Aan Hogeschool Utrecht zijn circa 150 promovendi verbonden. Deze groep bestaat voor een groot deel uit docenten die zijn vrijgesteld van onderwijstaken. Zij vormen bij uitstek een brug tussen onderzoek en onderwijs. Waarom zou je als docent promotieonderzoek willen doen? En hoe is het leven als promovendus?
“Mijn promotieonderzoek komt direct voort uit het onderwijs”, zegt Anniek van Doornik-van der Zee. Zij is sinds 2007 docent aan de opleiding Logopedie. “Ik heb jarenlang onderwijs gegeven over spraakontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Studenten vroegen vaak: hoe stel je vast hoe ernstig zo’n spraakontwikkelingsstoornis is? Het antwoord was, dat dat een kwestie van gevoel is: je moet het vergelijken met een normale ontwikkeling en dan een inschatting maken. Ik wilde daar heel graag onderzoek naar doen om tot een objectieve maat te komen. Niet alleen om de studenten een beter antwoord te geven, maar ook om onderzoek naar effectiviteit van logopedische behandelingen mogelijk te maken.”
Voucher
Van Doornik volgde een master Logopediewetenschappen aan de UU en deed daarin voorbereidend werk voor zo’n onderzoek. “Najaar 2015 kreeg ik toen een HU Promotievoucher toegekend. Op 1 december kon ik mijn onderzoek beginnen.” Zo’n promotievoucher is een beurs die Hogeschool Utrecht beschikbaar stelt voor docenten die promotieonderzoek willen doen. De docent wordt vier jaar lang drie dagen per week vrijgesteld van onderwijstaken om onderzoek te doen. “Ik ging van 0,6 tot 0,8 fte naar 0,2 fte in het onderwijs”, zegt Van Doornik. “Dat was even wennen. Je krijgt een andere rol en stapt met een been uit het onderwijs. Je bent wel onderdeel van de onderzoeksgroep en het lectoraat, maar je onderzoek doe je toch grotendeels alleen.”
Aantallen
Binnen de HU zijn er meer dan 100 docenten bezig met een promotieonderzoek. In 2017 telde het kenniscentrum Gezond en Duurzaam Leven 45 promovendi. Leren en Innoveren herbergde er 29, Economisch Sterke en Creatieve stad 19 en Sociale Innovatie 19. Bovendien zijn er naar schatting 50 promovendi aan het werk die door andere partijen dan de HU worden betaald, bijvoorbeeld het bedrijfsleven en de NWO of via SIA Raak-subsidies en docentenbeurzen. De aantallen promovendi veranderen elk jaar, doordat mensen promoveren en anderen juist beginnen met hun promotieonderzoek.
Netwerken
Van Doornik vond het begin van haar onderzoek een bevreemdende ervaring. “Toen ik begon op 1 december, dacht ik: en nu? Ik wist niet goed wat er van mij werd verlangd. Ik kreeg een gesprek met de promotiecoördinator van Universiteit Utrecht (UU), maar vanuit de HU hoorde ik niets. Pas later kwam ik erachter dat er wel degelijk ondersteuning is. Langzaam leerde ik andere promovendi kennen. Zo groeide ik erin.” Van Doornik vroeg zich af of dat niet anders kon. Daarom nam zij zitting in de promovendiraad Geesteswetenschappen van de UU. “Promovendi zijn relatief nieuw op hogescholen, maar aan de universiteit zijn ze onderdeel van het systeem. Binnen universiteiten is daarom veel meer geregeld voor hen. Ik wilde graag de kunst afkijken en ook binnen de HU de nodige netwerken opzetten.”
Inzet
Dat bleek nog een hele toer: er was nauwelijks contact tussen promovendi binnen het eigen kenniscentrum, laat staan met collega’s uit de andere drie kenniscentra. Maar gaandeweg bouwde van Doornik het netwerk op. Gelijktijdig nam ze zitting in PROUT (promovendinetwerk Utrecht) het UU-brede netwerk, en van daaruit ook in PNN (promovendi netwerk Nederland). Met alles wat ze daar opstak, richtte Van Doornik in mei 2018 een promovendinetwerk op binnen het KC Gezond en Duurzaam Leven; in september vertegenwoordigde het promovendi van de hele HU. Eind november was de eerste borrel. “Vanuit het netwerk zetten we ons in voor drie dingen”, zegt Van Doornik. “Het eerste is belangenbehartiging: het oppakken van dingen waar promovendi tegenaan lopen, van een postsysteem tot voorlichting over carrièreperspectief. Het zou zonde zijn als je na je promotie weer in je oude rol kruipt en niks doet met je onderzoek. Het tweede is een sociaal aspect: borrels, lunchbijeenkomsten om te leren van promovendi die al langer bezig zijn of van kersverse doctors. En het derde is kennis delen: bij de HU wordt heel mooi onderzoek gedaan op allerlei terreinen. We kunnen veel van elkaar opsteken, soms inhoudelijk, maar zeker ook wat betreft methodes en technieken van onderzoek.” Inmiddels is zij samen met PNN bezig met het opzetten van een aparte afdeling voor promovendi aan Nederlandse hogescholen. Ook zit ze namens promovendi in de KC-raad, het medezeggenschapsorgaan van de kenniscentra aan de HU.
Lol
Komt Van Doornik met al die netwerkactiviteiten nog wel toe aan haar eigen onderzoek? “Ja hoor”, lacht ze. “Het loopt aardig volgens planning, ik verwacht eind dit jaar klaar te zijn. Soms is het wel hard werken, maar ik vind het heel leuk om te doen en erg inspirerend om te zien hoe anderen met hun promotie bezig zijn.” Het is de bedoeling dat ze haar vijf posities in de diverse netwerken en overlegorganen langzaamaan gaat overhevelen naar anderen. “Liefst vijf mensen”, zegt ze. “Het is niet handig als alles om een persoon draait.” Ze beveelt het in elk geval warm aan. “Ik heb er lol in en kan er allerlei kanten van mezelf in kwijt. Het is heel belangrijk dat je doet wat je leuk vindt en waar je energie van krijgt en niet alleen maar die promotie in het vizier hebt.”
Ondersteuning promovendi
Sinds 2015 kent de HU een zogenaamd pre-promotietraject. Dit biedt geïnteresseerden de kans kennis te maken met ‘het promoveren’ zodat zij een bewuste keuze kunnen maken voor een promotietraject. Er wordt een persoonlijk promotieplan ontwikkeld waarin staat welke vaardigheden de kandidaat (verder) moet ontwikkelen om het promotietraject tot een goed einde te brengen. Kandidaten worden ondersteund bij het schrijven van hun onderzoeksvoorstel.
Wie wil promoveren kan een aanvraag doen voor een promotievoucher. Deze stelt kandidaten, die voldoen aan de criteria, voor 0,6 fte vrij om te werken aan hun promotie.
Tot slot faciliteert de postdoc-faciliteit gepromoveerde medewerkers in vervolgonderzoek. Hiervoor worden zij voor een jaar 1 dag per week vrijgesteld van andere werkzaamheden. Meer informatie vind je hier.
Heel mooi dat er aandacht is voor de promovendi van de HU!!
Ik wil even het aantal promovendi bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie corrigeren. Het zijn er maar liefst 19!
Daarvan zijn er 8 met een nog lopende HU voucher bezig (vandaar het misverstand). De andere promoties worden uit andere bronnen gefinancierd.
Wat jammer dat de HU deze kans (nog) niet biedt aan andere medewerkers dan docenten.
HU promovendi worden ook mede gefinancierd vanuit de onderwijsinstituten vanuit de Hogeschool. Zo hebben het Instituut Archimedes, het Seminarium voor Orthopedagogiek en ITT een aantal trajecten gedeeltelijk of volledig gefinancierd de afgelopen jaren.
Meer in het algemeen is het van belang dat de onderwijsinstituten en de Lectoraten gezamenlijk goed optrekken bij de keuze van het onderwerp voor het promotieonderzoek; bij de selectie van potentiele kandidaten en t.b.v. de benodigde facilitering bij mogelijke uitloop van het traject.
Graag wil ik Anniek van Doornik-van der Zee bedanken. Als buitenpromovendus mag ik als “gast” de lectoraatsbijeenkomsten bijwonen. Dat waardeer ik. Daarnaast vind ik contact met andere promovendi heel stimulerend. Super voor al je werk om dit te bewerkstelligen.