Om optimaal te blijven aansluiten op de vraag van de arbeidsmarkt en (dus) van potentiële studenten en werkende professionals, werken we constant aan vernieuwing van ons assortiment. Maar waaraan is precies behoefte? Hoe zorg je dat vorm en inhoud van een opleiding passend zijn bij de vraag? “Hoe meer informatie we kunnen meewegen, hoe dichter we op de markt komen te zitten.”
Het zijn de instituten die opleidingen inhoudelijk vorm geven. Maar het proces van assortimentsontwikkeling is een veel bredere samenwerking, waarbij bijvoorbeeld ook de diensten OO&S, Business Control en Marketing & Communicatie (M&C) betrokken zijn. Wim van der Pol is directeur van laatstgenoemde. “Assortimentsontwikkeling wordt gedaan door een HU-breed netwerk. Het is een gestandaardiseerd, goed gecoördineerd en gedocumenteerd proces. Ondertussen onderzoeken we hoe we nog meer winst kunnen halen bij assortimentsontwikkeling.”
Behoefte aan inzicht
Wat levert zo’n onderzoek op? Esther Verboon, directeur van het Instituut voor Recht: “Het College van Bestuur wilde bijvoorbeeld meer inzicht in hoe onze vele minoren en keuzecursussen zich positioneerden. Beconcurreren die elkaar niet? Daar hebben we toen samen met M&C onderzoek naar gedaan. De minoren en keuzecursussen bleken goed te lopen, maar er was ook winst te behalen. Zo bleek uit ons onderzoek dat de profileringsruimte nog meer benut kan worden om te reageren op arbeidsmarktontwikkelingen. Met name op de snijvlakken tussen disciplines, waar nieuwe beroepen ontstaan, en op maatschappelijke thema’s die vragen om samenwerking tussen instituten. Het is interessant om juist minoren hiervoor in te zetten omdat de time-to-market in vergelijking met volledige bachelorprogramma’s kort is. Zo heeft dit onderzoek met M&C bijgedragen aan meer inzicht en een werkzamer profileringsonderwijs.”
Samenwerken
Hoe ziet het proces van assortimentsontwikkeling er nu uit? “De grootste verbetering is de integrale aanpak”, stelt Wim. “We hebben veel meer het assortiment als geheel in het vizier. En we werken veel meer samen.” Zo komen een aantal keer per jaar alle assortimentscoördinatoren van de HU bijeen: instituutssecretarissen, opleidingsmanagers, minor-coördinatoren: elk instituut stuurt zijn eigen vertegenwoordiger. “We bespreken dan van alles dat van invloed kan zijn op ons assortiment, zoals recente arbeidsmarktontwikkelingen”, vertelt Esther. “De laatste tijd kijken we ook nadrukkelijk naar wat we samen kunnen doen op gedeelde thema’s, over instituutsgrenzen heen.”
Businesscase
Een belangrijk onderdeel van de workflow is de businesscase. Hierin worden de kansen van een potentiële opleiding bepaald: wat is het arbeidsmarktperspectief, wat is de concurrentiepositie? Wat is de marktvraag, zijn er veel vacatures? “Hoe meer informatie we meewegen, hoe dichter we op de markt komen te zitten”, stelt Wim. De businesscase geeft de harde cijfers. Maar we halen ook elders informatie op. Welke opleidingen trekken de meeste scholieren tijdens de open dagen? Welke vragen krijgen opleidingen op de open avonden? “Ook dat soort informatie brengt je dichter op de marktvraag”, aldus Wim. “Je kunt in dit verband ook in kaart brengen hoe de onderzoeksprogrammering en het assortiment op elkaar aansluiten en elkaar nog verder kunnen versterken”, vult Esther aan.
“We hebben het assortiment als geheel in het vizier en we werken veel meer samen”
Strategische assortimentsanalyse
Een andere hoeksteen is de strategische assortimentsanalyse. Bij deze jaarlijkse analyse wordt eerst gekeken naar de ontwikkelingen van het afgelopen jaar. Hoeveel Associate degrees zijn er bijgekomen, hoeveel masters? “Het gaat hier dus niet om de inhoud van specifieke opleidingen maar meer om het afstemmen van opleidingsvormen en -aantallen op de markt”, stelt Wim. Vervolgens wordt naar de toekomst gekeken. Wat is de marktvraag en hoe spelen we hierop in met nieuwe opleidingen? Welke focusgebieden moeten we aanbrengen in ons assortiment? Hoe zorgen we voor optimale aansluiting op de regionale agenda? Welke kennisgebieden vragen om de grootste investering? Wim: “We zijn en blijven een brede hogeschool. Maar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt vragen om accenten. Kijk maar naar nieuwe ontwikkelingen als digitalisering en robotisering, naar de maatschappelijke behoefte aan hbo-verpleegkundigen, aan ICT’ers: daar moet je bovenop zitten met je onderwijs. Strategische assortimentsanalyse speelt hierin een belangrijke rol.”
De ontwikkeling
Hoe ontwikkelt het assortiment van de HU zich? “We zien dat er momenteel veel behoefte is aan opleidingen aan de randen van beroepen, bijvoorbeeld op het snijvlak van ICT en de gezondheidszorg, en ICT en recht. Minoren en masters zijn daar heel geschikt voor; korte, wendbare opleidingen waar mensen uit verschillende richtingen samenkomen. En er is veel beweging in de markt voor Associate degrees”, stelt Esther. “Bij de bachelors gaat die ontwikkeling langzamer, maar ook zij zijn de afgelopen jaren veel wendbaarder geworden. Vooral door een nieuwe didactiek, met veel aandacht voor leren in en met het werkveld. Dat helpt het onderwijs blijvend up-to-date te houden.”
Afscheid nemen
Assortimentsontwikkeling is niet alleen nieuwe opleidingen ontwikkelen. Het betekent ook oude opleidingen afstoten. Wim: “Kijken naar de levenscyclus is een vast onderdeel van assortimentsontwikkeling. Loopt die ten einde? Is daar nog wat aan te doen of moeten we afscheid nemen van een opleiding? Ook dat is nodig voor een goede aansluiting op de arbeidsmarkt.”
De toekomst
Wat zien zij momenteel als de belangrijkste ontwikkelingen? Esther: “Ik verwacht nog meer modulaire opleidingstrajecten, met stapelbare modules. Modules die uitwisselbaar zijn tussen opleidingen en soms los zijn te vermarkten, met name voor werkende professionals: daar zien we een trend naar korte opleidingen rond een specifiek thema, bijvoorbeeld agile werken. Ik denk ook dat we nog meer opleidingen op het snijvlak van kennisgebieden gaan zien. Opleidingen waar verschillende instituten aan bijdragen. We gaan nóg meer samen doen. Dat heeft de toekomst.”