Met vernieuwde huisvesting wil de HU het onderwijsproces en de benodigde ruimte beter op elkaar afstemmen. Leegstand van lokalen en collegezalen wordt teruggedrongen. Het geld dat we hiermee besparen, investeren we in het onderwijs. Met de oplevering van Heidelberglaan 15 de herhuisvesting afgerond. Dat wil zeggen: het bouwkundige deel. Er is nog wel werk te verrichten om te komen tot het gewenste gemiddelde ruimtegebruik, met een betere spreiding van activiteiten. Dick de Wolff, directeur a.i. bij de Dienst Bedrijfsvoering: “Maar het is echt niet zo dat iedereen nu van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op de HU moet zijn.”
Het aanhouden van extra ruimte op het Daltonpark heeft niets te maken met ruimtegebrek?
“Absoluut niet. We hebben in onze vernieuwde huisvesting voldoende ruimte voor al onze activiteiten. Maar dan moeten we wel beter leren omgaan met de beschikbare ruimte. Daar is 60/60 voor: de ruimte is 60 uur in de week beschikbaar en moet dan voor 60 procent gevuld zijn. We combineren minder vloeroppervlak dus met ruimere openingstijden. Dit 60/60-concept is vanaf het begin af aan onderdeel geweest van onze herhuisvestingsplannen. 60/60 maakt een kleinere huisvesting mogelijk, zodat er geld vrijkomt om te investeren in ons onderwijs, in extra docenten. Het is ook een verduurzaming: minder vloeroppervlak betekent minder energieverbruik. Met spreiding van onze activiteiten helpen we ook de druk op de infrastructuur te verlichten. Onze medewerkers en studenten gaan meer verspreid over de dag – en dus meer buiten de spits – reizen. Je ziet deze flexibilisering overal, ook buiten de onderwijswereld. Iedereen krijgt hier mee te maken.”
Maar de invoering ervan duurt langer dan voorzien, gezien het aanhouden van extra ruimte?
“Inderdaad. Voor het collegejaar 2018-2019 is het al gelukt een passend rooster te maken met enkel nog een deel van het onderwijs op Daltonlaan 200 en de Bolognalaan. Volgend jaar willen we ook deze locaties verlaten, met uitzondering van StudentInc en de HU Klinieken. De instituten hebben tot dan om samen tot goede afspraken te komen. Ik merk gelukkig dat meer en meer mensen meedenken aan oplossingen. Het wordt steeds minder gezien als een zaak van bedrijfsvoering en onderwijslogistiek, en meer als iets van ons allemaal.”
Wat zeg je tegen een docent die al jaren gewend is binnen bepaalde dagen en uren te werken?
“Ik snap heel goed dat het in de privésfeer lastig kan zijn. Goedlopende afspraken over bijvoorbeeld de kinderopvang of het huishouden moeten wellicht aangepast, het vraagt wat van je. Maar je kan dit probleem niet eenzijdig bij de werkgever neerleggen, we moeten dit samen oplossen. De HU doet gewoon recht aan alle gemaakte afspraken; de CAO, aanstellingsafspraken, de werktijdenwet. Wat verandert, is dat we voortaan niet meer alle individuele wensen kunnen honoreren die medewerkers daarnaast hebben. Dat past niet meer. Maar het onderwijs past verder prima in de beschikbare ruimte. Vergeet niet; 60/60 betekent ook dat in die 60 uur dat we open zijn, ruimtes 40 procent van de tijd onbenut blijven.”
Zijn er geen HU-brede regels of richtlijnen voor de verdeling van de ruimte en werkuren?
“Nee. De kans is groot dat je dan iets oplegt dat niet aansluit op de behoeften. Het is beter de verantwoordelijkheid neer te leggen bij de mensen die exact weten waar de behoefte uit bestaat; binnen de teams dus. Stel dat we HU-breed zouden vastleggen welke groepen mensen wanneer moeten werken, of wie voorrang heeft bij roostering. Voor sommigen zou zoiets gunstig uitpakken maar je beknot dan automatisch de rechten van anderen. Dat is niet eerlijk. Iedereen moet zich realiseren dat de voorkeuren van de één een offer van de ander vragen. Door de tijdsverdeling binnen je team te regelen, kan je heel goed tot eerlijke afspraken komen. Misschien vindt een collega van je het prima om eerder te beginnen en werkt een ander juist graag ‘s avonds. Misschien ook niet. Dan kan je bijvoorbeeld afspreken dat elk jaar een andere docent de avondlessen op zich neemt. Het is maatwerk. Het enige dat we HU-breed zeggen, is: het moet nu wél gebeuren. De instituten moeten het gesprek over werktijden echt aangaan.”
Dat gaat over de werktijden. Hoe zit het met de verdeling van ruimte?
Het uitgangspunt is en blijft: elke instituut krijgt ruimtes rond het eigen instituutsplein. Maar mocht er bij piekbelasting extra ruimte nodig zijn, dan kan die ook elders op de campus worden gevonden. Dat kan ook prima; van Heidelberglaan 15 naar Padualaan 97 is het zo’n 400 meter. En dat zijn de locaties die dan het meest uit elkaar liggen. Hoeveel ruimte elk instituut krijgt, is overigens bij het huidige rooster gebaseerd op de studentaantallen. We inventariseren momenteel of daar nog criteria bij moeten. Feit is dat we voldoende ruimte hebben. Loop maar eens door de gebouwen op een woensdag, vrijdag of in de avonduren. Veel ruimtes blijven dan ongebruikt. Met een betere spreiding van onze activiteiten kunnen we de beschikbare ruimtes beter benutten.”
Gaan studenten colleges vroeger en later op de dag wel accepteren?
“Ik weet dat daar scepsis over is bij sommige medewerkers. Die verwachten niet dat studenten voor 10 uur ’s ochtends komen opdagen. Maar waarom niet? De scholen waar zij vanaf komen, begonnen toch ook om 9 uur? Werktijden, stagetijden; ze bepalen die ook niet zelf. Waarom zouden studenten dan bij ons enkel van 10 tot 16 les moeten hebben? Bovendien hebben studenten in hun onderwijs ook te maken met leerteams, stages, blended learning, et cetera. Het is niet zo dat iedereen nu van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op de HU moet zijn.”
En ondersteuners?
“We hebben de werkroosters en de bezetting in de teams aangepast, om studenten en docenten te kunnen blijven faciliteren. Weet je trouwens dat de eerste medewerkers nu al om 5 uur op de HU zijn om de deuren te openen en dat de laatste sleutel pas om 12 uur ’s avonds in het slot gaat? Ik ben ervan overtuigd dat 60/60 voor ons allemaal haalbaar is.”