“Ik ben opgeleid als moleculair bioloog, maar heb ook beroepservaring op gebieden als bio-informatica, sales, klantrelaties… En ik ben docent geweest. Mijn moedertaal is Pools, maar ik spreek ook Engels en Nederlands.” Kortom, Agata Malta-Meglicz is van alle markten thuis. Dat komt goed van pas in de complexe wereld van de onderwijslogistiek.
“Toen ik begon met mijn studie moleculaire biologie, in Polen, had ik mooie idealen. Ik dacht, we gaan samen oplossingen bedenken voor ziektes, werken aan een medicijn voor kanker. Na mij studie ging ik werken als docent-onderzoeker bij een ziekenhuis. Van mijn ideaalbeeld kwam niet veel terecht; in de praktijk bleek je vooral veel te moeten vechten voor subsidies. Je werkte meer tegen dan mét elkaar. Dat was niks voor mij. Ik ben toen naar Nederland verhuisd om promotieonderzoek te gaan doen bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Dat onderzoek heb ik niet afgerond; ik ben voor een biotechbedrijf gaan werken. Dat was het echter ook niet voor mij. Vervolgens heb ik meerdere dingen geprobeerd, zelfs fotografie. Ik doe graag iets voor mensen, bruiloftsfotografie vond ik geweldig. Privéomstandigheden maakten het echter lastig dat te blijven doen.”
Out-of-the-box
“Toen werd ik gevraagd of ik misschien voor een bedrijf wilde komen werken dat roosterprogramma’s maakt. Ze konden mijn analytisch inzicht goed gebruiken. Ze maakten software voor universiteiten en hogescholen, en ik dacht: waarom niet? Misschien kom ik langs die weg weer een beetje terug in de wereld van de wetenschap. Ze detacheerden me bij de Haagse Hogeschool. Roosteren was nieuw voor mij, maar ik leer snel en ik heb een talent voor out-of-the-box denken; voor het niet accepteren zoals het is maar zoeken hoe het beter kan. Al na drie maanden nam de hogeschool mij in dienst.”
Dat moest anders
“Ik werkte daar nog onder een tijdelijk contract toen er een baan vrijkwam bij de HU. Ik kon aan de slag bij het team Onderwijsplanning van de Afdeling Onderwijslogistiek. Binnen dit team maak ik roosters voor Instituut Archimedes. Ik zei het al: als ik mogelijkheden voor verbetering zie, dan ga ik ervoor. Nou, die waren er wel. Als er bij roostering een mutatie was – bijvoorbeeld omdat een docent ziek uitviel –, dan kon dat worden doorgegeven met een belletje, een appje, van alles. Al die communicatieroutes, dat was heel onoverzichtelijk. Binnen twee maanden na mijn start wist ik dat te veranderen. Er zijn nu vaste routes, vaste systemen. Het is overzichtelijker en minder foutgevoelig. Mensen kunnen elkaar nu makkelijker vervangen en er zijn betere data-analyses te maken. Als moleculair bioloog snap ik het belang van een goede data-analyse wel.”
Gewoon goed
“Mijn nieuwe werkwijze kwam nogal ad hoc tot stand. Het leuke is: zo’n zes jaar later, sinds het begin van dit studiejaar, is deze manier voor iedereen verplicht. Het bleek gewoon heel goed te werken. Daar ben ik trots op. Ik hou van verandering, van nieuwe dingen introduceren waardoor iets beter werkt. Maar, dit was pas de eerste stap hoor. Uiteindelijk moet er een heel nieuw roosterprogramma komen. Ik ben graag bij dat traject betrokken; ik heb veel ervaring met systemen. Ik train ook nieuwe medewerkers bij het roosterbureau in het huidige systeem. Zo geef ik ook nog een beetje les op onze hogeschool.”
Nóg beter
“Na al die omzwervingen zit ik hier goed op mijn plek. Ik moet mijzelf alleen soms een beetje afremmen. Dan is alles klaar en dan kom ik met: maar we kunnen het ook zó doen, misschien is dat wel nóg beter…”