De arbeidsmarkt is sterk in ontwikkeling. Flexibilisering, digitalisering en robotisering: beroepen verdwijnen, nieuwe beroepen ontstaan en werkgevers vragen om nieuwe vaardigheden van hun werknemers. Vervolgens gaan ze in gesprek met opleidingsinstellingen, zoals onze hogeschool, om samen te zorgen voor professionals die aan die nieuwe eisen voldoen. Toch? Nee hoor. Zeker niet.
In de tijd dat onze hogeschool ontstond, ging de vraag soms inderdaad vooraf aan de creatie van een nieuwe opleiding. Maar in de huidige arbeidsmarkt loop je als opleider én als werkgever hopeloos achter als je op deze wijze te werk gaat. Innovatie van de beroepspraktijk en die van het onderwijs moeten hand in hand gaan. Mensen leren niet meer alleen op school. En ze innoveren ook niet meer alleen in een bedrijf of organisatie. Leren en innoveren gebeurt in wisselwerking tussen onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk. Dat levert kansen op, maar maakt het beroepsonderwijs ook complexer. Voldoende opleidings- en stageplaatsen creëren, ruimte bieden voor om- en bijscholing, vernieuwing van het curriculum om nog beter aan te sluiten op de beroepspraktijk; het zijn flinke uitdagingen die vragen om nauwe samenwerking tussen het beroepsonderwijs, de beroepspraktijk – en de overheid, wier beleid immers direct impact heeft op de regionale agenda en economie.
Nu is ‘het beroepsonderwijs’ geen entiteit, net als ‘de beroepspraktijk’. Het bestaat uit een veelheid aan mbo- en hbo-instellingen. De overeenkomsten zijn echter veel groter dan de verschillen – en bovengenoemde uitdagingen raken ons allemaal. Flexibeler onderwijs, doorlopende leerlijnen; het zijn ontwikkelingen waar we allemaal mee te maken hebben.
We delen ook de regio, met zijn arbeidspotentieel – én zijn grootstedelijke problematiek: met mensen die de weg naar ons onderwijs niet of onvoldoende vinden, die meer begeleiding nodig hebben om succesvol te kunnen doorgroeien in hun onderwijstraject. Mensen optimale kansen bieden op de arbeidsmarkt is de beste manier om mensen optimale kansen te bieden in de maatschappij. Daarom willen we ook samen optrekken in de zorg voor kansengelijkheid in het onderwijs en daarmee in de toeleiding naar de arbeidsmarkt.
Om al deze uitdagingen effectief op te kunnen pakken, zullen mbo en hbo als één gesprekspartner aan tafel moeten met beroepspraktijk en overheid. Ik ben er van overtuigd dat dit kan. We werken nu al nauw samen, bijvoorbeeld in het verbeteren van de overgang van mbo naar hbo en in onze nieuwe AD Academy. De volgende stap is deze samenwerking uit te bouwen naar strategisch niveau. Daartoe hebben we op 9 januari jl. de regionale mbo-instellingen uitgenodigd voor een strategisch overleg. Daar hebben we afgesproken het publieke mbo en hbo uit onze regio te bundelen in één platform, om zo vanuit een gemeenschappelijke agenda te kunnen reageren en anticiperen op ontwikkelingen in arbeidsmarkt én maatschappij. In dit platform bundelen we ons tot één gesprekspartner van overheden en (koepels van) werkgevers. Zo versterken we de concurrentiekracht van de regio én de positie van Utrecht als innovatieve onderwijsstad.
Jan Bogerd, collegevoorzitter Hogeschool Utrecht