Als politieagenten burgers staande houden bij proactieve controles, doen ze dat vaak op basis van uiterlijke kenmerken en gedrag. Dit heet profileren. Etnische minderheden blijken oververtegenwoordigd bij deze controles, zonder dat daar een goede rechtvaardiging voor is. Dat blijkt uit onderzoek van het Programma Politie en Wetenschap, dat werd uitgevoerd door Wouter Landman en Lianne Kleijer-Kool. Kleijer-Kool was destijds werkzaam bij Twynstra Gudde en is momenteel onderzoeker bij het Lectoraat Werken in een Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.
De onderzoekers hebben in totaal dertig diensten meegedraaid met vier politieteams. Ze hebben daarbij gekeken naar wie er staande worden gehouden bij proactieve controles en hoe zij aangesproken worden. Proactieve controles zijn controles op straat zonder dat daar een melding of incident aan vooraf gaat.
Wie wordt er staande gehouden?
Ruim de helft van de mensen die staande werden gehouden, was allochtoon. In de meerderheid van de gevallen was dat te rechtvaardigen, bijvoorbeeld door verdacht gedrag of op basis van verstrekte informatie. Maar in veertig procent van de gevallen was dat niet het geval. “Het blijkt dat er vaak naar uiterlijk wordt gekeken bij proactieve controles, zonder dat de context daar aanleiding toe geeft”, zegt Lianne Kleijer-Kool.
Stereotypering
Intuïtie en stereotypering spelen hierbij een rol. De stereotypen die politieagenten gebruiken, hebben deels een etnisch karakter. Maar ook onder autochtonen wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende stereotypen, en ook daarbij zijn niet alle controles terecht. “Heel bijzonder is dat dit ook voor auto’s geldt. Sommige typen voortuigen worden eerder aan de kant gezet, het maakt dan niet eens uit wie er in zit. Ook burgers die behoren tot de etnische meerderheid worden geprofileerd”, zegt Kleijer-Kool. Politieagenten zijn zich bewust van deze stereotyperingen, maar zeggen dat ze dit doen op basis van hun ervaringen in het politiewerk en de informatie die ze krijgen.
Vriendelijke communicatie
Tijdens controles wordt er doorgaans vriendelijk gecommuniceerd tussen agenten en burgers, en wordt de reden van de controle vaak uitgelegd. Dat gebeurt echter minder als iemand staande wordt gehouden op basis van een stereotype. En ook leidt de huidige aandacht voor etnisch profileren in de maatschappij tot spanningen tijdens controles.
Voorrang aan verbeteringen
De onderzoekers geven aan dat een politie die etnisch profileert onbedoeld bijdraagt aan ongelijkheid in de samenleving. Agenten zijn zich daarvan onvoldoende bewust en de politie zou dit complexe vraagstuk hoog op de agenda moeten zetten. “Je moet echter niet vergeten dat proactiviteit vanuit de politie een wens is van de maatschappij”, zegt Kleijer-Kool. “Helaas blijkt dat proactieve controles helemaal niet zo effectief zijn. Slechts drie op de tien controles leveren iets op, bijvoorbeeld informatie, en slechts in ongeveer tien procent leidt het tot een aanhouding. In onze optiek leidt een focus op effectiviteit ook tot het vergroten van bewustwording van etnisch profileren en de schade hiervan. Profilering op zich is namelijk niet slecht, maar het moet wel gebeuren op basis van de juiste informatie en context.”
Discussie binnen onderwijs en onderzoek
Hoewel het onderzoek door Lianne Kleijer-Kool is uitgevoerd in de periode voordat ze bij Hogeschool Utrecht werkte, heeft het onderzoek wel degelijk invloed op haar werk als docent bij de opleiding Integrale Veiligheidskunde: “Mijn veldwerk is de basis geweest voor een cursusonderdeel. Dit onderzoek levert ook altijd flinke discussie op in de les want studenten hebben uitgesproken meningen hierover. Ik zie het als mijn opdracht om daar nuance in aan te brengen. Veel studenten willen bij de politie werken, dan is het goed dat ze zich hier nu al van bewust worden.”
Daarnaast neemt ze deze deskundigheid en ervaring mee in haar huidige rol als onderzoeker voor Lectoraat Werken in een Justitieel Kader, waar ze binnenkort eveneens de bevindingen van het onderzoek zal presenteren. “Door dit en eerder onderzoek weet ik hoe complex de dagelijkse praktijk is van grote uitvoeringsorganisaties in het veiligheidsdomein. Dat heeft ook veel meerwaarde in het huidige onderzoek dat ik mee uitvoer voor het Lectoraat Werken in een Justitieel Kader naar de samenwerking tussen reclasseringsorganisaties en Openbaar Ministerie op ZSM.”
Het is goed dat er ook aandacht gegeven wordt aan verbeteren van werkbeleving, ondanks reorganisatie. Geweldig om te zien dat het ondertiteld is.