
“Toen ik een jaar geleden coördinator werd van dit project, zag ik dat heel veel mensen al van alles organiseerden rond die eerste honderd dagen”, vertelt Renske Krijnen. “Omdat iedereen voor zichzelf bezig was, werden er echter veel eigen wielen uitgevonden. We zijn al die initiatieven gaan inventariseren en gaan kijken of we ze slim met elkaar kunnen verbinden. De Teams-community ‘de eerste 100 dagen’ is hiervoor een belangrijke plek waar opleidingen hun ideeën en ervaringen uitwisselen. Ook organiseren we allerlei themasessies en workshops over zaken als studentbetrokkenheid, peer coaching en de 100-dagen-monitor, waar ook weer mensen met elkaar in gesprek gaan. Zo krijgen wij – en belangrijker, de instituten zelf – een beter beeld van wat voor aanbod er zoal is, wat werkt en wat niet.”
Checklist
“Er zijn veel zaken die invloed hebben tijdens de eerste honderd dagen. Wij adviseren opleidingen hoe zij hierin samenhang en focus kunnen aanbrengen”, stelt Renske. “Als hulpmiddel ontwikkelen we een checklist, zodat ze kunnen kijken: wat doen we al en wat zouden we nog meer kunnen doen? En wat zouden we misschien beter kunnen laten zitten? Aan de hand van zo’n checklist kan je dan elk jaar een of twee speerpunten kiezen. Zo bouw je stapsgewijs aan een integraal, gebalanceerd programma.”
Peer coaching
Wat doet de HU zoal dat goede resultaten laat zien? “Een van de krachtigste interventies is het invoeren van peer coaching, waarbij studenten elkáár ondersteunen en begeleiden. Ik heb recent een expertgroep peer coaching opgezet, met mensen uit tien instituten en uit het Student Support Centre. Ik wilde eigenlijk kleiner beginnen maar het enthousiasme was zó groot…” Waarom is het zo belangrijk dat opleidingen hierin samen optrekken? “Om een voorbeeld te geven: in sommige opleidingen is peer coaching een vast onderdeel van het lesprogramma, terwijl anderen het alleen aanbieden op aanvraag. De eerste optie is effectiever maar vergt een grotere investering van de opleiding. In de expertgroep werken we samen aan een meer gestandaardiseerde, effectieve aanpak, waar alle opleidingen gebruik van kunnen maken. Dat scheelt hen een hoop werk.”
De introductietijd

Amber van Halteren heeft wat van die peer coaches zien langskomen bij de introductiefestiviteiten die vanuit de HU-gemeenschap aanvullend aan de opleidingsintroducties worden georganiseerd. “Ze reageerden heel enthousiast: goh, dit heb ik allemaal zelf niet gehad, wat leuk dat dit er nu is… dat enthousiasme helpt zo’n groep om lekker te landen.” Amber kwam in februari als projectleider bij ‘De Eerste 100 Dagen’. Zij focust zich op de introductieperiode, met als doel de HU-gemeenschap en haar initiatieven onder de aandacht van de nieuwe studenten te brengen, zoals Podium, het Netwerk Diversiteit & Inclusie, de Gender Sexuality Alliance, het Student Support Centre, HU Werkbijjestudie, HU Honours en de Green Office HU. “Ik begon met studenten en docenten te vragen naar hun behoeftes. Ze bleken dezelfde dingen te willen. Het belangrijkste is: met wie ga ik werken, met wie kom ik een klas? Wie is mijn docent? Hoe ziet mijn groep eruit? Studenten willen daarnaast graag bij de hand worden genomen. Het kan geen kwaad informatie nog eens te herhalen. Zij komen uit een heel ander onderwijssysteem en dat is gewoon wennen.”
Escape room en eendjes vangen
Alle inzichten hebben al tot hele concrete verbeteringen geleid. Amber: “Studenten willen vooral een warme landing. Ik heb daarom formats ontwikkeld voor leuk materiaal dat opleidingen kunnen gebruiken in hun introductie, zoals een speurtocht en een escape room. Die werden al wel georganiseerd maar ieder deed dat voor zich, wat veel tijd kost. Het materiaal is nu algemeen beschikbaar én ziet er goed uit. Dit jaar hebben meer dan vijftien opleidingen er bij de introductie gebruik van gemaakt.”
Tijdens de introductieperiode zelf organiseerde Amber een zomerfestival waar opleidingen langs konden komen. Ook ging ze naar opleidingen toe met een bingo of presentatie om studenten kennis te laten maken met de HU-gemeenschap. “Op het festival hadden we een sneltekenaar en je kon eendjes vangen, zoals op de kermis. Bij de bingo moesten studenten elkaar bevragen: zoek iemand die van dezelfde muziek houdt, of die eenzelfde vaardigheid heeft. Je ziet ze dan eerst glazig kijken maar al snel beginnen ze met elkaar te praten en is het ijs gebroken. Zo simpel kan het zijn.” Er werd ook informatie aangeboden, maar informeren was niet het hoofddoel. “We wilden vooral dat ze zich thuis zouden voelen. Dat lijkt goed gelukt, we hebben veel aanloop gehad.”
Maatwerk
Alle ervaring die het project nu opdoet, wordt meegenomen naar volgend jaar – en zo breed mogelijk gedeeld. Veel informatie is al te vinden via deze ÉÉN HU groep. Eén gouden formule voor de eerste honderd dagen is er overigens niet volgens Renske en Amber. “Het motto van de HU is: Hier komt alles samen. Wij zien dat echt zo; hier komen studenten met de meest uiteenlopende achtergronden en persoonlijkheden. Dus wat werkt en wat niet werkt, is nooit helemaal te veralgemeniseren. Het blijft maat- en mensenwerk, en begeleiders en docenten blijven het allerbelangrijkst als het gaat om de zachte landing. Maar dat betekent niet dat we ze niet een handje kunnen helpen!”