We hebben opleidingscommissies, instituutsraden, een dienstenraad, een Hogeschoolraad… de medezeggenschap zit in de haarvaten van onze organisatie en verricht daar goed werk. Hoe dat precies gaat? We vragen het twee gesprekspartners van de medezeggenschap: directeur Eva Povel en directiesecretaris Ineke Grauls van IVS. “Je hebt niets aan een overleg waarin zaken niet duidelijk worden uitgesproken.”
Eens in de paar weken schuift het managementteam van het Instituut voor Verpleegkundige Studies (IVS) een uur lang aan bij het overleg van de instituutsraad. Daarnaast zitten Eva en Ineke eens in de paar weken met het dagelijks bestuur van de raad aan tafel, voor een overleg in kleinere setting. Die afwisselende bijeenkomsten werken goed, stelt Ineke. “De lijntjes zijn kort.”
Medezeggenschap: samenwerken of strijd?

Eva: “Onze belangen zijn niet altijd hetzelfde maar we gaan wel altijd beiden voor het grotere doel, zoals de samenwerking tussen opleidingen, de onderwijskwaliteit en het studentenwelzijn. Ik vind echt dat we het samen doen. We hebben een kritische maar ook een enorm constructieve raad. Dat is heel fijn. Je kan en wil niet alles formaliseren; je wilt tot werkbare oplossingen komen die recht doen aan alle belangen. Daar is de instituutsraad onmisbaar voor.”
Wat is volgens jullie de rol van de instituutsraad?
Eva: “De instituutsraad is niet zomaar een bestuursorgaan, het is echt een vertegenwoordiging van onze medewerkers én studenten. Daarmee is het een belangrijk klankbord voor het hele instituut. Onze gesprekken gaan dan ook verder dan het afkaarten van de onderwerpen waarop de raad instemmingsplicht heeft. Het gaat om het bespreken van alle zaken die de opleidingen overstijgen. Ja, er is een procedurele kant maar er is ook een hele menselijke kant: hoe kunnen we dit nou goed regelen met z’n allen?”
Maar jullie hebben daarbij wel een eigen perspectief…
Eva: “En zo hoort het ook. Het gaat eigenlijk om drie perspectieven: dat van de medewerkers, dat van de studenten en het bestuurlijk perspectief. Het is belangrijk ruimte te bieden aan al deze perspectieven en goed te blijven luisteren. Het mag soms best schuren, als je elkaar uiteindelijk maar weer weet te vinden. Ik word graag scherp gehouden door de instituutsraad; je hebt niets aan een overleg waarin zaken niet duidelijk worden uitgesproken.”
Verschuift jullie perspectief soms door de samenwerking?

Eva: “Zeker! Neem het tevredenheidsonderzoek onder medewerkers. IVS scoort daar relatief goed op. Dat is mooi maar er zit ook het risico in dat je minder oog krijgt voor de mensen die zich niet herkennen in zo’n rapport. Die cijfers laten immers alleen het gemiddelde zien. De instituutsraad geeft álle medewerkers en studenten een stem, ook degenen die bij ons onder de radar blijven. Wij kunnen wel zeggen dat onze deur altijd open staat, maar sommige mensen vinden de drempel toch te hoog. De instituutsraad hoort dingen die wij niet horen.”
Wie bepaalt eigenlijk de agenda?
Ineke: “Er zijn natuurlijk jaarlijks terugkerende zaken die geregeld moeten worden. Maar er worden ook onderwerpen aangedragen door de raad. Zoals de aandacht voor veiligheid tijdens de stage, dat is ingebracht door de studentleden.” Eva: “We hebben deze studenten gevraagd met initiatieven te komen ten behoeve van het studentenwelzijn in het instituut. Daar hebben we budget voor vrijgemaakt. Ze pakten dat mooi op. Hun initiatieven zijn anders dan waar wij zelf aan dachten. Des te beter. Zo creëer je meerwaarde voor het hele instituut.”
Dus… vergeet vooral niet te stemmen?
Eva: “Of meld je aan voor een positie in je instituutsraad natuurlijk! Als ik mij probeer voor te stellen hoe het zou zijn zonder de raad, denk ik: dat zou ik echt armoede vinden. Het zijn mensen die zich erg betrokken voelen bij collega’s en medestudenten, bij het instituut en de opleidingen. Dat je die toewijding en kracht kunt vasthouden en bundelen in zo’n raad, is een waardevol goed.”
Lees ook: