Blog: Wandelaar, er is geen weg

Beeld van Antonio Machado, in Baeza

Onlangs spraken Anton en ik weer met medewerkers over de organisatieontwikkeling van de HU. Het is zinvol om in direct contact met docenten en andere medewerkers te weten te komen welke vragen en onzekerheden er zijn over de veranderingen binnen onze hogeschool. Die vragen zijn vanzelfsprekend heel divers. Eéntje sprong er voor mij echt uit: “We werken met hart en ziel in het onderwijs, voor de HU, en nu horen we dat het anders en beter moet. Alsof we de afgelopen jaren niets hebben bereikt. Hoe zit dat?” Ik heb de medewerker die de vraag stelde op het hart gedrukt – en wil dat al onze medewerkers doen – dat we juist ontzettend véél hebben bereikt. Uit een hoop onafhankelijke instellingen hebben we één hogeschool laten groeien die van grote waarde is voor de regio en een enorme impact heeft op de beroepspraktijk. Een hogeschool wier diploma’s garant staan voor de professionaliteit van haar studenten. We zijn ver gekomen. Maar: dat verleden mag niet onze toekomst gijzelen. Waar je vandaan komt bepaalt niet per se waar je heen gaat.

Toen de vraag gesteld werd, had ik spijt. Spijt dat ik niet, zoals ik oorspronkelijk van plan was, het gesprek had geopend met het gedicht ‘Wandelaar’ van Antonio Machado:

Wandelaar

Wandelaar, je sporen
zijn de weg, en zij alleen;
wandelaar, er is geen weg,
de weg ontstaat in het gaan.
Gaandeweg ontstaat de weg,
en als je omkijkt
zie je de baan die nooit meer betreden zal worden.
Wandelaar, er is geen weg,
slechts een kielzog in de zee.

Natuurlijk zijn wij rijker door alles wat we hebben bereikt maar in de afgelegde weg, ons verleden, ligt niet de toekomstige route besloten. Die route bepalen we samen, richting 2020 en verder. Dat doen we met de blik naar buiten: we veranderen om optimaal te blijven aansluiten op de beroepspraktijk en zo waardevol te blijven voor onze stedelijke regio. Stilstand is geen optie. Om een andere dichter aan te halen: The times they are a-changin’. Het is aan ons om mee te veranderen.

Jan Bogerd

Reacties zijn gesloten