De markt staat niet stil, dus ook onze instituten blijven zich ontwikkelen. Wat betekent dit voor hun personeelsbestand op de lange termijn? Hoe maak je een goede inschatting van de gewenste ontwikkeling? De afdeling HR ontwikkelde een tool om dat helder te krijgen.
Tool voor de langere termijn
HR-adviseur Liesbeth Boers: “Het Strategisch Personeelsplan is een tool die instituten helpt na te gaan of er een gat zit tussen het voor de toekomst gewenste personeelsbestand en het huidige bestand. Daarbij wordt gekeken naar interne en externe ontwikkelingen en welke impact die hebben op het personeelsplan. Wat betekenen ze voor het hele personeelsbestand op de langere termijn?” De tool bestaat in zijn huidige vorm sinds 2016. Een aantal instituten gebruikt hem al, uiteindelijk zal hij HU-breed worden toegepast. Wie er behoefte aan heeft, kan begeleiding vragen aan HR.
Meerwaarde
Boers: “Instituten bewandelen hun eigen pad. HR faciliteert en monitort: we denken mee met het instituut, geven advies en ondersteunen. Personeelsbeleid is maatwerk. Je moet altijd bijschaven.” Het Strategisch Personeelsplan heeft daarbij meerwaarde. “Als alle instituten met het Strategisch Personeelsplan werken, kunnen we signaleren wat er speelt binnen de hele HU. Als bijvoorbeeld alle instituten met externe oriëntatie bezig zijn, kun je daar beleid op afstemmen, of erop inspelen met trainingen en opleidingen. Al blijft de prioriteit natuurlijk bij het eigen plan van het instituut liggen.”
Razendsnelle ontwikkelingen bij ICT
Wat vindt instituutsdirecteur ICT Stella Kuin belangrijk bij het personeelsbeleid voor de langere termijn in haar instituut? Kuin: “Om onze werkzaamheden voor de toekomst in te kunnen schatten, moeten we een goed beeld hebben van de marktontwikkeling. Wat vragen de bedrijven waar onze studenten terecht komen? En wat gaan de klanten, onze studenten, van ons vragen? Ook kijken we naar de behoeften en mogelijkheden van onze eigen mensen.”
“De ontwikkelingen bij ICT gaan razendsnel, sneller dan elders. En het is een breed vakgebied. We houden ontwikkelingen in de markt in de gaten, praten met bedrijven en luisteren naar wat onze studenten ons teruggeven. In de nabije toekomst is bijvoorbeeld innovatief vermogen heel belangrijk, om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen zoals toepassingen op het gebied van big data en technologie rond ICT-security”, aldus Kuin.
“Ik vind het ook belangrijk dat onze docenten waar mogelijk in het bedrijfsleven werken, waar ze relevante kennis opdoen en een netwerk hebben. Daar ben ik een groot voorstander van, ook al maakt dat het roosteren lastiger.”
Kennisgroep Artificial Intelligence
Kuin vervolgt: “Het personeel blijft zich ontwikkelen. De HU stimuleert dat. Het is belangrijk dat in goede banen te leiden. Bijvoorbeeld door docenten de mogelijkheid te geven om mee te werken in onderzoek. Bij ICT hebben we ruimte gemaakt voor kennisgroepen. Een kennisgroep ontstaat op initiatief van de docent zelf, over een onderwerp waar hij of zij passie voor heeft. Dat leidt tot verkennen en verdiepen.”
Er zijn inmiddels twee kennisgroepen, een over front office en een over Artificial Intelligence (AI). Een van de doelen van deze laatste kennisgroep is manieren vinden om AI toepasbaar te maken voor bachelorstudenten. De AI-kennisgroep organiseerde al een seminar voor collega-docenten en studenten. Kuin: “Ik hoop dat dat verder vorm gaat krijgen. Wij scheppen daar graag ruimte voor.”
De student op 1
”De HU investeert fors in middelen voor deskundigheidsbevordering. Dat is heel belangrijk in een kennisinstelling. Als instituut zijn we natuurlijk zelf verantwoordelijk”, aldus Kuin. “Het personeelsbeleid blijft een puzzel. Je móet kiezen en daarbij staat tijd voor de student op 1. Ook de kennisontwikkeling van onze docenten komt ten goede aan de student.”