In gesprek met studenten over intake, binding en begeleiding

De onderwijsvisie van de HU met zijn veertien ontwerpdimensies vraagt om een vernieuwde vorm van studieloopbaanbegeleiding. De in juni 2016 verschenen notitie ‘Van studieloopbaanbegeleiding naar loopbaanleren’ doet een voorstel voor deze nieuwe vorm. Er is gekozen voor de term loopbaanleren omdat hiermee de focus wordt gelegd op het leren en de ontwikkeling van de student, ook wel ‘professional in opleiding’ gedurende de gehele loopbaan.

De nieuwe vorm heeft als doel de intake, binding en begeleiding van onze professionals in opleiding aan te laten sluiten bij de ontwerpdimensies uit de onderwijsvisie en dus bij gepersonaliseerd leren. We willen studenten leren keuzes te maken, hun talenten te herkennen en ontwikkelen en hen stimuleren een leven lang te blijven leren.

Maar wat betekent de visie op onderwijs en gepersonaliseerd leren voor de begeleiding van professionals in opleiding? Hoe zorgen we ervoor dat zij zich tijdens, maar ook na een opleidingstraject, verbonden voelen met de HU? Welke rol kunnen leerteams hierin spelen? En wat is er voor nodig om hen te leren om de regie over hun loopbaan te nemen?

Daarover voerde we dinsdagavond 4 oktober jl. een panelgesprek met dertien voltijd- en deeltijdstudenten van verschillende opleidingen. Hieronder staan de belangrijkste uitkomsten van dit gesprek.

Kijk op leerteamleren

Opvallend was dat studieloopbaanbegeleiding binnen de HU op verschillende manieren wordt ingevuld en dat de ervaringen uiteenlopen. Deeltijdstudenten gaven bijvoorbeeld aan al wat meer ervaring te hebben met het leren in leerteams en zien duidelijk de voordelen van deze leervorm, zoals: het leren van elkaars ervaringen, tijd besparen door een effectieve en stimulerende manier van kennisdeling. Voltijdstudenten hadden er over het algemeen nog niet zo’n duidelijk beeld bij en vroegen zich af of het juist niet veel tijd kost. Zij vroegen zich ook af aan welke vaardigheden of vakken er dan minder tijd zou worden besteed en of het leren in leerteams ook studiepunten oplevert.

Een leerteam zou volgens de studenten niet groter moeten zijn dan vier tot zes personen. Op de vraag of een leerteam uit een heterogene of homogene groep studenten zou moeten bestaan, werd wisselend geantwoord. Een opleiding moet goed nadenken over de juiste samenstelling van een leerteam op basis van de kennis die is opgedaan tijdens intake en matching en het bijhouden van een persoonlijk dossier, was de conclusie. De studenten zouden het een goed idee vinden als er bij een tegenvallende ervaring gewisseld kan worden van leerteam. Elke fase gedurende de studie kent immers andere behoeften en het gebeurt ook dat studenten onderling verschillen qua motivatie.

De studenten vragen zich af wat er met het leerteam en de samenstelling ervan gebeurt als de periode van stages en minors aanbreekt. Afspreken wordt dan bijvoorbeeld lastiger. Ook heeft niet iedere student hetzelfde studietempo. Het is belangrijk om hier als opleiding goed bij stil te staan en een duidelijk plan van aanpak te formuleren.

Ervaringen en kennis delen binnen een leerteam zien studenten als voordeel. Een leerteam heeft een kundige, inspirerende coach nodig die het team begeleidt en vertrouwen geeft. Maar voor begeleiding bij bijvoorbeeld het omgaan met persoonlijke problemen, is het decanaat het juiste aanspreekpunt.

Binding met de HU

Het gevoel van verbondenheid met de HU varieert enorm. Waar de een zich erg verbonden voelt en zich naast de studie actief inzet in een OC of vakgroep, voelt de ander zich enkel verbonden met de studie zelf. Over het algemeen voelen de studenten zich meer verbonden bij de opleiding en directe studiegenoten dan bij de HU als geheel. Dit hangt ook af van hoe de opleiding met de begeleiding van studenten omgaat, maar kan ook juist per richting erg verschillen. Het gevoel van betrokkenheid verschilt ook per fase in de studie. In het begin kan de betrokkenheid heel groot zijn maar later toch minder worden, alleen al omdat er minder contacturen zijn en er sprake is van meer individualiteit. Na afstuderen zou de een graag nog benaderd willen worden voor het geven van bijvoorbeeld gastcolleges, voor het bieden van stageplaatsen of voor bijscholing. Voor de ander houdt het contact na het behalen van het diploma op. Studenten willen in ieder geval duidelijk zien wat het hen oplevert om in contact te blijven.

In de loop van dit collegejaar zullen meer panelgesprekken met studenten volgen over uiteenlopende onderwerpen. Studenten worden hiervoor via diverse kanalen uitgenodigd.

IMG-20161006-WA0002_resized_20161006_031947204

 

Reacties zijn gesloten