“Een carrière van tien, vijftien jaar is niet meer van deze tijd. Er zijn meerdere factoren die een rol spelen in de digitale economie. Daarom moet je regelmatig – zo niet continu – aan je vaardigheden werken. Zo maak je je carrière toekomstbestendig.” Ik had het niet beter kunnen zeggen. Aan het woord is echter Neel Mistry, werkzaam in Business Development. Ik kwam zijn uitspraak eergisteren tegen in een artikel van Nieuwsuur. Het bevestigt de trend die wij als hogeschool zien: de arbeidsmarkt verandert razendsnel door technologische ontwikkelingen, waardoor banen verdwijnen of veranderen. Een studie kiezen die je klaarstoomt voor een carrière voor de rest van je leven, is dan ook verleden tijd.
Het artikel gaat in op de mogelijke gevolgen voor werknemers als die zich niet laten om- of bijscholen. Er wordt ook – terecht – geconstateerd dat een leven lang leren niet alleen meer van werknemers vraagt maar ook van werkgevers. Welke taken vallen weg, welke veranderen? Hoe kunnen je medewerkers optimaal blijven bijdragen aan jouw organisatie?
Waar het artikel van Nieuwsuur niet op ingaat, zijn de gevolgen van deze ontwikkelingen voor het onderwijs. Die zijn omvangrijk. De continue bijscholing en omscholing van werkende professionals stelt andere eisen aan onze hogeschool dan het onderwijs aan starters. Scholing aan professionals vraagt om een nauwe aansluiting op hun werkervaring en dagelijkse beroepspraktijk. Het vraagt ook om flexibele lestijden, om de mogelijkheid onderwijs op afstand te volgen. En dus om een hogeschool die flexibel genoeg is om hier op in te kunnen spelen. Die samen met werkgevers maatwerktrajecten opzet, die in onderwijs en onderzoek op actuele vragen uit de beroepspraktijk inspringt en die passende onderwijsvormen biedt, zoals blended learning. Met de huidige ontwikkeling van onze organisatie werken we aan een hogeschool die flexibeler op deze vragen uit de arbeidsmarkt kan inspelen.
“Onze belangrijkste uitdaging is onderwijs en opleiding aan te laten sluiten bij de snel en continu veranderende behoefte in de beroepspraktijk én bij de grote diversiteit van studenten en professionals. Dat vergt wat van hogescholen. Ze moeten initieel breed én gepersonaliseerd opleiden met een goede balans van kennis, vaardigheden, hedendaagse competenties en persoonlijke ontwikkeling. En post-initieel een breed geschakeerd portfolio bieden van diplomagerichte opleidingen en non-degree cursussen en opleidingen.” Ik had het – alweer – niet beter kunnen zeggen. Deze keer is echter onze directeur onderwijsinnovatie Pieter Cornelissen aan het woord in Science Guide.
Hij vertelt er over een nieuw, open businessmodel dat nodig is om flexibele onderwijsvormen te kunnen bieden. Voor dat businessmodel is het nodig dat we samen optrekken: dus niet alleen de werknemers en werkgevers die Nieuwsuur opvoert, maar ook de overheid en onderwijsinstellingen als de HU.
Jan Bogerd