindingen willen we weer delen met andere opleidingen.” De groep staat daarbij als ‘spin in het web’ ook in nauw contact met de examencommissies en curriculumcommissie.
Minder toetsen
Er is nog een optie. Minder toetsen. “Ik schrok toen ik het aantal toetsen in periode D zag van onze opleidingen: elf, veertien… Maar minder toetsen, dat is echt omdenken voor een hogeschool. We zijn gewend alles te verantwoorden, met onze toetsen alles af te dekken. Maar misschien kan je de kwaliteit soms net zo goed – of beter – bewaken door uit te zoomen, meer ruimte te geven aan studenten; door meer ruimte te nemen voor alternatieve manieren van kwaliteitsborging. Dat is een zoektocht. Welke ruimte is er? Wat mogen we? Wat willen we precies bereiken?”
De orde van de dag
De coronacrisis zet dit soort discussies op scherp. Maar wat als de crisis voorbij is? “Ik denk dat er dan wel wat wezenlijk veranderd is. We zien nu dat er meer kan dan we dachten. We experimenteren met dingen die we later goed kunnen gebruiken, en leren ook waar de grenzen zijn. Het is belangrijk dat we dat vastleggen. Want de verleiding zal groot zijn om na de crisis terug te gaan tot de orde van de dag. En daarmee zouden we een hoop kennis weggooien.”
Meenemen
Je moet dit wel in perspectief blijven zien, stelt Rozemarijn. “Het is allereerst een crisistijd. Veel dingen kunnen gewoonweg niet, zoals praktijkonderwijs. Je kunt niet op afstand leren hoe een draaibank werkt. En menselijk contact laat zich niet vervangen. Laten we hopen dat er snel een einde komt aan deze crisis. Maar laten we alles dat we nu leren, dan wel meenemen.”
Ik heb sterk de indruk dat voor ons als surveillanten de tijd voor ons voorbij is dat wij nodig zijn en daar ben ik niet blij mee, want dat scheelt mij een hoop inkomsten die ik nodig om mijn pensioenbreuk op te vangen.
Wat is uw mening hierover?