In lijn met de uitvoering van het huisvestingsprogramma gaat de HU de komende jaren het Werken en Leren in de Nieuwe Omgeving (W&LNO) HU-breed introduceren. Rik Enneking is coördinator van de HU-brede implementatie en manager bedrijfsvoering van de FNT. Hij vertelt meer over wat W&LNO betekent binnen de HU in de nieuwe onderwijsomgeving.
Hoe wordt het Werken en Leren in de Nieuwe Omgeving (W&LNO) ingevoerd?
Het HU Herhuisvestingsprogramma bestaat uit verschillende fases: de overgang naar tijdelijke huisvesting, renovatie van bestaande gebouwen en nieuwbouw. De medewerkers van de HU gaan per fase over op het Werken en Leren in de Nieuwe Omgeving (W&LNO). Dat wil onder andere zeggen dat medewerkers op de nieuwe locatie niet meer op een vaste plek werken, maar daar werken waar de inrichting en faciliteiten de gekozen activiteit het beste ondersteunen. Concreet betekent dit minder vaste bureaus en een gevarieerd aanbod van werkplekken zoals flexplekken, concentratieplekken, ontmoetingsplekken en overlegruimtes. We krijgen een grotere diversiteit aan ruimtes en gaan meer ruimtes met elkaar delen, ook tussen de verschillende locaties. Daarnaast krijgt ieder instituut een eigen instituutsplein met voldoende mogelijkheden voor ontmoeting tussen docent en student. De HU ondersteunt W&LNO op drie vlakken: ‘bricks’, ‘bytes’ en ‘behaviour’.
De drie B’s?
De ‘bricks’ zijn de gebouwen en daarbinnen de instituten met een diversiteit aan multifunctionele en hoogwaardige (onderwijs)ruimtes en studie- en werkplekken. Hier wordt veel aandacht aan besteed bij de inrichting van de gebouwen. Flexibel werken moet worden ondersteund door goede ICT-voorzieningen, ofwel de ‘bytes’. Dit betreft de apparatuur zoals laptop, pc, vaste en mobiele telefoon, maar ook het gebruik en de toepassing ervan. Maar de gedragskant, ‘behavior’, van het Werken en Leren in de Nieuwe Omgeving is zo mogelijk nog belangrijker.
Werk je zelf ook al op een nieuwe manier?
Het Werken en Leren in de Nieuwe Omgeving wordt binnen de HU al op diverse locaties toegepast. Het is een ontwikkeling die je overal om je heen ziet gebeuren. Het onderwijs verandert ook, je staat niet meer van negen tot vijf voor de klas. Je gaat het veld in op bezoek bij bedrijfsleven en andere partners en je hebt meer individuele en groepsgerichte contactmomenten met studenten. Niet meer alleen klassikaal. Ik moest zelf, als docent bij de FMR, overstappen op W&LNO bij de verhuizing naar de Daltonlaan. Nu werk ik bijna volledig digitaal. In een workshop timemanagement en slimmer werken leerde ik hoe ik de ‘taken’ in Outlook optimaal kan gebruiken en zo een handige werkplanning kan maken en het overzicht houd. Het rubriceren en kopiëren van mails in mijn taken scheelt me een heleboel zoek tijd en zo zijn er nog meer dingen die rust en overzicht geven, zodat ik tijd overhoud voor de belangrijke zaken. Ook het gemis van een volle kast heb ik niet meer. Al was het wennen toen ik allerlei boeken en mappen een andere plek, archief, container, of een plank of thuis, moest geven. Maar je kunt bijvoorbeeld ook documentatie in een kast met collega’s delen.
Heb je meer tips voor docenten?
Aardig wat producten van studenten komen digitaal binnen en die kijk ik ook digitaal na. Daar komt geen papier meer aan te pas. Een cijferformulier scan ik in en mail ik door aan de tweede beoordelaar, die op haar beurt weer nakijkt, toevoegt, tekent, scant, doorstuurt en archiveert. Dat zorgt ervoor dat je tijd- en plaats onafhankelijk kunt werken, wat weer ruimte geeft.
Inmiddels maak ik ook meer gebruik van social media. Via Lync chat ik met collega’s, dat gaat snel en scheelt e-mail. Daarnaast doe ik veel via videoconferencing (ook Lync) heb ik ook meer contact met collega’s, ook met studenten en met hun begeleiders. Steeds meer organisaties werken ‘nieuw’ en vinden het normaal om virtueel contact te hebben. Dat scheelt enorm tijd en kilometers. Dus je kunt zeggen dat ik ‘om’ ben. Ik wil graag nog meer doen met social media wat betreft ontmoeten en verbinden. Alhoewel ik een persoonlijk gesprek met iemand toch ook belangrijk vind.
Wat zijn jouw verwachtingen van het W&LNO?
We staan nog aan het begin van deze manier van werken. Het vraagt een inspanning van jezelf en je krijgt– hoe cliché ook – er wat voor terug. Al was het maar dat je nieuwe ideeën ontwikkelt over arbeidsrelatie, hoe we leren bewust om te gaan met het contact met studenten en de praktijk, en de relatie tot je werk. Het grootste voordeel voor de meeste mensen is het tijd- en plaats onafhankelijk werken. Bijvoorbeeld door virtueel samen te werken of thuis te werken.
Het Werken en Leren in de Nieuwe Omgeving kent vele kanten. Het zal de kunst worden om dat voor iedereen zo aantrekkelijk en passend mogelijk te maken. Voor mij is het dan ook vooral: werken op maat.
Hoe wordt W&LNO binnen de FG ingevoerd?
Jeannet Fennema sinds medio oktober actief binnen de faculteit. Zij zal studenten en werknemers van de FG voorbereiden op de overgang naar de nieuwe werkomgeving.
Jeannet: “Ik ben op de FG te vinden om me bezig te houden met de overgang naar de nieuwe werkomgeving. Mijn taak is om een ieder hierop voor te bereiden. Dit ga ik doen door eind 2014 en begin 2015 een presentatie te verzorgen in alle teams (opleidingen, kenniscentrum en ondersteuners) en met jullie in gesprek te gaan. Daarnaast informeer ik de studenten door met hen in gesprek te gaan tijdens via OC-vergaderingen. Ik ben zowel voor de FMR als de FG dit studiejaar bezig met vraagstukken rondom huisvesting. Afgelopen jaar heb ik de verhuizing van de FMR naar de tijdelijke huisvesting begeleid.”
Jeannet werkt vier dagen per week afwisselend voor de FMR en FG. In principe werkt zij op maandag en donderdag op de FG. Zij is dan meestal te bereiken op flexkamer 2.018. Ook is zij te bereiken via mail: jeannet.fennema@hu.nl, en telefonisch op 06-13244738.