Met diversity officer Elena Valbusa heeft de HU voor het eerst iemand in dienst die zich fulltime inzet voor diversiteit. Wat kunnen wij volgens Elena doen om onze hogeschool inclusiever te maken? En hoe staan we er eigenlijk voor? “Voor veel groepen wordt nu heel welwillend apart beleid gevoerd of maatwerk geboden – terwijl je eigenlijk wilt dat al deze mensen in het systeem passen.”
Voordat Elena Valbusa diversity officer werd op de HU, was zij oprichter en manager van een project voor vluchtelingstudenten op de Universiteit Utrecht: Incluusion. Vluchtelingstudenten konden er losse vakken volgen, als niet-officiële studenten. Op een afstandje zag ze bij de HU een ander initiatief ontstaan: de pre-bachelor voor vluchtelingstudenten. “Mooie initiatieven, maar beiden hebben een belangrijke tekortkoming: de kloof naar het reguliere hoger onderwijs blijft groot, waardoor er te weinig doorstroom is – in het geval van Incluusion – of de doorstroom niet altijd goed loopt en studenten met hun studie blijven worstelen. Ook was er binnen die initiatieven weinig ruimte voor de bagage die de vluchtelingstudenten meebrachten, voor hun achtergronden en ervaringen. En dus weinig aandacht voor de rijkdom van diversiteit. Ik heb hiervan twee dingen geleerd. Ten eerste: aanpassen mag geen eenrichtingsverkeer zijn. Niet alleen de vluchteling moet zich aanpassen, je moet je aan elkáár aanpassen. Ten tweede: herken en erken de verschillen tussen mensen, maar voer geen apart beleid. Vluchtelingen, studenten met dyslexie, mantelzorgers; voor veel groepen wordt nu heel welwillend apart beleid gevoerd of maatwerk geboden – terwijl je eigenlijk wilt dat al deze mensen in het systeem passen. We moeten af van het ‘hokjes-denken’. Pak het systemisch aan en betrek altijd de mensen om wie het gaat. Daarvoor moet het systeem anders.”
In termen van kansen
“Het is belangrijk diversiteit niet te problematiseren. Diversiteit en inclusie gaan niet over bepaalde groepen maar over iedereen. Diversiteit is nu vaak een moreel appèl; doe het goede. Maar je kan diversiteit beter benaderen in termen van kansen. Je wilt immers dat zoveel mogelijk studenten succesvol studeren en vervolgens als onze ambassadeurs de beroepspraktijk betreden. Je wilt dus niemand uitsluiten. Ook voor innovatie is diversiteit belangrijk; de kans op vernieuwing is een stuk groter als je mensen met verschillende visies en invalshoeken weet samen te brengen. Draai het eens om: wat zijn de gevolgen voor studentensucces, studentenwelzijn, binding, innovatie en alumnigemeenschap als wij niets doen? Hebben wij überhaupt de ‘luxe’ om er niet voor te gaan?”
Goed luisteren
“Ik sprak gisteren een eerstejaars student. Zelf is ze geboren in Nederland maar haar familie heeft een migratieachtergrond. Ze vertelde dat ze zichzelf niet herkent; niet in docenten, niet in haar medestudenten, niet in het studiemateriaal. Het is heel belangrijk dat het verhaal van zo’n student gehoord wordt. Ik zou haar aanraden lid te worden van de medezeggenschap, een studievereniging; actief te worden. Dat vergt moed en kracht. Steeds jezelf moeten uitleggen, moeten vechten voor je standpunt; dat is vermoeiend. Die drempel wordt lager als er goed geluisterd wordt en als er voorzieningen voor komen. Daar wil ik mij als diversity officer voor inzetten.”
De helft van het werk
“Je hoeft niet te wachten met luisteren tot iemand je benadert. Je kan er ook zelf in investeren. Als jij en je ouders in onze cultuur zijn opgegroeid, als je hele familie heeft gestudeerd, als je een breed netwerk hebt om op terug te vallen, dan heb je een eenvoudiger start op het hbo dan veel anderen. Het is goed je daarvan bewust te zijn. Dan begrijp je een ander beter. Vanochtend heb ik geluisterd naar een presentatie over dyslexie; er ging een wereld voor mij open. Goed luisteren en je in een ander verplaatsen – het is niet het begin, maar de helft van het werken aan inclusie.”
Verwoestende stereotypes
“Goed luisteren betekent ook: geen aannames doen, geen snelle conclusies trekken over een ander. Zo sprak ik een man die de afstudeerrichting jeugd van social work had afgerond en met jonge kinderen was gaan werken. Hij vertelde dat hij de enige man was in dat werk en elke dag met argwaan werd bekeken, want: waarom zou een man met kleine kinderen willen werken? Hij was altijd bezig zijn plek als man in de hulpverlening te verantwoorden en is uiteindelijk iets anders gaan doen. Het is een voorbeeld van hoe verwoestend een stereotype kan zijn. Daar moeten we echt tegen strijden. Je moet altijd naar de mens blijven kijken.”
Momentum
“Ik zie dat het thema diversiteit erg leeft binnen onze organisatie. Er gebeurt ook al best veel op de HU. Zelf heb ik met een paar collega’s een eerste HU-viering van Internationale Vrouwendag georganiseerd, dat was een mooie bijeenkomst. Er is echter vaak geen goede verbinding tussen initiatieven, het ontbreekt aan een overkoepelende visie en plan. Daar ga ik de komende tijd aan werken, samen met het Netwerk Diversiteit. Dat netwerk, dat we aan het opbouwen zijn, wordt de centrale plek voor diversiteit binnen de HU. Ook zijn we met HR een werkgroep gestart die zich gaat inzetten voor een meer diverse medewerkerspopulatie. Verder wil ik mijn blik naar buiten richten, kennis en ervaring delen met andere hogescholen en kijken of wij kunnen participeren in projecten en initiatieven die door ministeries of andere instanties worden opgezet. We hebben momentum, dat is goed om te zien.”