De uitdagingen van onderwijsinnovatie

Minder en bredere opleidingen, flexibel onderwijs, multidisciplinaire praktijkopdrachten, leren in leerteams: ons onderwijs wordt flink vernieuwd. Een noodzakelijke ontwikkeling – maar geen eenvoudige. Het kan een hoop onrust veroorzaken onder studenten en medewerkers. Do Blankestijn en Nathalie Deurhof delen hun ervaringen: “Er moet ruimte zijn voor boosheid.”

Toen het Institute for Engineering & Design (IED) in 2011 begon met het herontwerp van haar opleidingen en het aantal terugbracht tot drie, was niet iedereen overtuigd van de noodzaak. Dat veranderde met het verschijnen van het rapport van de Commissie Van Pernis, die de technische opleidingen op hogescholen onder de loep had genomen en de keuzes van de HU bevestigde. Instituutsdirecteur Do Blankestijn: “Onze medewerkers zagen dat het om een landelijke ontwikkeling ging en niet om iets dat alleen bij de HU speelde. Dat vergrootte het draagvlak.” Medewerkers doordringen van de noodzaak, hen meenemen in het traject en zo zorgen voor voldoende draagvlak blijkt een rode draad in meer innovatietrajecten. “Hoe meer mensen zijn betrokken bij een herontwerp, hoe meer meningen en dat is soms best lastig. Maar iedereen voelt zich dan wel verantwoordelijk voor het eindresultaat. Dat vergroot de kans op succes bij de uitvoer”, stelt Nathalie Deurhof. Zij is als programmaleider betrokken bij het ontwikkelen van een nieuwe propedeuse voor de opleidingen van het Institute for Business Administration (IBA) en is docent Business Management.

Vasthouden aan keuzes
Ook als iedereen de noodzaak tot innovatie inziet, kan het echter nog tot onrust leiden. Blankestijn: “Je kan het uitleggen, keuzes rationaliseren, maar veel mensen in het onderwijs zijn hier komen werken – en werken er nog steeds – vanuit een intrinsieke, diep gewortelde motivatie. Je stopt opleidingen waar docenten zich jarenlang met hart en ziel voor hebben ingezet. Dat doet pijn. We zagen het ook terug in het werkbelevingsonderzoek: angst, verdriet, boosheid. Heel begrijpelijk.” Naar aanleiding van het werkbelevingsonderzoek is het IED periodiek bijeenkomsten gaan organiseren om met elkaar in gesprek te gaan. “We hebben veel met de mensen van de opleidingen gepraat, maar niet geprobeerd hun boosheid weg te nemen. Die was relevant, begrijpelijk en mocht er zijn. Tegelijk hebben we vastgehouden aan gemaakte keuzes en zijn we deze blijven uitleggen. Dat zorgt voor duidelijkheid. Het kan soms heel ongemakkelijk voelen, maar uiteindelijk heeft iedereen hier het meeste aan”, aldus Blankestijn. Inmiddels laat het werkbelevingsonderzoek bij IED een stijgende lijn zien. De opleidingen sluiten beter aan bij de vraag van de beroepspraktijk, mede door de introductie van Quest: multidisciplinaire projecten met een externe opdrachtgever. Hier is onder andere het succesvolle Selficient uit voortgekomen.

Veel impact
Maar ook al zijn de resultaten goed, onderwijsinnovatie is een ontwikkeling met veel impact waar niet iedereen zich meteen thuis in voelt. “De rol van de docent verandert sterk, van kennisoverdracht naar het begeleiden onderwijsleerprocessen, waarbij de regie meer bij de student ligt. Dat is wennen en kan invloed hebben op het werkplezier van docenten”, aldus Blankestijn. Om dat zoveel mogelijk op te vangen, heeft zijn instituut aan het begin van het traject cursussen gegeven aan docenten over de nieuwe didactiek, om hen meer kennis over en vertrouwen te geven. Wat natuurlijk niet betekent dat deze nieuwe manier van doceren nu iedereen past. “We hebben een goed gewaardeerde collega die toch elders is gaan werken. Dat is onvermijdelijk en begrijpelijk, je moet je uiteindelijk immers wel thuis voelen in je werk.” Het IBA had het voordeel dat door een sterke groei in de afgelopen paar jaren veel nieuwe docenten konden worden aangenomen, ook met een carrière in het bedrijfsleven. Deurhof: “We hebben nu een prettige dynamiek met nieuwe mensen en ervaren krachten, die inzichten uit de beroepspraktijk en uit het onderwijs combineren en zo leren van elkaar. Dit heeft een positieve impact op het docententeam en de op klassen. Je geeft immers veel meer als team les aan een klas, maar je bent ook veel meer afhankelijk van elkaar. Er zijn dus ook frustraties, maar men trekt zich aan elkaar op.”

Gouden schaaltje
Levert de onderwijsinnovatie onrust op onder studenten? “Toen we startten met onze opleiding, kreeg de eerste lichting erg veel aandacht”, vertelt Deurhof. “We wilden steeds weten wat ze ervan vonden, wat er beter kon. Logisch, maar daardoor raakten die studenten in een hele kritische modus. Terwijl ze uiteindelijk, na hun opleiding, allemaal heel tevreden waren over het traject. Je moet voorkomen dat je de eerste lichting studenten na een innovatie op een gouden schaaltje gaat wegen. Tegelijk wil je wel van ze leren. De oplossing is het gesprek aan te gaan en aan te geven wat je zelf beter had kunnen doen en waar je aan gaat werken, maar hen ook wijzen op de eigen verantwoordelijkheid, op hun ontwikkelpunten. Zij zijn hier immers om als toekomstig professional te leren denken in oplossingen en mogelijkheden, om de regie te leren pakken.”

Blijven afstemmen
De studenten in de nieuwe propedeuse blijken razend enthousiast over het direct mogen werken met praktijkopdrachten. Dat er daardoor geen duidelijk afgebakende vakken met bijbehorende eindtoetsen meer zijn, is voor velen echter meer wennen dan het team had verwacht. Deurhof: “Dat er dingen beter kunnen, daar ontkom je niet aan. Je moet soms dingen anders gaan doen dan gepland, omdat er ergens in het ontwerpproces een verkeerde keuze is gemaakt. Het is de kunst dat als docententeam samen op te pakken en elkaar niet af te vallen. Als je gaat vingerwijzen of mopperen, komt de vernieuwing tot stilstand en gaat onvrede overheersen.” Het is volgens haar dan ook heel belangrijk regelmatig met elkaar af te stemmen. Maar eenvoudig is dat niet. “Op papier heeft iedereen de uren maar in de praktijk is het lastig te regelen, ook omdat overleg niet kan worden ingeroosterd. Zonder voldoende overleg gaan docenten echter hun eigen oplossingen bedenken, waardoor studenten verschillend worden benaderd. Of je krijgt verwoede mailconversaties over iets dat in een overleg zo opgelost had kunnen worden, met frustratie tot gevolg. Overleg is echt van cruciaal belang.” Net als bij IED heerst bij IBA echter vooral tevredenheid over de ingeslagen weg. Studenten worden effectiever voorbereid op de beroepspraktijk en voor docenten is de onderwijsvernieuwing ook een impuls: “Iets nieuws beginnen geeft ruimte om je ei kwijt te kunnen. Vernieuwing kan helpen om je werk leuk te blijven vinden.”

Lees ook het blog van Jan Bogerd over de uitdagingen bij verandering

Reacties zijn gesloten