#WijZijnHU in tijden van corona (44)

Vanaf het begin van de coronacrisis vroegen we jullie: Hoe is het om nu voor de HU te werken, op afstand van studenten en collega’s? Martijn Jansen, docent Software Development en Data Science: “Dan zegt iemand: ‘Ik heb een vraag’ – en heb ik dus geen idee wie er spreekt.”

“Ik zat nog helemaal in het ritme van het fysieke onderwijs toen we – pats – van de ene op de andere dag in lockdown moesten. Ik moest het onderwijs omzetten, lessen inhalen, klassen samenvoegen. Bij de versoepelingen gaat er wel eens een week overheen voor iets wordt doorgevoerd; moest die lockdown dan echt in één dag? Ik vond dat heel vervelend. Ik denk niet dat het levens had gekost, als men er een paar dagen voor had uitgetrokken om dingen te regelen. Ik vind dat het kabinet sowieso is doorgeschoten in de maatregelen, inmiddels. Ik ben meer van de gulden middenweg. De kleine dingen die werken en die weinig moeite kosten, moeten we zeker blijven doen. Zoals handen wassen, mondkapjes dragen en afstand houden. Maar de maatschappij heeft veel te veel te lijden onder de lockdown. Faillissementen, eenzaamheid, uitgestelde zorg; het heeft ons teveel gekost.”

Hybride het beste

“Voor ons onderwijs heeft de lockdown echter zeker voordelen gehad. Bij HBO-ICT hebben we soms voor één vak wel vier of vijf klassen. Die moeten allemaal hetzelfde uitgelegd krijgen. Online kan dat in één keer. Je bent niet gebonden aan de grootte van een collegezaal. Ik neem mijn colleges ook op, zodat studenten ze later kunnen terugkijken. Al met al ben ik dus veel minder tijd kwijt aan de theorie. Van mij mag dit zo blijven: Kies de docent die een bepaald onderwerp het beste kan uitleggen en laat die het online hoorcollege doen. In die colleges behandel je dan puur de theorie. De werkcolleges, waarin nu soms ook nog theorie aan bod komt, maken we honderd procent werkcolleges, waarin studenten fysiek bij elkaar samenwerken aan opdrachten. Volgens mij is die hybride vorm het beste.”

Gemotiveerde studenten over

“Het strikt scheiden van colleges voor theorie en praktijk heeft nog een voordeel. Een deel van de studenten komt bij ons enkel voor de uitleg en voert niets uit tijdens het oefengedeelte van een interactief hoor-en-werkcollege. Dat werkt heel demotiverend voor de rest – en voor mij. Als je alle uitleg in de hoorcolleges geeft en van de werkcolleges echt honderd procent werkcolleges maakt, dan blijven die studenten die niet willen oefenen met de materie gewoon weg. Dan houd je de gemotiveerde studenten over. De studenten vinden dat zelf ook fijner. Dus ik hou dit graag zo, ook na corona.”

Soort opkomstplicht

“Natuurlijk was het wel wennen, onderwijs in coronatijd. Dat zit ook in de kleine dingen. Dan begint een student in een hoorcollege, met de webcam uit: ‘Ik heb een vraag’ – en heb ik dus geen idee wie er spreekt. Altijd even je voornaam noemen of digitaal je hand opsteken; dat soort dingen moeten ze leren. Ik heb het ook wel meegemaakt dat ik zelf iemand een vraag stelde die dan net even ‘koffie aan het halen’ was. Je weet zonder webcam nooit zeker of iedereen er wel echt is. Bij online assessments moet de camera overigens wél altijd aan. Dat is een eis. Het zijn immers een soort tentamens. De webcam is er dan als soort digitale opkomstplicht.”

Plek gevonden

“Het online onderwijs is wel minder sociaal. De meeste van mijn collega’s kende ik al. Daar gaat het online contact goed mee, maar nieuwe studenten leer ik nu minder goed kennen en dat is jammer. Toch voel ik me zeker nog verbonden met de HU. Ik werk er nu bijna vijf jaar. Ik hoop dat de HU na corona kiest voor hybride onderwijs, maar hoe het zich ook ontwikkelt, ik blijf wel. Ik heb mijn plek gevonden.”

Klik hier voor de hele serie #WijzijnHU-ervaringen. Ook je verhaal delen met collega’s? We horen graag van je! Mail naar huontwikkelt@hu.nl.

Reacties zijn gesloten