Dialoog met de beroepspraktijk

De afgelopen jaren is er hard gewerkt om onderzoek te integreren in de opleidingen. Maar onderzoek bij de ene opleiding is iets anders dan onderzoek bij de andere opleiding. Dat heeft alles te maken met de praktijk waar de opleidingen voor opleiden. Hoe kan je dan toch een gemene deler vinden voor ‘onderzoekend vermogen’? ‘Stimuleer de dialoog over de plaats van onderzoek binnen de dagelijkse beroepspraktijk.’

Wat is onderzoekend vermogen
Onderzoekend vermogen is een belangrijk begrip in de onderwijsvisie van Hogeschool Utrecht: Onze wereld van morgen. ‘Onderzoekend vermogen stelt studenten en professionals in staat om creatief, innovatief en methodisch te werk te gaan.’ Dat is nodig, omdat de maatschappij steeds ingewikkelder wordt en de beroepspraktijk voortdurend in beweging is. De Vereniging Hogescholen stelde al in 2009 vast dat studenten onderzoekend vermogen nodig hebben om te kunnen bijdragen aan vernieuwingen in de praktijk. Maar wat houdt het begrip precies in?
Volgens lector Daan Andriessen bestaat het begrip uit drie onderdelen: een onderzoekende houding, kennis gebruiken en het doen van onderzoek. Die drie aspecten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kan geen onderzoekende houding ontwikkelen zonder onderzoek te doen. Toch constateerde onderzoeker Lisette Munneke dat opleidingen soms genoegen nemen met een ‘onderzoekende houding’ van hun studenten. ‘Dat komt eigenlijk gewoon neer op kritisch denken. Het gaat pas om onderzoekend vermogen als er onderzoek nodig is om een praktijkvraag te beantwoorden.’

Onderzoek onderzocht
In opdracht van het College van Bestuur onderzocht Lisette Munneke, onderzoeker bij het lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek, de stand van zaken rond onderzoekend vermogen binnen de opleidingen. Voor het onderzoek raadpleegde ze samen met haar collega’s vertegenwoordigers van in totaal 23 opleidingen. Een aardige dwarsdoorsnede van de hogeschool, met bachelor- en masteropleidingen.
Uit de interviews met betrokken docenten bleek dat opleidingen het begrip onderzoekend vermogen heel verschillend invullen. ‘Onderzoekend vermogen betekent bij iedere opleiding iets heel anders, omdat het gebonden is aan de professie.’ Is het beroepsprofiel van een leraar nog redelijk eenduidig, voor een econoom is het lastiger in te schatten waar hij later zal terechtkomen. Voor journalisten geldt zelfs dat ze hun toekomstige werkkring opnieuw moeten uitvinden. Logisch dat er dan anders tegen onderzoek wordt aangekeken.

Afstuderen
Voor alle opleidingen geldt dat flexibilisering van het onderwijs veel aandacht vergt van docenten en opleidingsmanagers. Ontwikkeling van een doorlopende onderzoekleerlijn kan dan in het gedrang komen. Waar de opleidingen het over eens zijn is het belang van onderzoek in de afstudeerfase. ‘Bij het afstuderen komen de belangen van onderwijs, onderzoek en praktijk samen,’ stelt Lisette Munneke. Dat levert wel stevige dilemma’s op. Bijvoorbeeld over de beoordeling. In hoeverre laat je als opleiding de praktijk meepraten over de beoordeling van een onderzoek? Een afstudeeropdracht kan een positief resultaat opleveren voor een stagebedrijf maar in de ogen van de begeleidende docent een onvoldoende score. En andersom. ‘Er is meer dialoog en samenwerking nodig,’ zegt Lisette Munneke. ‘Eigenlijk heeft de praktijk op het moment vrij weinig te zeggen over de criteria waarop studenten beoordeeld worden. Opleidingen houden dat het liefst in eigen hand.’

Aanbevelingen
Meer samenwerken met de praktijk, dat is een van de aanbevelingen van Lisette Munneke en haar collega’s. ‘We moeten op zoek naar de integratie van onderzoek en onderwijs in het praktijkproces.’ Nu hoor je uit de praktijk nog wel eens terug dat studenten te lang bezig zijn met analyseren, wat het praktijkproces vertraagt. ‘Onderzoek in het hbo is wat dat betreft een beetje doorgeslagen. Wat de praktijk nodig heeft zijn professionals die hun handelen weten te onderbouwen maar die wel slagvaardig zijn.’
Andere aanbeveling voor de opleidingen: ‘Kijk eens naar elkaar.’ De grondigheid waarmee een onderzoek wordt uitgevoerd verschilt ook per opleiding. Bij gezondheidszorg hoort een hoge standaard in ‘evidence-based practices’, educatie stelt weer andere eisen. Toch kan het heel zinvol zijn om naar overeenkomsten te kijken. ‘Bij gezondheidszorg en educatie gaat het in beide gevallen om werk met mensen en om situaties waarin snel en adequaat handelen vereist is.’
Tenslotte raden de onderzoekers aan om werk te maken van een doorlopende onderzoekleerlijn. ‘Onderzoekend vermogen moet worden geïntegreerd in andere beroepscompetenties.’

Vervolgonderzoek
De komende jaren zetten onderzoekers van het lectoraat hun onderzoek op nationaal niveau voort, met ondersteuning van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. Ze nemen deel aan een consortium van hogescholen (Hogeschool Arnhem-Nijmegen, Avans Hogeschool en Hogeschool Utrecht) dat onderzoek doet naar geschikte scenario’s voor afstuderen binnen de economische opleidingen. Bij de vakgebieden marketing, communicatie en andere domeinen binnen de voormalige HEAO is de diversiteit van het werkveld een enorme uitdaging. ‘Afstudeeronderzoek krijgt dan al gauw de vorm van een adviesrapportage. Studenten moeten leren inschatten wanneer en wat onderzoek kan bijdragen aan een vraag van een opdrachtgever.’

Versteviging van de dialoog met de praktijk, dat lijkt de opdracht voor de komende jaren. ‘Laat wat er in de praktijk speelt, leidend zijn. Kijk daarna hoe we onze studenten daar op voor kunnen bereiden.’ Dat betekent dat we onderzoek goed moeten koppelen aan de praktijkprocessen waarvoor we opleiden. Zodat we professionals afleveren die in staat zijn om snel te handelen op basis van goed onderbouwde keuzes.

Tekst: Hans Zijlstra

Links
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek
Lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek

- Reacties 1

  1. Hier ben ik het hartgrondig mee eens. Met name het snel en adequaat handelen is een kerncompetentie van het HBO. Daarnaast is naar mijn mening een belangrijke competentie van een HBO afgestudeerde, dat hij/zij in staat is om zaken structureel te kunnen verbeteren. Onderzoek speelt daarbij een belangrijke rol. Aanvullend in een snel veranderende wereld, zowel maatschappelijk als technologisch, moeten we dat ook nog eens op nieuwe manieren kunnen doen. Dan kunnen we ons, als HBO onderwijs, inderdaad afvragen of de afstudeervormen zoals we die nu kennen, daar nog wel bij aansluiten. Op de HTS heb ik een afstudeerscriptie geschreven. Ruim 35 jaar geleden. Wat we nu vragen lijkt daar nog heel sterk op. Dat geeft te denken.

Reacties zijn gesloten