Blog: Een learning community moet ook een sociaal netwerk zijn

Toen ik onlangs door België reed, hoorde ik op de radio een item over een project van de Vlaamse Scholierenkoepel: De Conflixers. Conflixers zijn leerlingen die op hun eigen school andere leerlingen ondersteunen waar nodig. Zit je niet goed in je vel? Heb je ruzie met iemand of wordt je gepest? De Conflixers fixen het. Ik vind het een prachtig initiatief. Je moet scholieren en studenten ook hulp bieden buiten hun lesprogramma: bij conflicten, somberheid, concentratieproblemen, problemen thuis. Al zijn het op zich geen onderwijsproblemen, ze hebben wel effect op hoe iemand leert, samenwerkt, met anderen omgaat, zich ontwikkelt.

We proberen studenten al op verschillende manieren steun te bieden bij persoonlijke problemen. We hebben studieloopbaanbegeleiders, decanen, studentenpsychologen… maar wat als je gewoon even niet zo zeker bent van jezelf? Als je het moeilijk hebt, zonder goed te weten waarom? Het is best een stap om hulp te vragen bij een decaan of psycholoog, en al helemaal als je net even niet stevig in je schoenen staat. Dat is zo mooi aan die Conflixers: het zijn studenten die studenten helpen. Zo laagdrempelig als het maar kan. Alleen al het feit dat studenten oog hebben voor hun medestudenten, kan helpen. Die sociale binding is ontzettend belangrijk, ik vind het een van de hoekstenen van de campus waar we met z’n allen aan werken.

En dus is het een investering waard. Als we de sociale binding op onze campus weten te vergroten, vergroten we de betrokkenheid van studenten bij de HU én bij elkaar. En dat betekent volgens mij een flinke impuls voor de kwaliteit van ons onderwijs.

Investeren in de onderwijskwaliteit: dat was ook het onderwerp van het rondetafelgesprek dat Anton, Jan en ik onlangs hadden met de Hogeschoolraad en de Raad van Toezicht. Met een nieuwe regering in het zadel komen er nieuwe gesprekken over kwaliteitsafspraken met het ministerie van OCW. Een van die afspraken zal gaan over de besteding van het geld dat is vrijgekomen met de afschaffing van het leenstelsel. Geld dat afkomstig is van studenten en dus besteed moet worden aan iets waar de student wijzer van wordt.

Met die gedachte gingen we met elkaar in gesprek. Daarin kwam ook de sociale binding van de HU op (de ronde) tafel. Hoe vinden we eerder studenten die het moeilijk hebben, wie heeft dan welke rol, hoe vind je elkaar makkelijker? Hoe zorgen we nou voor een learning community die niet alleen om leren gaat maar ook een sociale functie heeft? Volgens mij in ieder geval door studenten zoveel mogelijk hierbij te betrekken, ook buiten de medezeggenschap, ook buiten de Science Cafés. We moeten zorgen dat we ook die andere 80 procent van de studenten bereiken. Het geld dat vrijkomt uit afschaffing van het leenstelsel is immers van álle studenten.

Van studenten, voor studenten. Dat zat nog steeds in mijn hoofd toen ik, een dag na de ronde tafel, deelnam aan een vergadering met bestuurders en oud-bestuurders van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). We hadden het ook over de HU; het is altijd leerzaam om te zien hoe studenten naar ons kijken. Ze complimenteerden ons met de inzet op een niet-bindend studieadvies en met ons festival HU Next18, over de toekomst van het onderwijs. Zaken met directe, positieve impact op de studenten.

Ik hoop dat als ik over een jaar weer bij deze studenten aanschuif, ze zullen zeggen: wat gaaf hoe jullie bezig zijn met het sociale netwerk op de HU. Van én voor studenten.

Tineke Zweed, lid College van Bestuur Hogeschool Utrecht

Reacties zijn gesloten