Wat goed dat je succesvol bent afgestudeerd! Welk vakkenpakket had je? ‘Goede vraag, dat weet ik eigenlijk niet precies…’ Werkgevers zullen zich achter de oren krabben als een sollicitant een dergelijk antwoord geeft. Toch is zo’n antwoord dichterbij dan menigeen denkt. En dat is maar goed ook. Hoe zit dat? Docent Sabrina Jupijn vertelt over het werken met zogenaamde ‘beroepsproducten’ door studenten accountancy aan de HU.
Wat zijn beroepsproducten en hoe verhouden die zich tot de klassieke vakkenpakketten?
“Bij beroepsproducten leren studenten aan de hand van thema’s. Die verhouden zich vrijwel een-op-een met activiteiten uit de beroepspraktijk. In de propedeuse-fase bijvoorbeeld voeren studenten tijdens een cursusperiode de administratie voor een kleine onderneming. Zij stellen ook de jaarrekening op en doen de btw-aangifte. Dat zijn heel concrete werkzaamheden die ze later ook na hun opleiding daadwerkelijk zullen gaan uitvoeren. Heel praktisch en beroepsgericht dus. Tijdens deze cursusperiode krijgen ze ondersteunende lessen bedrijfsadministratie, externe verslaggeving, jaarrekeningrecht en belastingrecht. Die lessen zijn speciaal gericht op de praktische handelingen die ze bij de casus moeten uitvoeren. In het tweede jaar van de opleiding schalen we op naar een middelgroot bedrijf en gaan we ook consolideren. In een andere cursusperiode voeren studenten een samenstelopdracht uit. Tijdens deze opdracht beoordelen ze de omzet met behulp van data-analyse. Uit deze post blijkt dat fraude is gepleegd en dat de wet- en regelgeving niet is nageleefd. De student moet dat uitzoeken en aantonen. Vervolgens vindt een eindgesprek plaats tussen de accountant en de klant, in de vorm van een rollenspel. Daarbij ondervinden studenten aan den lijve hoe je moeilijke kwesties met de klant kunt bespreken.”
Is werken aan de hand van beroepsproducten nieuw?
“Wetenschappelijk is al veel aandacht besteed aan zaken als leeromgevingen en competentieleren. Maar in de praktijk op hogescholen is dit nog voor verbetering vatbaar. Studenten van Hogeschool Utrecht werkten ook in projectvormen. Het ‘zelf doen’ leidt vaak tot een beter leerrendement dan het overdragen van theorie met een traditioneel hoorcollege. Door per periode een beroepsproduct centraal te stellen en de theorie te clusteren is het voor studenten duidelijker wat straks van hen wordt verwacht. Ze worden dus beter voorbereid op het toekomstige werkveld.”
Welke middelen worden gebruikt om de beroepsproducten in te vullen?
“Wij gebruiken verschillende didactische werkvormen. De hoor- en werkcolleges zijn bedoeld om studenten de theoretische onderbouwing van een beroepsproduct aan te leren. Daarnaast werken de studenten zo veel mogelijk in interactieve leerteams. Afhankelijk van de aard van de opdracht bestaan de teams uit twee tot zes personen. In deze teams wordt naast het uitvoeren van de opdracht ook gewerkt aan professionele vaardigheden en aan het ontwikkelen van de eigen professionele identiteit: wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik?”
En digitale middelen?
“We hebben een online platform, HUBl. Dat nodigt studenten uit om proactief aan de slag te gaan met beschikbare elektronische materialen. Ze kunnen er opdrachten mee voorbereiden en met elkaar communiceren via een forum. We gebruiken verder verschillende applicaties die ook in het werkveld worden gebruikt.”
Wat zijn de reacties van werkgevers en studenten?
“Dat weten we pas echt als we helemaal ‘live’ zijn. Uiteraard delen we nu al ideeën en concepten met studentenpanels, de beroepenveldcommissie en accountantskantoren in ons netwerk. De reacties zijn unaniem positief. Studenten denken veel te leren van het uitvoeren van beroepsproducten, met name omdat het nut van de vakken meer zichtbaar wordt. Het ‘opleidingskwartje’ viel vaak pas echt nadat studenten stage hadden gelopen of aan een baan begonnen. Dat gebeurt nu veel eerder. Ook vinden studenten dat ze meer plezier uit hun studie halen, omdat ze aan de slag gaan met beroepsgerichte opdrachten. En de accountantskantoren reageren positief omdat studenten een betere set aan professionele vaardigheden bezitten en beter weten wat van ze wordt verwacht. Dat maakt ons mooie beroep alleen maar sterker.”
Bron: Accountant.nl