Jarenlang bood het HU-brede programma Onderwijsinnovatie docenten ondersteuning bij het vernieuwen van hun opleidingen. Sinds vorig jaar is het ‘opgenomen in de staande organisatie’, zoals dat heet. Hoe ziet de onderwijsvernieuwing bij de HU er sindsdien uit? Theo van den Bogaart vertelt over zijn nieuwste projecten. “We zijn een les gaan benaderen als een voetbalwedstrijd.”
Wie na de publicatie van de HU-onderwijsvisie Onze Wereld van Morgen (2015) meer wilde weten over blended learning en de digitale leeromgeving, was bij Theo van den Bogaart aan het goede adres. De lerarenopleider Wiskunde en onderzoeker heeft altijd veel interesse gehad in onderwijsvernieuwing. Dus toen de HU vorig jaar een extra 250.000 euro beschikbaar stelde aan docenten om te experimenteren met vernieuwende onderwijsvormen, was hij weer van de partij. “Bij de lerarenopleidingen worstelen we met hoe we studenten al vroeg in verbinding kunnen brengen met het werkveld. Je kan ze natuurlijk meteen op stage sturen, maar dat vraagt best veel van nieuwe studenten. Ze komen dan niet aan complexe zaken als vakdidactiek toe, terwijl wij daar juist vroeg mee willen beginnen. De vraag was dus: hoe kunnen we studenten al vroeg in de praktijk met zoiets complex als vakdidactiek laten kennismaken?” Zo werd Resource-rich Education geboren, een programma van Theo en zijn collega Jop Schaap en student Egbert-jan Jonker. De HU steunde het initiatief met een voucher van 25.000 euro.
Net een voetbalwedstrijd
“We besloten een beroepssituatie te nemen – een wiskundeles in het voortgezet onderwijs – en die van heel veel kanten te belichten. Denk aan een voetbalwedstrijd: je hebt daarbij voor- en nabeschouwingen, interviews met spelers en coaches en natuurlijk de wedstrijd zelf die vanuit allerlei camerastandpunten wordt geregistreerd. Zo zijn wij een les gaan benaderen: we namen hem op met diverse camera’s, interviewden de docent, leerlingen, collega’s en maakten scans van de aantekeningen van leerlingen”, vertelt Theo. “Zo kan je een authentieke beroepssituatie van allerlei kanten belichten, op aspecten inzoomen en ook complexe zaken als vakdidactiek aan de hand van de praktijk bespreken met eerstejaars studenten.” De reacties waren enthousiast. Theo en zijn collega’s gaven er al een workshop en presentatie over, en in september mogen ze het project op een internationale onderwijsbijeenkomst komen toelichten. Ook na het Programma Onderwijsinnovatie is er voor docenten dus nog alle ruimte om te experimenten met onderwijsvernieuwingen.
Andere invalshoeken
De HU heeft bovendien enkele lectoraten die zich structureel bezighouden met onderwijsvernieuwing. En ook hier is Theo actief. Zo is hij bij het lectoraat Didactiek van Wiskunde en Rekenen initiatiefnemer van het project Open online opleidingsmateriaal voor de lerarenopleiding wiskunde. In september gaat het van start, gesteund door de stimuleringsregeling Open Online Onderwijs van het ministerie van OCW. “Het wiskundeonderwijs in het voortgezet onderwijs hangt in Nederland aan twee schoolmethodes, afkomstig van dezelfde uitgever. Het zijn prima methodes maar het aanbod is dus erg eenzijdig, terwijl juist verschillende methoden en invalshoeken belangrijk zijn voor goed onderwijs. Daarom maken we in dit project vrij toegankelijk, online opleidingsmateriaal voor lerarenopleidingen wiskunde. Materiaal dat leraren andere invalshoeken biedt.” Bron van dat nieuwe materiaal is bestaand leerlingenmateriaal van het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht. Ook Windesheim, de Hogeschool van Amsterdam, Universiteit van Amsterdam en NHL Stenden participeren in het project. De onderzoekers gaan het materiaal actualiseren en er passende studieopdrachten bij ontwikkelen.
Impact
Zo werkt de HU niet alleen aan de kwaliteit van het eigen onderwijs maar van onderwijs in het algemeen, liefst met anderen. Theo: “We hebben twee jaar geleden ook al dankzij de stimuleringsregeling in een onderwijsproject samengewerkt met diverse externe partners. Dat smaakte naar meer. Bovendien laten we graag zoveel mogelijk mensen van onze inzichten profiteren. Hoe breder kennis wordt gedeeld, hoe meer impact we ermee hebben.”