Toetsing bepaalt de waarde van diploma’s en versterkt of verstoort het leerproces van studenten. Toetsbekwaamheid van docenten in het hoger beroepsonderwijs (hbo) is daarom belangrijk. Maar zij geven aan dat wat ze leren over toetsing niet altijd goed aansluit bij de veranderende, complexe toetspraktijk. Kitty Meijer, werkzaam bij Hogeschool Utrecht (HU), begon op 1 januari met haar promotieonderzoek naar wat er nodig is om hbo-docenten duurzaam toetsbekwaam te maken.
Docenten in het hbo zijn vaak niet opgeleid tot docent. Ze zijn bijvoorbeeld fysiotherapeut of journalist en werken daarnaast als docent. Hogescholen hebben de afgelopen jaren allerlei professionaliseringstrajecten voor toetsbekwaamheid ontwikkeld, van vierdaagse cursussen tot maatwerktrajecten. Landelijk hebben de hbo-opleidingen met elkaar afgesproken dat toetsbekwame docenten het doel van een toets kennen, een kwalitatief goede toets kunnen ontwikkelen en afnemen, en de resultaten kunnen analyseren en gebruiken voor beslissingen over studenten. Zij gebruiken toetsen om het leren van studenten te ondersteunen.
Actualisering
“De toetsbekwaamheid van docenten wordt vaak opgevat als meetbare, statische kennis en vaardigheden die een docent kan ‘bezitten’. Maar de laatste jaren ontstaat kritiek op deze definitie en operationalisering”, vertelt onderzoeker Kitty Meijer. “Aansluitend bij theorieën over het leren van professionals in andere domeinen, moet ook toetsbekwaamheid meer worden gezien als een persoonlijk ontwikkelproces in een sociale, contextafhankelijke praktijk. Het theoretisch concept over toetsbekwaamheid is dus aan actualisering toe.”
“Kennis en vaardigheden op het gebied van toetsbekwaamheid staan vaak te ver van de praktijk af en verouderen ook snel. Docenten geven aan het lastig te vinden om de opgedane kennis en vaardigheden over toetsing te integreren en onderhouden in hun werk. Ze moeten dagelijks afwegingen kunnen maken over toetsing. Er spelen ook veel verantwoordingskwesties. Zo hebben opleidingen vaak een apart toetsbeleid. Ook is er een examencommissie die de kwaliteitsborging van toetsing in de gaten houdt en docenten aanstelt als examinator. Eigen overtuigingen over toetsing en persoonlijke ervaringen met toetsing kunnen eveneens een rol spelen bij toetsbekwaamheid. Voor al deze factoren moet aandacht zijn als we nadenken over hoe we duurzame toetsbekwaamheid kunnen definiëren en operationaliseren.”
Meer flexibiliteit nodig
“De maatschappelijke ontwikkelingen gaan steeds sneller. De onderwijspraktijk past zich daarbij aan: studenten worden opgeleid voor een snel veranderende wereld. Toetsing moet kunnen mee veranderen en hbo-docenten zouden hiervoor toegerust moeten zijn. Als docent moet je weten hoe je de kwaliteit van je toetsen kan behouden in een veranderende omgeving en hoe je mogelijkheden kan creëren om te experimenteren met nieuwe toetsvormen, binnen vastgestelde kaders. In het hbo hebben docenten verschillende rollen en functies. Ze kunnen ook lid zijn van een examencommissie of een heel curriculum met bijbehorend toetsprogramma ontwerpen. Toetsbekwaamheid is dus geen vaststaand en onveranderbaar concept. Duurzame toetsbekwaamheid – of sustainable assessment literacy (SAL) – is dynamisch, contextafhankelijk en sociaal bepaald. Het vereist voortdurend leren en bijstellen naar aanleiding van vernieuwingen in bijvoorbeeld curricula en beleid.”
De komende jaren gaat Kitty Meijer onderzoeken in hoeverre de huidige professionaliseringstrajecten opleveren wat we willen en wat er nu precies nodig is voor duurzame toetsbekwaamheid. De hbo-docenten zelf zijn de eersten aan wie zij haar vragen gaat voorleggen door middel van groepsinterviews. Het promotieonderzoek Naar duurzame toetsbekwame hbo-docenten van Kitty Meijer is gekoppeld aan een praktijkgericht onderzoek in opdracht van de Vereniging Hogescholen. Zij is verbonden aan het lectoraat Beroepsonderwijs dat onderdeel is van het Kenniscentrum Leren en Innoveren van Hogeschool Utrecht. Promotor is prof. dr. Elly de Bruijn, bijzonder hoogleraar Pedagogisch-didactische aspecten van het opleiden tot beroepsuitoefening aan de Open Universiteit Nederland en tevens lector Beroepsonderwijs aan de HU. Co-promotor is prof. dr. Marjan Vermeulen, hoogleraar docentprofessionalisering aan de Open Universiteit Nederland. Begeleider is dr. Liesbeth Baartman, hogeschoolhoofddocent en verbonden aan het lectoraat Beroepsonderwijs van de HU.
Tekst: Mariek Hilhorst