De zandloper, ik introduceerde hem eerder al. Hij staat bij ons symbool voor de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Onderaan zit het segment lager opgeleide vakmensen, bovenaan de hoog opgeleide top. En het middensegment loopt langzaam weg. Hoofdzakelijk naar beneden, als bij een echte zandloper. En, om in de analogie te blijven, we hebben weinig tijd om hier iets aan te doen. Om te voorkomen dat professionals in de onderkant van de arbeidsmarkt in de verdrukking raken, moeten we zorgen voor nieuwe kansen voor het middensegment.
Belangrijke reden voor de leegloop in dat segment is de verregaande automatisering (robotisering) van werk. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) liet enkele maanden geleden het Rathenau Instituut een studie uitvoeren naar deze relatie tussen technologie en werkgelegenheid. Hun rapport stelt interessante vragen over de rol van de overheid en kennisorganisaties bij robotisering, maar doet geen harde uitspraken over de toekomstige werkgelegenheid omdat “de toekomst fundamenteel ongekend” is. Moet iedereen in het middensegment van de arbeidsmarkt zich dan maar snel laten omscholen tot IT’er? Geenszins. Zoals econoom Andrew McAfee zei in het VPRO-programma Tegenlicht: mensen zijn bovenal sociale wezens die verbinding zoeken met elkaar. Dat sociale aspect heeft grote invloed op ons functioneren en dus ook op ons werken. Het technologische tijdperk zal nieuwe beroepen met zich meebrengen die juist dit sociale aspect in zich dragen, zoals intermediairs tussen mens en automatisering en mensen die zorgen dat innovatie op maatschappelijk verantwoorde wijze gebeurt.
Het is bovenal belangrijk de exponentiële groei van informatietechnologie niet als bedreiging te zien maar als kans. Zo’n ingrijpende evolutie in onze wijze van werken en dus in de arbeidsmarkt leidt enkel tot banenverlies en verschraling als de professionals niet mee veranderen. Hier ligt dé uitdaging van huidige en toekomstige professionals – en dus ook voor ons als opleider van die professionals.
In dat licht moet de organisatieontwikkeling van de HU worden gezien. We veranderen omdat de beroepspraktijk verandert – in hoog tempo. Niet voor niets spreekt het rapport van het Rathenau Instituut over een ‘IT-revolutie’. Die willen wij het hoofd bieden met een flexibel onderwijsassortiment dat met gepersonaliseerd leren snel kan inspelen op de wensen en behoeften van professionals. Om dat te bereiken, borgen we de inbreng van het beroepenveld in ons praktijkgericht onderzoek en in onze assortimentsontwikkeling.
Daarom ook gaat het bij het ontwikkelen van onze organisatie niet primair om een vooropgezet, strak omlijnd plan. Daarmee kunnen we de ontwikkelingen in de beroepspraktijk nooit bijbenen, laat staan op ze anticiperen. Wat we nastreven is een adaptieve organisatie, waarin veranderingen op een natuurlijke wijze plaatsvinden. Dit vraagt om wendbare opleiders in een wendbare organisatie.
Jan Bogerd