De opleiding commerciële economie zette flinke stappen in de afgelopen jaren. Een nieuw curriculum, een strakkere organisatie, een nieuw gebouw. Dat viel ook de studenten op. Met als gevolg een sterk verbeterde score bij de Nationale Studenten Enquête (NSE) in 2018. Wat heeft de opleiding gedaan om zichzelf te verbeteren? ‘We doen dingen die in de praktijk gewaardeerd worden.’
Regelmatige feedback
Naast de NSE gebruikt de opleiding ook andere indicatoren voor kwaliteit. ‘Het programma Evalytics wordt standaard ingezet voor evaluatie van cursussen,’ vertelt docent marketing Arjan Schellinkhout. Daarnaast worden studentenpanels georganiseerd waarin regelmatig feedback op de opleiding wordt gegeven. Ook reacties van buitenaf worden meegewogen in het oordeel over de opleiding. ‘Bij bedrijfsbezoeken tijdens stages vragen we altijd wat we beter kunnen doen.’
Kwaliteit onderwijsgebouw
En wat levert deze feedback aan informatie op over de opleiding? Wat het gebouw betreft zitten docent en studenten op een lijn. ‘Hier op Heidelberglaan 15 zitten we in een echt onderwijsgebouw, met prima leslokalen en goede catering’, zeggen derdejaarsstudenten Dilara Onal en Burcu Celikdemir. Volgens Arjan Schellinkhout heeft deze verbeterde context zeker invloed op de beleving van de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast werkt de opleiding aan het versterken van het voorbeeldgedrag van alle medewerkers. ‘In het nieuwe gebouw zijn docenten veel beter vindbaar en dat komt goed uit want we willen zelf ook echt zorgen dat we beter bereikbaar zijn.’ Al zien de studenten wel dat de bereikbaarheid per docent kan verschillen. Ook in de manier van lesgeven zijn de verschillen aanzienlijk. Over hun docent Arjan Schellinkhout zijn ze in ieder geval tevreden. ‘Hij geeft ons veel verantwoordelijkheid en zorgt ervoor dat de lessen altijd praktijk gerelateerd zijn.’
Intensieve samenwerking
Dat laatste is volgens Arjan Schellinkhout essentieel. In het verleden was de opleiding te theoretisch, tegenwoordig staat de verbinding met de praktijk centraal. De opleiding is intensiever gaan samenwerken met beroepsorganisaties, zoals het NIMA (Nederlands Instituut voor Marketing) en het MOA (Markt Onderzoek Associatie). ‘Er waren al goede een-op-een contacten maar nu is de samenwerking echt geïnstitutionaliseerd. Ook hebben we in de afgelopen jaren veel mensen uit de praktijk binnengehaald. Dat brengt veel positieve energie met zich mee.’ Zijn advies: ‘Zorg voor een multidisciplinaire invulling van je docententeam, met soft skills en zakelijke inbreng.’ Bij kwaliteit hoort ook aandacht voor kennis, stelt Arjan Schellinkhout. ‘We doen veel in leerteams maar de basis blijft voor ons kennis.’ Daarmee wil de opleiding meer aansluiten bij de studenten van nu en dat lijkt aardig te lukken. Dilara Onal en Burcu Celikdemir zien de manier waarop kennis door hun docent wordt overgedragen wel zitten. ‘Bij het boek heeft hij een video met uitleg opgenomen, zodat je altijd kan terugkijken. Super fijn dat dat er is.’ Als het aan de docent ligt, blijft het niet bij deze video bij het boek Digitale Marketingstrategie. ‘Dit was een experiment, omdat ik zag dat de hoorcolleges niet goed bezocht werden.’ De gefilmde mini-colleges kunnen later worden toegevoegd aan de nieuwe digitale leeromgeving Canvas.
Verbeterpunten
Wat kan de opleiding volgens de studenten nog verbeteren? ‘We werken veel in groepjes samen. Als het geen goed groepje is heb je er wel veel last van,’ zeggen de studenten. Beiden geven aan dat ze niet echt goed worden voorbereid op zelfstandig werken. De individuele begeleiding kan beter, zeker nu volgend jaar de afstudeerscriptie voor de deur staat. ‘Je kan beter vanaf het eerste jaar ook individueel leren,’ stelt Dilara Onal. Volgens Arjan Schellinkhout hebben de studenten hier wel een punt. Al is er door de hele opleiding heen wel individuele begeleiding. ‘Er is een spanningsveld tussen de groepsgerichte aanpak en individuele feedback. Meer begeleiding op individueel niveau vergt te veel tijd van docenten. Groepswerk is bovendien steeds meer de praktijk in het bedrijfsleven.
Online marketing
Bij het woord praktijk spitsen de studenten hun oren. In februari beginnen ze aan hun specialisatie Creative Industries, hun eerste grote stap richting praktijk. ‘We willen echt aan de slag gaan, zelf met een idee komen, zelf een product maken. We hebben nu voldoende theoretische basis.’ Het enige wat ze missen in het vakkenpakket tot nu toe is online marketing. ‘Hoe schrijf je een blog, hoe gebruik je sociale media?’ Als ze een startup beginnen, hebben ze juist kennis over sociale media nodig. Advies van hun docent Arjan Schellinkhout: ‘Als ze meer online willen, kunnen ze het beste de minor e-marketing kiezen en daarna een afstudeerstage doen bij een bedrijf dat daar goed in is.’ Op die manier vormt de praktijk een logische verbinding met de opleiding.
Hoe meer praktijk, hoe beter, daar zijn docent en studenten het over eens. Richt de blik naar buiten, zorg voor goede contacten met bedrijven en beroepsorganisaties. ‘De opleiding is nadrukkelijk via de beroepsorganisaties gelinkt aan de praktijk.’ Dan bied je een stevige basis voor de professionele toekomst van je studenten.
NSE
Ook benieuwd of veranderingen in het onderwijs of de organisatie daarvan tot andere tevredenheidsscores leidt? Tot en met 24 maart 2019 kunnen studenten de NSE invullen en eind mei zijn de resultaten beschikbaar. Kijk voor meer info op www.tevreden.hu.nl.
Tekst: Hans Zijlstra