De onderwijsarchitectuur moet een aantal zaken mogelijk maken die in de HU-visie ‘Samen voor de toekomst’ verwoord zijn. Zoals het makkelijker maken om in gemengde teams aan actuele maatschappelijke vraagstukken te werken en het beter aansluiten bij de behoeften van studenten.
Hiervoor hebben we binnen de HU een gemeenschappelijk begrippenkader nodig en afspraken om het onderwijs organiseerbaar te houden. Dit leggen we vast in het kader onderwijsarchitectuur. Het kader vormt de grenzen van het speelveld waarbinnen iedere opleiding eigen keuzes kan maken, passend bij de eigen doelgroep en beroepspraktijk.
Tijdens de inspiratiesessie ‘Wendbaar onderwijs mogelijk maken: onderwijsarchitectuur binnen de HU op het Onderwijs & Onderzoek Festival van 13 april 2023 stonden de richtinggevende principes centraal. De deelnemers konden bij de posters met informatie in gesprek gaan en d.m.v. geeltjes hun reacties, vragen, opmerkingen, zorgen en tips achterlaten.
In deze terugkoppeling gaan we in op de vragen die zijn gesteld.
Richtinggevende principes
- Redeneren vanuit Studentroutes
- Toenemende regie bij de student benaderen als personaliseren van gefaciliteerde route
- Lang- en kortcyclisch studeren als kernprocessen
- Werken met leeruitkomsten
- Fundament met drie entiteiten: leeruitkomst, leeractiviteit en toets
- Wendbare inrichting van onderwijsontwerp en onderwijsorganisatie (niet aan bod geweest)
De vragen en antwoorden zijn gegroepeerd per thema:
1. Hoe gaat het eruit zien?
Wat moet ik me voorstellen bij lang- en kortcyclisch studeren?
Het studentgedrag dat we willen bevorderen en faciliteren is gebaseerd op de feedbackcyclus (feedup – feedback – feedforward). Dat geldt zowel voor voltijd als voor deeltijd en duale studenten.
Op het niveau van de studie noemen we dat langcyclisch studeren en op het niveau van een blok of semester hebben we het over kortcyclisch studeren.
Bij langcyclisch studeren zijn het examen- en toetsprogramma sturend voor het persoonlijk onderwijsprogramma van de student. Op een vergelijkbare manier worden bij het kortcyclisch studeren de leeractiviteiten van de student gestuurd door de leeruitkomsten en de toetsen. De afspraken bij het lang en kortcyclisch studeren worden vastgelegd in het persoonlijk studieplan van de student. Studenten worden hierin begeleid.
Hoe verhouden competenties, skills en vaardigheden zich tot leeruitkomsten?
Eindkwalificaties, competenties en de BOKS kunnen allemaal vertaald worden naar leeruitkomsten. Het werken met leeruitkomsten is een specifieke manier om eindkwalificaties, competenties en de BOKS te operationaliseren. Leeruitkomsten beschrijven heel specifiek en meetbaar wat een student moet kennen en kunnen. Zie ook deze pagina over het beschrijven van leeruitkomsten.
De drie entiteiten – leeruitkomsten, leeractiviteiten en toetsen – staan toch niet helemaal los van elkaar?
Het fundament met de drie entiteiten betekent dat we leeruitkomsten, leeractiviteiten en toetsen los van elkaar vastleggen in de informatiestromen, processen en systemen. Ze kunnen altijd weer worden samengevoegd, maar het wordt ook mogelijk om ze anders in te zetten.
Bij het ontwerpen van een gefaciliteerde route wordt constructive alignment toegepast. Een student die een gefaciliteerde route wil personaliseren kiest eigen leeractiviteiten en/of toetsen. Deze worden vooraf gevalideerd tot een persoonlijke constructive alignment.
Hoe verhoudt het loskoppelen van de toets (LOT) zich tot programmatisch toetsen?
Toetsen worden steeds meer onderdeel van onderwijs. Toetsen om te leren beschouwen we in de onderwijsarchitectuur als leeractiviteiten. Ze zijn van groot belang als onderdeel van de feedbackcyclus en zijn nodig voor de student om regie te kunnen voeren over het eigen leerproces.
De toetsen waar we als onderwijsinstelling een beslissing aan koppelen (lees: het toekennen van studiepunten) zien we in de onderwijsarchitectuur als de toetsen. Deze toetsen zijn leerwegonafhankelijk: de student bepaalt wanneer en/of hoe hij de leeruitkomsten aantoont. Dat geldt ook voor het assessment bij programmatisch toetsen.
2. (Hoe) gaat dit werken?
Is dit wel geschikt voor (schoolverlatende) studenten? En hoe krijgen we studenten in de gewenste studiehouding?
De onderwijsarchitectuur maakt het mogelijk dat studenten die daar behoefte aan hebben meer eigen keuzes kunnen maken. Studenten die meer behoefte hebben aan structuur volgen in eerste instantie een door de opleiding gefaciliteerde route.
Als hbo-instelling vervullen wij een faciliterende rol in de gap tussen aankomende studenten en startbekwame professionals voor het werkveld. Van deze professionals wordt verwacht dat zij een reflectieve houding hebben tegenover hun eigen handelen en dat ze in staat zijn om de regie te voeren over hun eigen professionele ontwikkeling (LLO).
Dit moeten we ze dus leren en we moeten ze daarbij begeleiden. In de onderwijsarchitectuur is nadrukkelijk aandacht voor deze begeleidingsrol, zoals bijvoorbeeld in de vorm van de periodieke gesprekken, het studieplan, de docent als coach en het leerteam. De opleiding kan in het ontwerp van de begeleiding rekenen houden met een toenemende mate van zelfsturing.
Is dit wel te organiseren?
Binnen de HU wordt al op deze manier gewerkt. Denk aan de flexibele deeltijd, de AD-opleidingen en enkele voltijdopleidingen. Op dit moment werken deze opleidingen nog (te) veel met losse Excel-lijstjes en workarounds. Dat belemmert het opschalen en de doorontwikkeling.
Binnen het thema Student Journey wordt – in nauwe samenwerking met OO&S, BV-BIM, BV-OL en IM&ICT – gewerkt aan een nieuwe wendbare inrichting van de dienstverlening. Voorbeelden daarvan zijn de onderwijsarchitectuur, het nieuwe informatiemodel, de onderwijscatalogus, de studieplanner, de leer- en toetsplanner en het nieuwe plannen en roosteren.
Deze innovatie van de dienstverlening is van essentieel belang voor de realisatie van de visie. Voor de onderwijsarchitectuur stemmen we goed af wat op redelijke termijn haalbaar is en wat niet. Het wendbaar inrichten van de organisatie wordt meegenomen in het advies voor de implementatie van de onderwijsarchitectuur.
3. Kwaliteit
Hoe zorgen we dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit?
De kwaliteit van de getuigschriften die wij uitreiken mag nooit ter discussie staan.
In de leeruitkomsten is per opleiding specifiek en meetbaar vastgelegd wat de student moet kennen en kunnen, in welke context en op welk niveau. Hoe de student dit verwerft en aantoont kan persoonlijk worden ingevuld. De kwaliteit is daarmee geborgd via de leeruitkomsten.
Voor de kwaliteit is wel van belang dat leeruitkomsten goed worden geformuleerd, en goed worden getoetst en beoordeeld. Binnen de HU hebben we daar al de nodige ervaring mee.
4. Grotere eenheden
Hoe ga je om met versnellen en vertragen binnen eenheden van 15/30 EC?
De eenheden van 15/30 EC hebben betrekking op de gefaciliteerde route. Er worden bij voorbaat geen leeractiviteiten uitgesloten en de toetsing is leerwegonafhankelijk. Studeren in eigen tempo wordt onder meer mogelijk door leeractiviteiten meerdere keren per studiejaar aan te bieden, door een rijke leeromgeving (blended learning) en het faciliteren van meerdere toetsmomenten.
Wat vinden studenten en docenten van het werken met grotere eenheden?
De signalen zijn dat zowel studenten als docenten veel meer rust ervaren als ze werken met grotere eenheden. Om een beter beeld te krijgen van de voor- en nadelen van grotere eenheden voert OO&S een onderzoek uit binnen de HU naar de ervaringen van studenten en docenten (voltijd en deeltijd). De bevindingen worden meegenomen in het beleidskader onderwijsarchitectuur.
5. Implementatie
Wat vraagt dit van het docententeam?
De omzetting naar leeruitkomsten en eenheden van 15 en/of 30 EC vraagt voor veel opleidingen een grondig herontwerp. Daar hoort ondersteuning en professionalisering bij.
Ondersteuning bij het ontwerpen van onderwijs zoals grotere eenheden, gefaciliteerde route(s), leeruitkomsten, leeractiviteiten en toetsen. En professionalisering bij het formuleren, en toetsen en beoordelen van leeruitkomsten, en bij de begeleiding van studenten bij het lang- en kortcyclisch studeren (periodieke gesprekken, studieplan).
Dit vraagt wat van de informatiestromen, processen en systemen! Hoe worden we betrokken?
Het thema Student Journey werkt samen met BV-OL en IM&ICT aan de wendbare inrichting van de organisatie. Zie ook punt 2 hierboven.
Alle specifieke vragen en adviezen over de dienstverlenende processen en systemen zijn doorgegeven aan de product owner(s) van Student Journey met het verzoek dit op te pakken.