Op HU Ontwikkelt delen we in deze moeilijke tijden, naast praktische informatie, verhalen uit de HU-gemeenschap. Vandaag het verhaal van Arno Wilkens, coördinator en docent van het programma Creatieve Industrie, docent bij Communication & Multimedia Design en Docent van het Jaar 2020: “Ik denk dat ik wel weet waarom het goed gaat.”
“Toen het hbo de deuren sloot, zat ik eigenlijk al vier weken in ‘quarantaine’. Midden februari is namelijk onze tweeling geboren en ben ik een aantal weken vrij geweest om voor hen, mijn dochter van drie en m’n vriendin te zorgen. Precies op de vrijdag ik dat voor het eerst weer op de fiets zou stappen richting HU, ging de boel op slot. Qua ritme veranderde er toen niet zoveel. Alleen blijven we nu nog veel meer thuis.”
Opschuiven
“In het onderwijs was het wel even omschakelen. Met het programma Creatieve Industrie zouden we net gaan starten aan een nieuwe fase: vijf weken waarin de studenten aan de slag zouden gaan voor echte opdrachtgevers. Een stevige uitdaging, waarbij de studenten in interdisciplinaire teams veel met de opdrachtgever maar vooral de eindgebruikers van hun oplossing in contact zouden gaan. Gelukkig hebben we dit in overleg met alle partijen wat kunnen opschuiven en een aantal andere dingen in ons programma naar voren kunnen halen. Zo konden de studenten – en wij – wennen aan de nieuwe realiteit en konden we met de opdrachtgevers goed afstemmen hoe we verder willen gaan.”
Bevragen en feedback
“Het onderwijs an sich was best goed om te zetten naar online. We coachen heel veel in het programma, deelden al veel online en waren vooral bezig om studenten te bevragen en van feedback te voorzien. Dat kan allemaal prima via videobellen op afstand. Alle bronnen die studenten nodig hebben om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen, stonden al online. Daar hebben we meer informatie, video’s en zelf opgenomen PowerPoints aan toegevoegd. Aan ons was het daarna de taak om alles goed te begeleiden op afstand.”
Hun draai gevonden
“Dat begeleiden gaat vrij goed. Wat ik persoonlijk erg mis is het directe contact: dat je via non-verbale communicatie kan merken of een student jouw feedback goed begrijpt, of kunt aanvoelen dat er nog iets speelt onder de oppervlakte. Dat is via videobellen een stuk moeilijker. Daardoor mist er voor mijn gevoel soms wat scherpte. Maar wat ik van studenten terugkrijg, is dat ze hun draai hebben gevonden in het werken op deze manier. Ze maken er het beste van en werken als team goed samen, inclusief virtuele vrimibo’s. Waar ik echt trots op ben is dat ze Design Thinking – de ruggengraat qua werkwijze van ons programma – op afstand goed weten toe te passen, met echte gebruikers. Ze netwerken goed, ze durven via videobellen van alles te vragen en ondernemen, ondanks dat de eerste keren best spannend zijn.”
Verantwoordelijkheid en vertrouwen
“Ik denk dat ik wel weet waarom het goed gaat. Wat we met dit programma doen, en wat zeker in tijden van deze crisis van enorm belang is, is het geven van verantwoordelijkheid en vertrouwen aan studenten. Ze willen en kunnen heel erg veel, mits ze zich maar uitgedaagd voelen en het vertrouwen krijgen dat ze zich als professionals mogen gedragen. Daar kun je ze vervolgens ook op aanspreken en professionele gesprekken over hebben, wat wij tijdens feedbacksessies en in leerteams doen.”
Als een trein
“Volgens mij is deze bijzondere en soms taaie tijd voor docenten een enorme kans om het onderwijs nog mooier en leuker te maken voor onze studenten. Laten we nadenken over hoe we de bal (verantwoordelijkheid en vertrouwen) nog beter bij de studenten kunnen leggen, in de vorm van het uitvoeren van beroepstaken zoals die ook in de praktijk bestaan, voor de professionele rol waarvoor ze opgeleid worden. Die vorm van onderwijs werkt als een trein, zeker nu!”