Ooit was de HU een verzameling van fusiepartners met weinig gezamenlijke focus. Meer focus volgde aan de hand van vier speerpunten. In 2015 koos het CvB het profiel. Hoe is dit ontstaan? En wat is er met de speerpunten gebeurd? André Henken, voormalig faculteitsdirecteur en recent lector en adviseur van het College van Bestuur, werkte het profiel uit onder de naam ‘kwaliteit van (samen)leven in een stedelijke omgeving’.
Het profiel
“De wereld verstedelijkt steeds meer: in 2050 woont naar verwachting twee derde van de bevolking in een stad. Dat is niet zo vreemd: in steden is werk, gezondheidszorg, scholing, infrastructuur en de toegang tot allerlei goederen en diensten die het leven aangenamer maken. Maar die verstedelijking brengt ook problemen met zich mee: hoe voorkom je een grotere kloof tussen de ‘have’s’ en de ‘have not’s’, hoe voorkom je gettovorming en hoe zorg je voor gelijke kansen, hoe houd je de stad bereikbaar, de luchtkwaliteit op peil, hoe houd je de vergrijzende wereldbevolking zo lang mogelijk zelfstandig wonend en gezond, hoe stimuleer je de economie en hoe ga je om met het groeiende energieverbruik?” zo stelt Henken. De problemen en kansen voor steden zijn in ons profiel samengevat in de drieslag ‘economic aspects, social aspects en environmental aspects’. Deze drieslag lijkt op het bekendere ‘People, Planet, Profit’-paradigma. Deze drie hebben direct invloed op elkaar. Een voorbeeld: economische groei (profit) heeft effect op mensen (people): zo blijven mensen langer gezond als ze werk hebben. Maar economische groei heeft ook als effect dat mensen meer consumeren, wat zorgt voor meer energieverbruik en C02-uitstoot (planet). Problemen op deze gebieden ontstaan in steden, maar ze worden er ook opgelost. Hier zitten namelijk de creatieve talenten, de kennis en de organisaties die invloed kunnen uitoefenen. Henken: “Mijn verwachting is dat we veel kunnen betekenen voor de kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving, als grote hogeschool in een relatief kleine stad. We hebben veel kennis in huis, veel banden met partners die veel kennis en/of invloed hebben en we hebben ruim 3200 medewerkers en ruim 35.000 studenten waarvan er veel na hun studie in de omgeving blijven wonen en werken. Zij zijn onze partners van de toekomst. Er worden al veel HU-projecten in de stad uitgevoerd. En omdat Utrecht qua omvang geen metropool is, is het een goede testomgeving voor oplossingen en ambities.”
Onderling samenwerken
De HU had ooit de speerpunten Zorg en Technologie, Duurzaamheid, Creatieve Industrie en Wijkgericht Werken. Waarom is die indeling losgelaten? Henken: “Je kunt als organisatie niet opeens loslaten wat je eerder deed, beginnen met een totaal nieuw thema en daar dan opeens heel goed in zijn. Ik zie het profiel dan ook niet als het loslaten van de speerpunten, maar als een vervolg erop: ze worden als het ware anders ‘vastgepakt’. Al deze speerpunten komen in het nieuwe profiel terug. Maar niet los van elkaar, zoals eerder. Het profiel schetst de gemene deler, het overkoepelende doel.” Dat gemeenschappelijke is nodig volgens Henken: “Alleen door samen te werken, kun je echt bijdragen aan de oplossing en verlichting van maatschappelijke problemen. Die zijn namelijk nooit eendimensionaal en daardoor altijd multidisciplinair of beter nog ‘cross boundary’. Denk aan Selficient, een project waarin twintig studenten van de Faculteit Natuur en Techniek een duurzaam huis bouwen. Zij hebben de finale bereikt van de internationale Solar Decathlon Challenge en bouwen in het kader van deze wedstrijd het huis dat zij ontworpen hebben in 2017 in de VS. Bij dit project zijn niet alleen bouwkundestudenten betrokken maar ook studenten economie, om de kansen voor investeerders in te schatten, en communicatie, voor de pr. Daarnaast werken ze samen met partners en investeerders als Eneco.”
“De wijze waarop we het profiel binnen onze organisatie gaan vormgeven, bijvoorbeeld hoeveel kenniscentra er uiteindelijk komen, vind ik minder interessant. Maar het is wel belangrijk dat de vorm uiteindelijk de samenwerking ondersteunt. Dat er niet opnieuw silo’s worden gecreëerd, zoals het geval is door de van elkaar gescheiden faculteiten. Groepen lectoren ontwerpen op dit moment de manier waarop de kenniscentra kunnen samenwerken. Onderling op inhoud en met het onderwijs. Als we elkaar beter leren vinden, hebben we ook meer te bieden in onze samenwerkingen met partners. Zoals met de gemeente Utrecht, die ‘Healty Urban Living’ als profiel heeft.”
De gezonde stad van de toekomst
De voormalig FNT-directeur en lector Smart Urban Innovation vertrekt half januari bij de HU en zal dan een eigen organisatieadviesbureau met een baan als duikinstructeur combineren. “Een bijzondere combinatie? Het heeft juist overlap: beide gaan over of je een onbekende wereld in durft te gaan, en hoe je dat dan doet. Net als mijn rol in het schrijven van het profiel en mijn eerdere functies. Ik houd me graag bezig met kijken naar de toekomst.” Zijn interesse in de toekomst blijkt ook uit de manier waarop hij zijn huis heeft verduurzaamd. Hierbij heeft hij niet alleen het Nul-op-de-Meterconcept toegepast, waarbij het huis evenveel energie opwekt als het gebruikt. Hij is ook gedoken in de wereld van eHealthconcepten in combinatie met technieken, om langer thuis te kunnen blijven wonen. “Zoals met bewegingssensoren: die kunnen niet alleen beweging detecteren, maar ook de snelheid van bewegen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld ‘zien’ dat je valt. Maar het gaat veel verder dan dat. Het komt erop neer dat, als je huis je kan volgen, het jou leert kennen. Het weet wanneer jij naar een andere kamer gaat en zet dus in de ene kamer de verwarming aan en in de andere uit. Ook allerlei gezondheidsindicatoren worden gemeten en opgeslagen. Dat vind ik reuze-interessante ontwikkelingen. In een gesprek met mijn nieuwe huisarts heb ik dat aan de orde gebracht, want ook haar werk gaat veranderen door eHealth en het beschikbaar komen van allerlei data die zij kan bewaken vanuit haar praktijk. Ik zie het zo: dit soort duurzame huizen zorgen voor mensen. Zo willen we dat ook bij een stad. We willen een stad creëren die voor mensen zorgt. Die mensen gezond houdt.”