Vanaf het begin van de lockdown vroegen we jullie: hoe is het om thuis te werken, op afstand van studenten en collega’s? Inmiddels zijn we maanden verder en zijn het nog steeds rare, onzekere tijden. Frans Meeuwsen: “Ik had ingeschat dat de dochter het ongeveer drie dagen zou volhouden.”
Frans Meeuwsen is teamleider studentbegeleiding. In maart vroegen we voor het eerst naar zijn ervaringen. Hoe gaat het nu met hem en zijn werk voor de HU? “Nog steeds werk ik thuis aan de eettafel en nog steeds loopt huiskater Ronnie soms over mijn toetsenbord. Op het eerste gezicht lijkt het niet veel anders dan aan het begin van de lockdown, toen we thuis moesten gaan werken. Wat er anders is, is dat het beter voelt. Meer rust in mijn hoofd en hart. Een betere balans tussen werk en privé. Het heeft wel even geduurd voordat ik die balans vond.”
Hendrik de Haan
“Een van onze dochters, opgegroeid midden in Utrecht, vond Amsterdam al jaren ‘the place to be’. Utrecht was te klein, te rustig. Ze woont nu inmiddels vier jaar midden in Amsterdam en ze vindt het heerlijk. Mijn vriendin en ik zijn ook verhuisd; de andere kant op, naar het platteland.”
“Als praeses van een studentendispuut in Amsterdam begeeft dochterlief zich 24 uur per dag in de hectiek van feesten, borrels, netwerken, besturen van het dispuut, vriendjes, vriendinnetjes, werken in de horeca, borrels, en soms ook nog wat onderwijs. In één klap viel dat door de lockdown allemaal weg. Ze kwam, vanaf het begin van de lockdown, bij ons op het platteland wonen. Stadse hectiek is hier ver te zoeken. Hier kraait Hendrik de Haan vanaf 5 uur in de ochtend, komt boer Bert met zijn trekker een paar keer per dag voorbij en staat er soms een ontsnapte pony van de buren in onze tuin.”
Een knop omgezet
“Ik had ingeschat dat de dochter het ongeveer drie dagen zou volhouden, maar dat werden bijna drie maanden. Ze genoot van de rust en wij genoten van haar. Ze kookte regelmatig en deed soms de boodschappen – ondanks dat je daar toch 20 mintuten voor moet fietsen. Enkele reis. Vrijwel iedere avond werd er samen met mama een wandeling gemaakt om naar de jonge veulentjes en lammetjes te kijken. Razendsnel had ze een knop omgezet en had ze zich overgegeven aan de nieuwe realiteit. Niks geen ‘ge-ja, maar’; niet zeuren, niet mopperen maar er het beste ervan maken. Online vergaderen met de mede-dispuutsleden ging prima.”
Wat nu dan?
“Ik had zelf sterk de neiging om te blijven hangen in de pre-corona tijd, toen alles beter was. ‘Echte ontmoetingen, daar gaat het om. Online meetings zijn toch een slap aftreksel’, zei ik op een avond tegen haar. Ze antwoordde: ‘Prima dat je dat vindt, maar wat nu dan? Ga je maanden lang zitten mopperen en klagen?’ Ze hield me echt een spiegel voor.”
“Aan één ding heeft ze niet kunnen wennen. Een kat die af en toe op tafel springt is prima, maar een kip……”
Klik hier voor de hele serie #WijzijnHU-ervaringen. Ook je verhaal delen met collega’s? We horen graag van je! Mail je verhaal – of een verzoek even hierover te chatten, bellen of Skypen – naar huontwikkelt@hu.nl.