In de Keuzegids Masters 2017 krijgen zes masteropleidingen van Hogeschool Utrecht het predicaat TOPopleiding. Sommige daarvan zijn oude bekenden die jaar op jaar uitstekend presteren, maar nieuwkomer Urban & Area Development (MUAD) steelt de show met 98 punten. Hoe heeft de opleiding dat voor elkaar gekregen?
Het is een mooie collectie, de masters van de HU die in 2017 TOPopleiding zijn: Informatics, Zorgtraject Ontwerp, Physician Assistent, Fysiotherapie en Educational Needs locatie Valkenburg. Sommige van die masters behoren jaar na jaar tot de beste. Een geweldige prestatie die alle lof verdient. Maar er is dus ook die ene nieuwkomer in de voorhoede, een opleiding die vorig jaar wegens een te laag stemmenaantal geen vermelding kreeg in de Keuzegids.
“De afgelopen jaren hebben we gewerkt aan vernieuwing van de opleiding”, zegt Saskia Heins. “Toch kwam het voor ons als een hele fijne verrassing dat we TOPopleiding zijn”. Heins is sinds juli 2016 opleidingsmanager van de masteropleiding Urban & Area Development, kortweg MUAD, die Hogeschool Utrecht sinds 2009 samen met Saxion aanbiedt. De opleiding richt zich op professionals met minimaal drie jaar werkervaring, bijvoorbeeld bij gemeenten, provincies of corporaties, maar ook in vastgoed, adviesbureaus of bij bouwbedrijven. De opleiding is praktijkgericht, aldus Heins. “Studenten nemen hun eigen praktijkvoorbeelden mee naar de opleiding. Ze praten erover met docenten en lectoren. Bovendien kunnen ze het geleerde de volgende dag meteen toepassen in hun werk. Dat is een van de redenen waarom de opleiding hoog scoort.”
Laurens Muilwijk kan dat beamen. Hij is strategisch adviseur bij Sité Woondiensten, een woningcorporatie in Doetinchem en omgeving. Sinds september 2015 volgt hij de MUAD, inmiddels is hij in de afstudeerfase aangeland. “Ik maak onder meer beleidsvoorstellen voor Sité. Binnen mijn team focus ik op meerjarige vastgoedsturing en duurzaamheid. Ik zocht verbreding vanuit mijn werkveld: van ontwikkeling binnen de corporatie naar gebiedsontwikkeling met meerdere partijen. Ik wilde leren van andere disciplines en een frisse blik krijgen op zaken waar ik zelf al een oordeel, of vooroordeel, over had. Dat is gelukt: ik heb grotendeels gevonden wat ik zocht.” Muilwijk noemt de diversiteit aan docenten, lectoren en gastsprekers als grote pluspunten. “De sprekers stonden met beide benen in de praktijk. Hun lezingen waren altijd actueel en vaak boeiend. Na een lange lesdag helpt dat zeer om toch nog scherp te blijven.” Maar niet alleen de sprekers en docenten zorgden voor een frisse en praktijkgerichte blik: ook het contact met medestudenten droeg daar aan bij.
Die aansluiting bij de beroepspraktijk, daar heeft de opleiding hard aan moeten werken, vertelt Heins. “De bouwsector kreeg in de crisis een forse klap. Dat leidde tot een grote terugloop in studenten. We hebben toen ons oor te luisteren gelegd bij bedrijven en instellingen, en de opleiding opnieuw ingericht, met waardecreatie als rode draad, zowel economisch als maatschappelijk. We blijven veel praten met studenten, bedrijven, overheden en docenten, om de opleiding nauw te laten aansluiten bij de behoeftes.”
Dat luisteren gaat ook na de ombouw door, zowel op grote als op kleine schaal. Muilwijk is lid van het studentenpanel, dat feedback geeft op de masterclasses. “Elke module had voorheen een tweedaagse vaardigheidstraining en een praktijkproject van drie dagen. Dat vormde een forse belasting naast het werk en de normale studie-uren. Dat hebben we aangekaart.” Het probleem bleek al langer te spelen, en de opleiding besloot een keuze te maken: in elke masterclass doen studenten nu ofwel een vaardigheidstraining, of een praktijkproject. Overigens waardeert Muilwijk die projecten zeer. “Wij hebben advies uitgebracht aan diverse gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat en een corporatie. Daar is ook echt wat mee gebeurd. Dat geeft toch iets extra’s aan zo’n praktijkproject.”
Opleidingsmanager Heins noemt nog een voorbeeld: de studiereis werd op advies van de studenten verplaatst. “Voorheen gingen zij op het eind van de studie op studiereis naar een grote Europese stad. Wij kregen echter terug dat het jammer was dat wat ze daar zagen niet meer uitgebreid aan bod kon komen in de opleiding. Daarom hebben we de studiereis dit jaar naar voren gehaald. De nieuwe lichting die in februari is gestart, gaat in juni naar Hamburg.”
Volgens Heins is het succes van de opleiding boven alles te danken aan de studenten en de docenten. “De studenten en hun werkgevers spreken hun behoeftes uit, en wij proberen daar zo goed mogelijk gehoor aan te geven. Ook werken we nauw samen met verschillende lectoraten. Zij voeden de opleiding met de laatste stand van zaken in het praktijkgericht onderzoek en met boeiende gastsprekers uit hun netwerk. En door enthousiast over onze opleiding te vertellen, bereiken we ook meer docenten uit onze hogeschool, die op hun beurt weer mogelijkheden zien om bij te dragen aan het curriculum. Want dat wordt nog weleens vergeten: binnen de HU lopen heel veel enthousiaste en deskundige docenten rond. Mijn tip is: maak gebruik van hun expertise, en zet een ijzersterke opleiding neer.”
