Impact van de kwaliteitsgelden (3): werkplaats verrijkt programmatisch onderwijs

De opleiding communicatie startte zo’n acht jaar geleden met programmatisch onderwijs. Dat was een grote overgang, vertelt Zwanet: van klassikaal lesgeven en traditioneel toetsen naar veel werken aan beroepsproducten, met feedback en evaluatie als belangrijke pijlers. “Studenten werken in jaar één vanaf het tweede semester al aan praktijkopdrachten van echte opdrachtgevers. Zeker in het begin hebben ze daar veel begeleiding bij nodig. We merkten echter dat studenten vaak pas tegen de deadline met vragen kwamen. Dat is niet ideaal voor het leerproces én niet voor de werkdrukverdeling van docenten. Hoe konden we die begeleiding nou effectiever inrichten?”

Niet: is dit goed?

“Het idee voor de werkplaats heeft zijn oorsprong in het concept huiskamer, waar we al eerder mee zijn begonnen. De huiskamer is er al een tijdje voor eigen-tempo-lopers. Dit zijn studenten die in het jaar waarin zij onderwijs volgen een ander ritme lopen dan reguliere studenten, bijvoorbeeld omdat een student langer of korter over het geprogrammeerde onderwijs doet. In de huiskamer kunnen deze studenten wekelijks een middag terecht om onder begeleiding van twee docenten te werken aan beroepsproducten, met als doel zo snel mogelijk te kunnen afstuderen of weer te kunnen instromen in het reguliere onderwijs. Dat concept sloeg aan. We zijn toen gaan kijken of we deze werkvorm ook konden inzetten in ons reguliere onderwijs. Zo zijn vorig jaar de werkplaatsen ontstaan in jaar 2 en jaar 3 van de voltijd opleiding. Studenten kunnen hier in blokken van vier uur terecht om aan hun praktijkprojecten te werken. De docent loopt rond om waar nodig te helpen en feedback te geven, maar ook om studenten te leren goede, gerichte feedback-vragen te stellen. Dus studenten leren om in plaats van ‘is dit goed?’ gericht input te vragen op specifiek handelen.” Het werkplaatsconcept pakt heel goed uit, vertelt Zwanet trots. “Het afgelopen jaar zijn we het daarom gaan inzetten in alle jaren van de voltijd opleiding én bij de deeltijdopleiding. Overigens bestaat de huiskamer voor eigen-tempo-lopers ook nog steeds.”

Een andere mindset

De werkplaats is een relatief nieuw concept en het instituut houdt de vinger dan ook goed aan de pols, met regelmatige evaluatiemomenten. “Daarnaast krijgen al onze docententeams vanuit de kwaliteitsgelden een training in hoe je studenten zo goed mogelijk kunt begeleiden in een werkplaats. Hoe geef je optimaal feedback, hoe hou je studenten betrokken? Soms vinden docenten het nog wat spannend: hoe vul ik die vier uur zinvol in? Als iedereen lekker bezig is en er geen vragen zijn, kan ik dan even wat mails gaan beantwoorden of wordt er dan toch iets anders van mij verwacht? Het is een andere taakinvulling en dat vraagt om een andere mindset. Dat is soms wennen. Een training helpt daarbij.”

Betere opkomst

“We evalueren het concept regelmatig met studenten en die zijn over het algemeen enthousiast. Het is heel leuk om te horen: dit werkt echt. We merken dat het hun binding met de opleiding vergroot. Studenten wonen vaker langer thuis en hebben soms een behoorlijke reistijd. Als ze enkel een leerteambijeenkomst hebben, komen ze vaak niet naar de HU. Nu ze aansluitend vier uur werkplaats hebben, loont het veel meer om te komen. Ze waarderen daarbij het onderlinge contact en het contact met docenten. We zien de opkomst verbeteren – en daarmee zeker ook de resultaten. Enthousiaste, meer betrokken studenten maken bovendien het werk van docenten leuker. Ook van hen krijgen we positieve feedback.”

Leren van fouten

Met de introductie van de werkplaats is het aantal feedbackmomenten vergroot. Hierdoor weten studenten beter waar ze nog aan moeten werken en dat leidt tot betere beroepsproducten, vertelt Zwanet. “Dat is motiverender voor de studenten en doordat de feedback nu persoonlijk wordt gegeven in plaats van via een formulier, is de impact groter. Veel feedback past bovendien goed bij programmatisch onderwijs, waarin fouten niet direct tot een afwijzing moeten leiden maar je van fouten mag leren.”

Een mooi concept

In één werkplaats zitten nu nog zo’n dertig studenten, uit hetzelfde jaar en van dezelfde cursus. Het instituut hoopt in de toekomst de ruimte te hebben om meer studenten bij elkaar te zetten en meer docenten te laten rondlopen, zodat er meerdere expertises aanwezig zijn. “Het zou in het kader van multidisciplinair samenwerken mooi zijn als we ook studenten van verschillende specialisaties, jaren of opleidingen in één werkplaats kunnen hebben, maar dat is vooralsnog toekomstmuziek.”

“Voor opleidingen die met programmatisch onderwijs werken, is de werkplaats echt een mooi concept. We kunnen elkaar hierin zeker verder helpen”, besluit Zwanet.

Lees ook:

Wil je op de hoogte blijven van het nieuws en de updates rondom de HU Kwaliteitsafspraken? Word dan lid van de groep HU Kwaliteitsafspraken op ÉÉN HU.

Reacties zijn gesloten