Leerteamleren met team based learning
Het is een vraag die veel docenten bezig houdt. Hoe houd je je les uitdagend en interessant voor al je studenten? Met de methode team based learning zorg je voor extra variatie in het onderwijs. Maar wat is het voor methode? En kan iedere docent er mee aan de slag? ‘Team based learning past bij de veranderende rol van de docent. Een goede aanvulling op leerteamleren in de klas’, volgens Loes Vink, specialist didactiek en hogeschooldocente van de opleiding Creative Business (voorheen International Communication and Media). In januari gaf ze een workshop tijdens het HU Onderwijsfestival HU next18. De methode sluit aan bij het concept van ‘flipping the classroom’ (vertaling: ‘de omgekeerde klas’).
Elkaar overtuigen
In flipping the classroom maken studenten hun opdrachten in de klas. Traditioneel was de docent er om uitleg te geven, waarna studenten opdrachten mee naar huis kregen. Nu gaan ze zelf van tevoren op onderzoek uit. De klassikale uitleg is vervangen door instructie via website of video. De docent combineert vakinhoud, didactische inzichten en kennis van ICT om het proces te begeleiden. In de klas fungeert de docent vooral als coach en vraagbaak. ‘Dat past bij het hedendaagse onderwijs’, zegt Vink. ‘De student gaat aan het werk, niet de docent. Interactie tussen de studenten zorgt ervoor dat ze van elkaar leren.’
De werking van team based learning
Studenten bereiden zich thuis voor op een onderwerp. In de klas gaan ze in groepjes aan de slag. Eerst vult iedere student individueel een multiple choice toets in. Daarna krijgt elk groepje een kraskaart waarop dezelfde vragen collectief beantwoord worden. In dit stadium komt het er op aan om elkaar te overtuigen van de juiste keuze. De kraskaart zorgt direct voor feedback: studenten zien meteen of het antwoord juist is. Door de score per groep te bepalen wordt een competitie-element toegevoegd. Na afloop kan de docent ter verduidelijking nog een mini-college geven. Voordeel van dit proces is dat de kennis van de studenten besproken en getoetst is. Ze kunnen nu aan de slag met verdiepingsopdrachten.
Spelelement
Joanna Pisarczyk, docente Creative Business, gebruikte de methode in de praktijk. De methode sloot goed aan bij onderdelen van de cursus projectmanagement. Studenten verdiepten zich daarvoor in persoonlijkheidstheorie, groepsdynamica, coaching en planning. De eindopdracht: ‘Los een vraagstuk in de creatieve industrie op, geef advies en leg uit hoe je een sterk team vormt.’
Pisarczyk merkte het effect direct. ‘Het werkte erg goed. De hele houding van de studenten veranderde.’ En dat was waar zij als docente naar op zoek was. ‘Ze denken toch vaak dat ze het werk in de laatste cursusweek wel even kunnen doen.’ Studenten met een hoger kennisniveau namen hun medestudenten op sleeptouw. Vooral het spelelement werkte bijzonder goed. ‘De methode is niet bedreigend, het is eigenlijk een vorm van gamification.’ Dat wil zeggen: serieuze lesstof wordt op een speelse manier aangeboden.
Andere dynamiek
Studente Imme van Oudheusden merkte dat ze beter voorbereid in de les kwam. ‘De methode zorgde ervoor dat ik beter oplette in de les, omdat ik al wat had gedaan waar ik echt in moest participeren.’ Door de groepsopdrachten leerde zij de andere studenten beter begrijpen. Het spelelement had zeker toegevoegde waarde: ‘De opdrachten waren meestal interactief en leuk om te doen.’ Wel verloor ze haar aandacht als het werken met de kraskaarten te lang duurde. Al met al waren de lessen met team based learning een stuk interactiever dan de normale lessen. Precies waar het Pisarczyk om te doen was. ‘Het was een soort reality check en zorgde voor een andere dynamiek in het klaslokaal’.
Docent als facilitator
Bij team based learning staat de student echt centraal. ‘Floor to the student’, zoals Loes Vink het uitdrukt. De docent is vooral bezig met het faciliteren en stimuleren van leerprocessen. ‘De methode geeft structuur, waardoor je als docent makkelijker de rol van facilitator kan innemen’, legt Vink uit. Bijvoorbeeld als studenten ‘in beroep gaan’ tegen het door de docent geformuleerde antwoord. Na het werk met de kraskaarten krijgen studenten de gelegenheid om het ‘juiste’ antwoord van een of enkele vragen te betwisten. De docent kan wel zeggen hoe het zit maar misschien is een ander antwoord ook mogelijk. In die situatie is de docent wel de expert maar is er tegelijk ruimte voor andere interpretaties. Uit de discussie kunnen weer nieuwe inzichten ontstaan.
Of deze methode voor iedere docent meerwaarde oplevert? Dat hangt dus af van wat voor docent je bent. ‘Je moet er wel een coachende persoonlijkheid voor hebben’, zegt Pisarczyk. Of je vaardigheden op het gebied van coaching verder willen ontwikkelen. Vink: ‘Je moet bereid zijn om als docent een stapje terug te doen.’
Klik hier voor meer informatie over team based learning.
Tekst: Hans Zijlstra