Met zo’n dertig medewerkers spraken Anton en ik afgelopen maandag over het ontwikkelen van onze organisatie. Daarbij gaan we de verticale organisatiestructuur van de faculteiten ombuigen in horizontale, multidisciplinaire verbanden tussen instituten, om optimaal te kunnen aansluiten op en bijdragen aan ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De organisatieontwikkeling maakt deel uit van een transitie op diverse fronten, waarmee we onze ambities voor Hogeschool Utrecht in 2020 willen waarmaken. Met de campusontwikkeling op het Utrecht Science Park stimuleren we samenwerking met onze partners en moedigen we nieuwe structuren binnen de HU aan, door instituten ruimtes (met veel ontmoetingsplekken) te laten delen. De dienstverlening wordt centraal georganiseerd en ingesteld op ondersteuning van deze nieuwe organisatie. Mede met geld dat vrijkomt uit herhuisvesting en hervorming van de dienstverlening, wordt geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek dat we samen met de beroepspraktijk ontwikkelen en vernieuwen.
Het opzetten van een nieuwe structuur, het ontwikkelen van nieuwe huisvesting, het is een flinke uitdaging – en toch eigenlijk relatief eenvoudig. Die transitie vormt het fundament voor de moeilijkste stap: mensen mee laten gaan in de ontwikkeling van onze hogeschool. Er moet nog heel wat gebeuren voor medewerkers – waarvan sommige al jaren volgens de huidige organisatiestructuur werken – zich nieuwe manieren hebben eigengemaakt van (samen)werken, van lesgeven, van onderzoek organiseren en van ondersteuning bieden. Dat zijn veranderprocessen die je niet kunt realiseren binnen enkele jaren, daar moeten we echt de tijd voor nemen. Ik pleit dan ook voor geduld, zowel bij leidinggevenden als bij medewerkers. Mensen veranderen hun gedrag niet zo snel – en dat is niet erg.
Hebben we een routekaart, ontwerpen voor dit traject? Nee. Adaptieve verandering, cultuurverandering, kan je niet op papier uittekenen. Dat is een traject dat je samen moet bewandelen, stap voor stap. Dat roept onzekerheid op maar als we maar in dialoog blijven, zullen we passende antwoorden vinden. Moeten we dit proces wel nu starten? Moeten we de organisatieontwikkeling niet pas aanpakken als we andere processen, zoals de herhuisvesting, hebben afgerond? Nee. Wij denken dat het tegelijk moet, omdat de organisatieontwikkeling ondersteunend is aan die processen. Ik ben ervan overtuigd dat we dit kunnen dragen. Hogeschool Utrecht is een solide kennisinstelling. De basis is in orde. Daar hebben we wel een prijs voor moeten betalen. De overheid eiste, naar aanleiding van de Inholland-affaire, van het hbo een expliciete waarborging van de kwaliteit. De regelgeving nam toe en onze budgettering werd deels afhankelijk van prestatieafspraken met het ministerie van OCW. Dat heeft gezorgd voor een waarborg van de ondergrens. Het heeft echter ook geleid tot een tamelijk formalistische organisatie. De risico’s zijn afgenomen maar de ruimte om nieuwe dingen te ontplooien ook. Het is nu tijd die ruimte terug te winnen.
We nodigen onze medewerkers van harte uit hierover het gesprek met ons aan te gaan. De volgende gelegenheid hiertoe is op 17 december.
Jan Bogerd