Blog: Samen aan tafel

De voormalige kenniscentra van Hogeschool Utrecht correspondeerden ruwweg met de naam van onze zes voormalige faculteiten. Werd er dan niet over de grenzen van die kenniscentra/ faculteiten samengewerkt? Zeker wel. Veel vraagstukken uit de beroepspraktijk vragen immers om antwoorden die op het snijvlak van kennisvelden zijn te vinden. Sterker nog, in de dynamiek van onze stedelijke omgeving, waar vernieuwingen zich in steeds hoger tempo opvolgen, wordt multidisciplinair denken en doen steeds belangrijker. Maatschappelijke problematiek laat zich zelden meer vanuit één vakgebied oplossen. Wie één aspect aanpakt, ziet gevolgen op allerlei terreinen. Het is dan ook veel effectiever vraagstukken vanuit een brede visie samen op te pakken: kijk naar de machine, niet naar het radartje.

Om dat te bereiken, willen we het samenwerken over grenzen heen nog meer stimuleren. Daarin staan niet langer verschillende vakgebieden of domeinen, maar staat de maatschappelijke (stedelijke) problematiek centraal waar wij ons als hogeschool op richten. Die vier nieuwe kenniscentra (Leren en innoveren, Gezond en duurzaam leven, Sociale innovatie, Economisch sterke en creatieve stad) verhouden zich direct tot ons profiel: bijdragen aan de kwaliteit van (samen)leven in de stedelijke omgeving.

Een terecht gesignaleerd vraagstuk is de mate waarin verbinding tussen het onderwijs en onderzoek tot stand komt. Daarin hebben zowel de opleidingen als de lectoraten een belangrijke rol. Er gebeurt al veel goeds, met docenten en studenten die participeren in onderzoek en met onderzoeksopbrengsten die terugvloeien in het onderwijs. Denk maar aan het uitstekende werk van de lector van het jaar Nadja Jungmann, die complimenten kreeg voor de wijze waarop het lectoraat onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk verbindt. Het is zeer vruchtbaar om toekomstige professionals en hun opleiders al vanaf het begin in een nieuw onderzoeksproject te laten samenwerken met de beroepspraktijk, zoals bijvoorbeeld in het prijswinnende project ESSENCE gebeurt.

Dergelijke samenwerking, waarbij onderzoek en onderwijs vanaf het begin samen optrekken, is nog niet zo eenvoudig te realiseren. Waar begin je als onderzoeker of docent met de samenwerking? Hoe creëer je tijd daarvoor? Hoe breng je de juiste mensen tijdig bij elkaar? En de allerbelangrijkste vraag: doen we wel de goede dingen voor de beroepspraktijk op de juiste manier? Welke goede dingen zouden we in de toekomst voor en met de beroepspraktijk moeten doen? Om daarbij te helpen, gaan we werken met zogenaamde ‘tafels’. Dat zijn bijeenkomsten waarin onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk zich bezinnen op vraagstukken die voor alle aanwezigen van belang zijn. Dat kan bijvoorbeeld gaan over nieuwe onderzoekslijnen, over nieuwe opleidingen of cursussen of over een actueel vraagstuk van de beroepspraktijk en andere belanghebbenden (stakeholders), zoals overheden en onze studenten. Inhoudelijke en ervaringsdeskundigen schuiven dan ‘aan tafel’.

Zo’n bijeenkomst kan op allerlei manieren vormgegeven worden. Dit is niet iets wat je zomaar doet, want dergelijke bijeenkomsten scheppen ook verwachtingen. Het werkt alleen als het doel van de bijeenkomst duidelijk is, goed georganiseerd is en er een terugkoppeling plaatsvindt over wat er met de resultaten gaat gebeuren.

Op deze wijze willen we bewustzijn creëren over onze meerwaarde als brede kennisinstelling, maar ook nadrukkelijk werken aan de verbinding tussen onderwijs en onderzoek. Dat levert bovendien kansen op voor een betere verbinding met de praktijk, waardoor onze ambities met betrekking tot leven lang leren en contractonderzoek beter gerealiseerd kunnen worden. Zo zijn de tafels ook een bron van inspiratie voor onze studenten en medewerkers.

Anton Franken

Reacties zijn gesloten