Het Institute for Engineering & Design (IED) is organisator en partner van diverse aansprekende samenwerkingen van de HU, zoals Selficient en het Fieldlab 3DMedical. Hoe begin je zo’n samenwerking? Wat heb je ervoor nodig? We vroegen het Do Blankestijn, directeur van IED.

De beroepspraktijk vraagt steeds meer om interdisciplinaire samenwerking. Maar voordat je daarover met hen in gesprek gaat, moet je eerst zorgen dat er een gedeeld punt aan de horizon is, stelt Do. “Daarom zijn we bij IED begonnen met het formuleren van verbindende thema’s, afgeleid van de HU-profilering. Thema’s over opleidingsgrenzen heen. Op basis van die thema’s hebben we in het rooster ruimte gemaakt om tweemaal een multidisciplinair studentenproject uit te voeren.”
“Samenwerken is: een collectieve ambitie hebben waarbij je in afhankelijkheid van anderen leeft”
Al het begin is moeilijk
Samenwerken zorgde in het begin wel voor ongemak. “Opleidingen werken met andere formats voor verslagen, uiteenlopende onderzoeksmethoden. Dat is een rijkdom maar ook lastig. Door over de verschillen te praten en zaken beter af te stemmen, werden steeds meer obstakels weggenomen.” De nieuwe, plattere organisatiestructuur maakt intern samenwerken niet eenvoudiger maar de kans op succes wél groter, stelt Do. “Je praat meer met elkaar, er is meer uitwisseling van informatie. Zo krijg je vanzelf meer contacten.

Maak het structureel
Bij IED groeide de interne samenwerking uit tot de Quest-projecten, waarin studenten aan de slag gaan met opdrachten uit de beroepspraktijk. Selficient bijvoorbeeld is begonnen als Quest-project. De eerste opdrachtgevers zochten en vonden docenten in hun eigen netwerk. “Maar elke keer opnieuw acquireren kost een hoop tijd. Bovendien wil je dat een samenwerking niet afhankelijk is van de contacten van individuele docenten”, stelt Do. “Daarom zijn we met die externe partners gaan kijken wat onze gedeelde thema’s zijn. Thema’s die we kunnen uitdiepen en waaraan we als instituut op langere termijn kunnen bijdragen. We gingen daarbij primair om de tafel met partners op het Utrecht Science Park, om dat ecosysteem te benutten en te verrijken.”
“Met de complexe uitdagingen waar de wereld voor staat, is multidisciplinaire samenwerking een must”

Ga snel aan de slag
Zo raakte Do in gesprek met de 3D-printspecialisten van ProtoSpace en met het Universitair Medisch Centrum Utrecht. “We hebben gekeken wat we voor elkaar konden betekenen, hoe we elkaar konden aanvullen. Daar is het Fieldlab 3DMedical uit voortgekomen, een samenwerking waar ook diverse commerciële partijen bij betrokken zijn.”
Twee belangrijke voorwaarden
Wat zijn belangrijke voorwaarden voor zo’n brede samenwerking? “Allereerst moet je zoiets nooit op intentie alleen doen; er moet geld in zitten. Niet alleen het succes maar ook het falen moet je kunnen voelen. Ten tweede moet je niet alles zelf willen doen. Zo hebben we voor 3DMedical een business developer aangetrokken. Samenwerken is een leerproces maar je moet ook weten wanneer je externe professionals nodig hebt.” Het Fieldlab 3DMedical is al snel na de oprichting producten gaan ontwikkelen. Do: “We wilden in een vroeg stadium laten zien waartoe we in staat zijn. Zo ontstaat er vertrouwen bij partijen om verder te gaan en trek je nieuwe partners aan. Mijn advies is: probeer niet de hele organisatie tot in de puntjes op orde te hebben voor je begint.”
Vertrouwen op afhankelijkheid
“Uiteindelijk is samenwerken: een collectieve ambitie hebben waarbij je in afhankelijkheid van anderen leeft. Het brengt altijd onzekerheid en ongemak met zich mee. Meestal is het een goed idee die gewoon te laten zien, om advies te vragen: Ik zie hier tegenop, help eens mee? Wat zou jij doen? Vaak zal de ander dan ook zijn of haar onzekerheden tonen. Zo ontstaat verbinding en vertrouwen”, aldus Do. “In een goede samenwerking maak je deel uit van een grote groep mensen die het los van elkaar niet precies weten maar samen misschien wel. De gedeelde winst is vaak groot. En met de complexe uitdagingen waar de wereld voor staat, is multidisciplinaire samenwerking een must. We zijn het verplicht aan onze studenten hen hierin op te leiden en dus het goede voorbeeld te geven.”