Voor veel mensen is Oud en Nieuw een moment om terug te blikken en eventueel goede voornemens te maken voor het komende jaar. Wie in onderwijsland werkt, heeft nóg zo’n moment van reflectie en vooruitblikken: het einde van het collegejaar. Een lichting studenten rondt hun opleiding af, op weg naar een carrière in de beroepspraktijk, terwijl in september de nieuwe lichting studenten begint. Maar eerst is het voor iedereen even vakantie. Het is een relatief rustige periode en dat nodigt uit tot reflectie. Dit jaar is dat nog wat sterker dan andere jaren omdat net ons jaarverslag over 2015 is verschenen. Ik heb daar onlangs een presentatie over gegeven, voor medewerkers en studenten. Ik kon daar gelukkig vertellen dat de HU 2015 afsloot als financieel gezonde, robuuste organisatie. Onze opleidingen werden in 2015 weer wat beter gewaardeerd, we hadden veel impact met ons praktijkgericht onderzoek en de banden met de beroepspraktijk werden verder aangehaald. Maar niet alles ging zoals gehoopt. Zo wisten we nog niet te groeien in ons onderwijs aan werkende professionals. Daar zullen we hard aan moeten blijven werken.
Bij mijn presentatie over de jaarcijfers van 2015 stond ik ook even stil bij de eerste maanden van 2016. Ik kon niet aan die bewogen tijd voorbij gaan. het artikel over de HU dat in april verscheen in NRC Handelsblad, bracht veel onrust en pijn aan de oppervlakte, veroorzaakt door de soms stevige ingrepen in onze organisatie. Inmiddels hebben we veel ontmoetingen gehad met medewerkers, veel naar hen geluisterd en veel vragen beantwoord. We zijn weer wat nader tot elkaar gekomen en ik hoop dat we samen de volgende stappen kunnen zetten in onze organisatieontwikkeling, op weg naar de gewenste, toekomstbestendige organisatie. Daarbij mogen we het ‘nu’ niet uit het oog verliezen. Wie vooruit kijkt moet nog wel kijken waar hij zijn voeten neerzet. We moeten ook blijven investeren in het hier en nu, in de docenten, onderzoekers, ondersteuners en studenten die vandaag de HU-gemeenschap vormen.
Toekomstbestendig, dat betekent voor ons: dat we als hogeschool robuust én flexibel genoeg zijn om zowel huidige als toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. Wat die uitdagingen zijn, weten we niet. Wel weten we dat we mensen opleiden voor beroepen die nu nog niet bestaan. En dat de HU een van de partijen is die, samen met de beroepspraktijk, die toekomst helpt vorm te geven voor onze regio. Het is dus goed als we vooruit durven kijken. Hoe gaat de stad van morgen eruit zien? Hoe wonen we, en reizen we? Hoe ziet de zorg eruit? En onderwijs? Wat voor invloeden hebben maatschappelijke en technologische vernieuwingen op ons gedrag? Dat zijn vragen waar wij wel degelijk al wat over kunnen zeggen.
Dat doen we graag samen – met onze partners uit de beroepspraktijk, onze medewerkers en studenten – tijdens de opening van het nieuwe collegejaar, op 25 augustus. Allereerst met onze medewerkers en studenten, tijdens ons festival De Stad van Morgen. Hier kan je kennismaken met allerlei ontwikkelingen die de stad van de toekomst vormgeven. En kom je te weten hoe we als HU hieraan bijdragen, onder het genot van een futuristisch hapje en drankje. Vervolgens openen we samen met onze partners uit de beroepspraktijk het collegejaar 2016/2017. Ik hoop jullie allen op 25 augustus te mogen begroeten bij deze feestelijke jaaropening. Tot dan!
Jan Bogerd, collegevoorzitter Hogeschool Utrecht