Snel reageren op een vraag uit de praktijk, dat is niet iedere opleiding gegeven. Essentieel is dat je al een goede relatie hebt en elkaar snel weet te vinden. Voor het testen van een patiënt vriendelijke onderzoeksmethode, klopte het RIVM aan bij het Institute voor Life Sciences & Chemistry (ILC). Daarna ging het snel. “Niet vaak meegemaakt dat we het zo snel op orde hadden.”
Eerste contact
Sinds 2015 worden meer mensen ziek door een bepaald type meningokok, een bacterie die bij gezonde mensen in de neusholte voor kan komen. Als de bacterie in de bloedbaan komt, kunnen ernstige ziekteverschijnselen optreden. Tot nog toe wordt aanwezigheid van de bacterie onderzocht door een monster uit de keel te halen, maar dat is geen prettige methode. Zou afname van speeksel wellicht net zo goed werken? Marie-Monique Immink, docent bij ILC, en Thijs Bosch van het RIVM, hadden er in september voor het eerst contact over. “We willen nagaan of de techniek werkt en of de methode bruikbaar is bij een grote groep mensen,” gaf Thijs Bosch aan. Op 30 oktober ging de pilot voor de nieuwe afname methode van start.

Maatschappelijke relevantie
Voor Thijs Bosch lag samenwerking met het ILC voor de hand. “We hebben al een goede samenwerking.” De studentenpopulatie bood bovendien de mogelijkheid om de speekseltest uit te proberen bij een leeftijdsgroep met mogelijke dragers van de bacterie. “Bij de leeftijdsgroep tussen 14 en 25 jaar is namelijk weinig bekend over het dragerschap.” Voor het instituut zelf heeft de samenwerking ook veel toegevoegde waarde. “Een van de pijlers van mijn functie is extern contact richting beroepspraktijk. Het werkt twee kanten op”, legt Marie-Monique Immink uit. “Nauw contact met het beroepenveld en aansluiten bij maatschappelijk relevante thema’s, is voor ons van groot belang. Het is heel inspirerend voor studenten.” Het ILC is zuinig op alle contacten met de praktijk, benadrukt Marie-Monique Immink. “Wij kennen onze stageplekken, wij kennen onze studenten en we weten wie waar kan passen.”
Aan het werk
Studenten Lieke de Jong en Ivo Grift voeren het onderzoek uit. Als stagiaires zijn ze van september tot januari 40 uur per week werkzaam voor het RIVM bij de afdeling bacteriële surveillance en respons. De periode van het onderzoek valt precies samen met de stageperiode. “Meestal val je halverwege in. Nu maak je het hele proces mee vanaf het begin,’ stelt Lieke de Jong. Zij en haar medestudent Ivo gedijen uitstekend in de praktijksituatie. “Je bent eindelijk echt aan het werk.” Opdracht is om de nieuwe testmethode de komende tijd uit te proberen bij in totaal 300 studenten. Dat betekent 50 studenten per testdag gedurende 6 weken. Gelukkig hebben ze op het RIVM al kunnen oefenen met 50 collega’s. Dat aantal moeten ze zeker kunnen halen. Ook over het stageverslag, dat eind januari af moet zijn, maken ze zich geen zorgen. “We hebben wel geluk met dit project!”
Zelfstandige stagiaires
Volgens Thijs Bosch is voor de studenten de cirkel rond. “De studenten zijn betrokken bij heel toegepast onderzoek. Ook bij de communicatie en de organisatie ervan.” De zelfstandigheid van HU studenten is voor het RIVM een pré. “Het niveau is bijna altijd goed, je hoeft ze niet ellenlang mee te nemen. Ze runnen hun eigen deel van het onderzoek.” Korte lijntjes met de docenten zorgen er voor dat de opleiding nauw bij de stages betrokken is. Al met al leveren de studenten een belangrijke bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek van het RIVM. Een samenvatting van de resultaten van de pilot volgt in het eerste kwartaal van 2019. Dan geeft Thijs Bosch voor belangstellenden een lezing met de eerste indruk van de nieuwe opsporingsmethode. “Daar krijgen onze stagiaires zeker ook een rol in.”
Snel handelen loont als een externe partner op de stoep staat. Voorwaarde is wel dat je al nauw contact hebt met elkaar. Dan is afstemming kort van tevoren genoeg om te komen tot een ‘unieke samenloop’: een onderzoek waar praktijk en opleiding baat bij hebben. “Bij dit project valt alles samen.”
RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Life Sciences
(tekst: Hans Zijlstra)