Open-ICT is een vrije variant van de opleiding HBO-ICT. Studenten volgen geen vaste cursussen maar ontwikkelen kennis en vaardigheden in zelfgekozen praktijkprojecten. De docent is vooral coach. Studenten zijn enthousiast, de uitval loopt terug. De onderwijswereld volgt de ontwikkeling met interesse. En met waardering: Open-ICT is genomineerd voor de Nederlandse Hogeronderwijspremie 2021.
Open-ICT begon in het studiejaar 2017-2018, met een groep derdejaars ICT-studenten. En dus niet met eerstejaars. Initiatiefnemer en HU-docent Gert van Hardeveld. “Mensen dachten: eerstejaars kunnen nog nagenoeg niets in de ICT, ze missen de basisvaardigheden om zelfstandig te kunnen leren. Maar wat bleek: de derdejaars studenten werkten aan mooie projecten waarin ze compleet nieuwe dingen leerden – en dat ging heel goed. We hadden ongelofelijk gemotiveerde studenten die hele mooie dingen opleverden.”
Scrum en sprints
Met de positieve ervaringen met derdejaars klopte het team aan bij instituutsdirecteur Anita Bosman. Nu is Open-ICT ook beschikbaar voor eerstejaars. Docent Arno Kamphuis: “Voor eerstejaars bouwen we het wel langzaam op. Bij de eerste opdrachten zijn wij nog opdrachtgever, vervolgens regelen wij echte praktijkopdrachten. Uiteindelijk doen ze het allemaal zelf.” In de praktijkopdrachten werken de studententeams volgens de scrum-methode. “Ze stellen vast wat ze in een sprint van twee weken willen opleveren: wat ga ik maken? En wat moet ik daarvoor leren? Na twee weken evalueren ze wat gelukt is en wat niet – en waarom niet.”
Sneller volwaardig meedraaien
Hoe reageren studenten op deze aanpak? “Eén student van de eerste lichting werkt nu bij ons als docent”, vertelt Gert grijnzend. Hij wil maar zeggen; met de tevredenheid zit het wel goed. De tevredenheid met het onderwijs steeg naar een dikke 9, terwijl de uitval in het eerste jaar daalde van 50% naar 25%. Arno: “Opdrachtgevers vertellen ons vaak dat onze studenten zo zelfstandig zijn. Dat is bij stagiairs nog wel eens anders, horen we dan. Wij verwachten dan ook dat ze na hun afstuderen veel sneller volwaardig kunnen meedraaien op de arbeidsmarkt, en sneller naar een medior of senior rol zullen doorgroeien.”
De docent iets uitleggen
Je gaat je afvragen waarom we niet veel meer van ons onderwijs zo vormgeven. “Ik denk dat het bij tachtig procent van onze opleidingen prima zou kunnen”, stelt Arno. “Er is echter nog veel koudwatervrees. Leren ze wel genoeg? Hoe weet je wat ze leren? Met name examencommissies vinden dat moeilijk. Het vraagt om een andere manier van denken. Je moet niet uitgaan van de kennis die jij wilt overdragen, maar van de student en zijn leertraject. Studenten iets laten leren wat jij zelf nog niet zo goed kent, is voor een docent echter best een drempel. Je moet tegen studenten durven zeggen: Wow, wat interessant, leg mij dat eens uit? Dat is eng, maar maakt het onderwijs ook voor ons veel leuker. Ik heb op technisch gebied het afgelopen jaar vreselijk veel geleerd.”
Studentsucces vóór studiesucces
Er is nog een belangrijk voordeel voor docenten, volgens Gert: “Je bent veel minder tijd kwijt met voorbereiden en toetsen. We houden meer tijd over voor studentbegeleiding. En die is belangrijk om zo’n vrije vorm van onderwijs te laten slagen. Door intensief te begeleiden, komen we vrij snel achter problemen waardoor we tijdig kunnen bijsturen. Die problemen gaan vaak niet over de inhoud maar over zelfbeeld, zelfvertrouwen, faalangst, dat soort zaken. Als we daarin kunnen helpen, komt het met de rest meestal ook wel goed. Studentsucces komt vóór het studiesucces.”
Ook de band tussen studenten onderling is sterk, stelt Arno: “Door intensief samen te werken in projecten, leren ze elkaar goed kennen. We zien dat ze ook buiten de studie samen dingen gaan ondernemen. De HU-gemeenschap zoals wij die graag zien, is voelbaar bij deze studenten.”
Toetsen op professionaliteit
Open-ICT gebruikt een toetskader waarin gekeken wordt naar vakbekwaamheid, oordeelsvermogen, communicatieve vaardigheden, flexibiliteit en zelflerend vermogen. Gert: “Deze toetsstenen zijn dus meer gericht op algehele professionaliteit dan op inhoudelijke expertise. Dat past ook het best bij de arbeidsmarkt, die zich razendsnel ontwikkelt.” De opleiding toetst studenten doorlopend formatief, met self-assessments. De student beoordeelt zichzelf en voert bewijsproducten aan voor dat oordeel. In een vraaggesprek kijken de docenten of ze het assessment onderschrijven of dat het moet worden aangepast. Iedere tien weken volgt dan een summatieve toets. Arno: “Die bevestigt eigenlijk altijd wat wij en de student al weten, omdat we samen het leerproces hebben doorgemaakt. Ook voor de motivatie zijn die toetsen niet nodig. Doordat zij constant de regie in handen hebben in eigen projecten, zijn studenten al gemotiveerd.” De opleiding gaat volgend jaar daarom nog minder vaak summatief toetsen.
Zélf doen
De successen van de opleiding blijven niet onopgemerkt binnen de HU. Er zijn al nauwe contacten met Communication and Multimedia Design en ook vanuit Journalistiek en Design & Engineering is er interesse. Gert: “Ik denk dat dit uiteindelijk voor mensen de beste manier is om te leren. Bijna alle kinderen hebben een fase waarin ze bij alles ‘waarom?’ vragen, en een fase waarin ze bij elke handeling zeggen: ‘zelf doen’. Eigenlijk brengen we dat weer terug: de waaromvraag stellen, en zélf doen.”
Meer weten over hoe jij jouw onderwijs kan vernieuwen op de HU? Neem eens contact op met het Teaching & Learning Network (TLN), en bezoek bijvoorbeeld hun inloopspreekuur!