#WijZijnHU – Brigitte van Barneveld: “Bewegen, dat is mijn grote motor”

Welke bijzondere HU-ervaring is jou bijgebleven en heeft je geïnspireerd in je werk? Brigitte van Barneveld kreeg veel zelfvertrouwen van een bijzonder, internationaal project. “Het begon allemaal met die eerste stap: Laat ik dan maar gaan notuleren…”

“Ik werkte vroeger als docent lichamelijke opvoeding en decaan op een school in het voortgezet onderwijs. Toen onze middelste zoon niet aangeboren hersenletsel kreeg, was dat werk niet meer te combineren met de zorgen thuis. Ik ging op zoek naar werk met voor mijn gevoel minder verantwoordelijkheden. De opleiding fysiotherapie van de HU zocht een secretaresse, ik kon daar aan de slag bij de post-hbo-opleiding Sportfysiotherapie, die ze net hadden overgenomen van NOC*NSF. Dat was in 2000. Het was meteen een warm nest, superfijn.”

“Ik werkte anderhalf jaar bij de HU toen de instituutsdirecteur vroeg of ik coördinator van die opleiding wilde worden. Ik zag dat niet zitten, ik had nog te veel zorgen thuis. Maar de directeur zei: ik wil graag dat jij het doet, je mag het werk indelen zoals het voor jou past. Dat gaf veel vertrouwen. Toen heb ik toch ja gezegd.”

‘Je hoeft niet meer verder te zoeken’

“Een tijd later startte een internationaal project voor het opzetten van een wereldwijd geldend beroepscompetentieprofiel, voor de internationaal werkende sportfysiotherapeut. Ook werd in het project een audittoolkit ontworpen om eerder verworven competenties, opgedaan in het werkveld, te kunnen (h)erkennen. De afgevaardigde van de HU moest in ieder geval onderwijskundige zijn én sportfysiotherapeut op masterniveau. Dat was ik allemaal niet, sterker nog; zo iemand hadden we helemaal niet in dienst. Ik zei: Tot we iemand gevonden hebben, ga ik er wel heen om de bijeenkomsten te notuleren.”

“In de aanloop naar het ontwikkelen van een masterhuis Fysiotherapie kwamen er diverse geschikte mensen bij ons team werken. Maar niemand kon of wilde dit oppakken. Op een gegeven moment belde de projectleider mijn directeur: je hoeft niet meer verder te zoeken hoor, we willen Brigitte. Ze is secuur, werkt hard, verdiept zich in het onderwerp en als we mensen nodig hebben, weet zij ze te vinden. Dat vond ik een mooi compliment. Er deden zes Europese universiteiten aan mee die allemaal hoogleraren hadden afgevaardigd, terwijl ik net met mijn master was begonnen. Toch zagen ze dit in mij.”

Van Lissabon tot Edinburgh

“Dat project duurde drie jaar. Elke drie maanden zat ik drie dagen in een ander land, voor workshops en ontmoetingen: in Lissabon, Genua, Wenen, Sofia, Edinburgh… Omdat de reizen kort en verspreid waren, viel het goed te combineren met de zorg thuis. Het was een spectaculair project dat mij heel erg uit mijn comfortzone heeft gehaald – op een goede manier. Ik heb er veel geleerd. Daarna maakte ik mij niet snel meer druk meer om dingen op het werk; mijn zelfvertrouwen was gegroeid. Vanuit dat vertrouwen ben ik later beleidsmedewerker kwaliteitszorg geworden bij ons instituut. Vroeger had ik dat niet aangedurfd.”

Niet bang

“Maar het project heeft nog meer opgeleverd. Toen ik daar werkte, heb ik onderzoeker Remco Coppoolse gevraagd mij te helpen bij het ontwikkelen van de audittoolkit. Veel later, in 2009, was hij betrokken bij de introductie van honoursonderwijs op de HU. Toen vroeg hij mij om hém te helpen. Zo ben ik het honoursonderwijs in gerold. Uiteindelijk heb ik het honoursonderwijs voor ons instituut opgezet. Dat had best wat voeten in de aarde, maar als docent lichamelijke opvoeding ben ik niet bang om groepen in beweging te zetten.”

“Drie jaar geleden ben ik hiernaast Topsportcoördinator geworden, voor een andere groep studenten die bijzondere dingen doen naast hun studie. Ik begeleid hen samen met mijn maatje Lenneke bij het vormgeven van hun ‘duale carrière’; studie en topsport.”

In balans

“Het begon allemaal met die eerste stap: Laat ik dan maar gaan notuleren… Op de HU krijg je echt de kans om te groeien. Er is veel vertrouwen en er zijn veel mogelijkheden. Je kan alle kanten op bewegen. En bewegen, dat is mijn grote motor. Ook letterlijk. Het is voor mij een middel om in balans te blijven. Ik schaats veel en geniet van deze technische sport. Schaatsen is voor mij: jezelf wiegen. Als ik nog in mijn hoofd zit, lukt het niet, maar na een tijdje laat ik de dingen los. Dan kan ik weer wiegen, van het ene naar het andere been. In balans.”

Reacties zijn gesloten