Vanaf het begin van de coronacrisis vroegen we jullie: Hoe is het om nu voor de HU te werken, op afstand van studenten en collega’s? Barbara Stevens, adviseur Vastgoed, Huisvesting en Arbo: “Sommige mensen vinden het belastend, die hebben het gevoel dat ze altijd aan het werk zijn. Maar ik vind die flexibiliteit eigenlijk wel prettig.”
“Aan het begin van de eerste lockdown zat ik met een longontsteking thuis. Ik werkte al een beetje thuis, de overgang was voor mij daardoor minder groot. Wel heb ik drie kinderen op de lagere school. Die zaten opeens ook thuis. Gelukkig hadden ze wel zin om hun schoolwerk te doen, we hoefden ze niet op te jagen. Toch vraagt het veel van je als ouder. Voor de oudste hadden de leraren een heel programma, die kon prima zelfstandig werken. Alleen af en toe een bakje fruit langsbrengen. De jongsten, die in groep 4 zitten, hadden meer begeleiding nodig. Eerst moest ik leren hoe zij leren, want dat gaat heel anders dan vroeger. Waarom schrijf je slapen met één ‘a’ en niet met twee? Dat soort dingen moet je kunnen uitleggen. Dat was leuk maar ook intensief. Daarnaast moet je dan ook nog je eigen werk zien te doen. We hebben één keer gebruik gemaakt van het mooie aanbod van de HU om een student te laten bijspringen. Gelukkig hebben wij boven een goede werkruimte waar ik en mijn partner om beurten rustig konden werken. Al met al is het eigenlijk prima gegaan.”
Ochtendmens
“Thuiswerken heeft ook voordelen. Ik vind het fijn dat je veel flexibeler met je tijd kunt omgaan. Ik ben een ochtendmens en nu kon ik al heel vroeg beginnen om daarna met het gezin te ontbijten. Je kan veel praktische dingen tussendoor regelen en dan ’s avonds nog even rustig werken. Sommige mensen vinden dat belastend, die hebben het gevoel dat ze altijd aan het werk zijn. Maar ik niet.”
Ongepland ontmoeten
“Wat ik het meeste mis, zijn de echte ontmoetingen met collega’s. Gelukkig kan ik af en toe nog naar de HU, dat is een voordeel van mijn functie. Hoe ga je de lokalen inrichten, hoeveel mensen mogen er in een lokaal: om dat te bepalen, moet je fysiek aanwezig zijn. De helft van mijn team werkt als facility managers in de gebouwen, die zijn er regelmatig. Met hen kan ik dan soms koffie drinken en bijkletsen. Dat contact helpt, maar ik zou het fijn vinden als we in september weer vaker naar de HU mogen. In onze gang zitten ook mensen van onderwijslogistiek en HR. Normaal kom je die geregeld tegen, maar nu niet – en daar plan je ook niet zomaar even een online koffiemomentje mee. Bij de koffieautomaat is het contact ongepland; je weet niet wie je tegen komt. Soms wil je je verhaal kwijt, soms wil je alleen maar koffie. Het is spontaan. Onze online koffiemomenten zijn dan ook verwaterd. Al is er recent weer initiatief genomen om dat nieuw leven in te blazen, omdat het wel wordt gemist. Maar Bijkletsen doe je gewoon minder snel online.”
Klaar voor de (nieuwe) start
“Ik ben blij dat niet al mijn werkzaamheden online plaatsvinden. Sommige afdelingen zitten nu hele dagen achter het scherm, dat lijkt me heel vermoeiend. Toch hoeft niet alles van mij terug naar af. Sommige dingen kunnen prima vanuit huis. Welke? En hoe? Dat zijn vragen waar iedereen nu mee bezig is. Daarom is ons team aan het kijken: wat is er in september nodig als iedereen weer naar de HU mag? Dat is best lastig. Hoeveel dagen mensen op de HU mogen of moeten zijn, wordt aan de teams overgelaten dus daar hebben we geen zicht op. Maar we bereiden ons zo goed mogelijk voor. De facility managers staan klaar, schoonmaak en horeca zijn voorbereid om snel op- en af te schalen. Ook loopt er een pilot met hybride vergaderen: hoe voer je een overleg als de helft aanwezig is en de helft thuis werkt? We voeren daar bijvoorbeeld ook gesprekken over met de universiteit; iedereen is immers zoekende en we kunnen veel van elkaar leren. Zodat we hopelijk in september elkaar weer kunnen zien.”
Klik hier voor de hele serie #WijzijnHU-ervaringen. Ook je verhaal delen met collega’s? We horen graag van je! Mail naar huontwikkelt@hu.nl.